Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 295

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 295

6 minuten leestijd

aanhechtingsplaatsen en de wenkbrauwbogen zijn beter ontwikkeld.

waarschijnlijk ongewenste ingrediënten. Door de bramepitten werd meteen rcheologisch van minder be- duidelijk dat het lijk van Zweeloo lang, maar toch interessant tussen augustus en oktober gestoris het papillairpatroon van ven is. De braam is er immers alleen de lijken. Dat zijn de talloze fijne ri- aan het eind van de zomer en het cheltjes op de binnenkant van de begin van de herfst, en omdat ze handen en de onderkant van de voe- niet lang houdbaar is, moet ze snel ten, waarvan de politie gebruik na het plukken worden opgegeten. maakt bij het identificeren van criminelen. Bij de voetzolen en tenen ok de kleding van de veenvan het meisje uit Yde waren ze - na lijken werd door deskundi2000 jaar - nog leesbaar - een bijgen op het gebied van leer zondere ervaring voor de technische en textiel gereconstrueerd. Het meisrecherche van de rijkspohtie van As- je van Yde had een bruine wollen sen. mantel bij zich, die via de zoOok is er gezocht naar restjes DNA. genaamde sprangtechniek geweven Uit spierweefsel van een 40.000 jaar was. Wat betreft de weefcapaciteiten geleden gestorven en in het ijs be- verwierven de veenlijken weinig achwaard gebleven mammoet, lukte het ting bij de onderzoekster. Ze conimmers ooit een kleine hoeveelheid stateerde: "Het weefsel is slordig DNA te halen. Helaas bleek het vervaardigd. Niet alleen heeft m.en veen funest te zijn geweest voor het zeer onregelmatig gesponnen garen gebruikt, maar men heeft ook talrijvoortbestaan van DNA. Ook in andere gevallen bleek het ke weeffouten gemaakt in zowel de veen schadelijk voor de lijken. Zo ketting- als de inslagrichting." kleurden zuren huid en haar bruin- Waarom lagen deze mensen eigengrijs en het veen had invloed op de lijk in het veen begraven? Het pulengte van de lijken. In welke mate bHek heeft er altijd uitgebreide fanblijft een raadsel, want een veenlijk tasieën over, weet de conservator te krimpt het snelst onmiddellijk na vertellen. Men denkt dat ze in het het opgraven. Een van de onder- veen zijn gaan wandelen en toen zijn zochte lijken moet vijf dagen na het verdwaald of weggezakt. Dat is niet opgraven 1.75 meter lang zijn ge- juist. Ze zijn duidelijk door anderen weest, maar was tachtig jaar later 'begraven'. Vaak werden ze bedekt met takken of geboeid. Sommigen nog maar 1.34 meter. Al blijven de veenlijken zich óók denken dat ze op die manier gestraft voor Van der Sanden hullen in mys- werden voor het overtreden van de terie, toch zag hij met eigen ogen maatschappelijke regels, zoals trouw datgene waarvan Nederlandse ar- aan hun levensgezel. cheologen tot nog toe aUeen maar Van der Sanden hecht echter de konden dromen: de samensteUing meeste waarde aan de theorie dat de van de laatste maaltijd van één per- veenlijken dankoffers aan de goden soon. "Doorgaans kan de archeolo- waren. Het veen had immers, net gie alleen iets zeggen over gewassen zoals rivierdalen, sinds de jonge die in bepaalde gebieden groeiden steentijd in Noord-Europa, een maen waarschijnlijk door de bewoners gisch-rituele betekenis. Hij ziet de werden gegeten. Wat een individu veenlijken als een onderdeel van andere veenvondsten in Nederland, at, weetje nooit." Duitsland en Denemarken. Van der Sanden weet nu dat het lijk "De mensen zochten contact met van Zweeloo gierstepap en bramen bovennatuurlijke machten. Talloos heeft gegeten want in het darmka- zijn de kostbare bronzen voorwernaal zaten talrijke gierstkafjes en in pen die in het veen werden gedepode maag vijfenveertig bramepitten. neerd, zoals munten, dolkjes, bijlen Of die bramen in de pap hebben ge- en kralensnoeren. In onze ogen is zeten voor de smaak of dat het een dat zeer oneconomisch. Blijkbaar fruitig dessert was, blijft geheim, had men veel over voor investerinmaar echt lekker kan het maal niet gen in contacten met de bovennageweest zijn, want brokjes verkoold tuurlijke wereld." materiaal wijzen erop dat het eten was aangebrand. De onkruiden dui- In zijn boek haalt hij als bewijs een zendknoop en varkensgras waren tekst aan van de Romeinse geschied-

A

O

VU-MAGAZINE—JULI/AUGUSTUS 1990

schrijver Tacitus. In zijn 'Germania' schrijft Tacitus dat er sprake is van mensenoffers bij de Semnonen en aan de godin Nerthus gewijde cultuspraktijken. In de Nerthus-passage wordt verhaald van slaven die na afloop van een rondrit ter ere van de goden, werden verdronken. Veenlijken zouden in dergelijke rituelen een rol kunnen hebben gespeeld. "Dat wil overigens niet zeggen dat die mensen niks op hun kerfstok hadden", voegt Van der Sanden toe. "Het kan zijn dat juist de mensen die uit de pas liepen, uitgekozen werden als offer in het sacrale veen."

D

e acht lijken zijn inmiddels goede vrienden geworden van de conservator. Vooral met 'het paar van Weerdinge' heeft hij een speciale band. Het zijn de hchamen van twee volwassenen die in 1904 naast elkaar in Bourtangerveen werden gevonden. "Een intrigerend duo", vindt Van der Sanden. Het hnkerlijk lag op de uitgestrekte arm van het rechterlijk, dat zeker een man was. Door de tedere houding werd altijd aangenomen dat de ander een vrouw was. Uit het onderzoek bleek het tegendeel. En dat maakt Van der Sanden erg nieuwsgierig. "Ik zou graag willen weten wat daar achter steekt. Waarom liggen ze zo bij elkaar? Ook door het publiek wordt er veel over gefantaseerd. Volgens sommigen zijn het de twee oudste homoseksuelen van Nederland." Het liefst zou Van der Sanden het data-bestand en de ideeën die hij door zijn acht veenlijken kreeg, toetsen aan nieuwe vondsten, maar die kans krijgt hij niet, want het Nederlandse veen wordt niet meer afgegraven. Het is natuurreservaat. Uit de acht bewaarde lijken is voorlopig niet nog meer aan de weet te komen. "Ik heb er uit gehaald wat erin zat. Ik ken ze van binnen en van buiten", glimlacht Van der Sanden. Zodra er echter nieuwe technieken zijn om ze te bestuderen, zullen ze zeker weer op de onderzoekstafel belanden - daar is de conservator van overtuigd. D

W.A.B, van der Sanden: 'Mens en moeras, veenlijken in Nederland van de bronstijd tot en met de Romeinse tijd', Drents Museum Assen, f. 42,50.

29

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 295

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's