Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 427

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 427

4 minuten leestijd

dat het zo'n vaart niet zou lopen. Kerk en synode hebben zichzelf overschat, meent hij. En sommige synodeleden vonden dat, juist in oorlogstijd, "de kerk haar eigen weg moet gaan en zich niet moet laten beheersen door de agenda van de wereld en de mondiale gebeurtenissen". Een drogredenering, naar Berkouwer achteraf toegeeft, om vervolgens aarzelend de vraag te stellen, of misschien toch de persoonlijke verhoudingen doorslaggevend zijn geweest, de sterke symen antipathieën, "kringbesef en kerkelijke vriendjespolitiek". Het is opmerkelijk dat Schilders verzet tegen de gereformeerde collaborateurs, dat een belangrijke parallellie vertoont met zijn strijd tegen de gewraakte dogma's, in Berkouwers behandeling van het schisma niet voorkomt. Van der Vaart Smit en H.H. Kuyper - Schilders grootste tegenspelers in tweeërlei opzicht - worden slechts zijdelings, en in een ander verband, genoemd. De oorlog is in Berkouwers memoires voornamelijk als achtergrondrumoer aanwezig; ellendig en afschuwelijk, maar vooral hinderlijk. En de betekenisvolle relatie tussen dit geweld en de ontwikkelingen binnen de kerk, laat hij buiten beschouwing. Het was alsof we in twee werelden leefden, schrijft hij. "Daar was die ene wereld, die elke dag op ons af kwam door de oorlogstijd en de bezetting () en daarnaast was er de kerkelijke strijd, het vergaderen, het spreken over verbond en doop, het maken van rapporten, alsof er niets gebeurd was, alsof die andere wereld niet bestond."

V

ijftien jaar na het schisma van '44 verloor de gewraakte leeruitspraak over de 'onderstelde wedergeboorte' haar bindende karakter. Deze 'terzijdestelling' van 1959 bracht synodalen en vrijgemaakten niet tot elkander. Pas in 1988 volgde een schuldbekentenis van de kant der synodalen, waarin de beschuldigingen aan het adres der scheurmakers worden teruggenomen, en waarin wat betreft de schuldvraag de hand diep in eigen boezem verdwijnt. Maar ook VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990

dit mea culpa bracht de verzoening niet tot stand. Tekenend is de reactie van de vrijgemaakten op deze openbare boetedoening. Zij apprecieerden de geste, dat wel, maar konden toch niet anders dan vermoeden dat deze ruimhartigheid vooral gevoed was door de "algemene devaluatie van het belijden" in de synodaal gereformeerde kerken. Met andere woorden: de betoonde souplesse was huns inziens ingegeven door de algehele verwatering van het geloof onder 'gewone' gereformeerden, voor wie tegenwoordig alles maar kan en mag. En in een hereniging met dat soort vrijzinnigen, die het erfgoed der vaderen verkwanselden, hadden de vrijgemaakten vooralsnog geen trek. Dat laatste geeft aanleiding tot de meest essentiële vraag in dit verhaal: ging het ten diepste wel om kerkorde of 'onderstelde wedergeboorte'. Of botsten hier eigenlijk twee uiteenlopende typen gereformeerden frontaal op elkaar? En waren de conflicten uit de jaren veertig voor een belangrijk deel niet terug te voeren tot een onderhuidse animositeit die al in 1892 aanwezig was? Dat jaartal markeert het moment waarop de afgescheiden, die in 1834 de hervormde kerk verlieten, onder Abraham Kuyper werden samengedreven met de dolerenden, die dat zelfde pas ruim vijftig jaar later deden. Zeker is dat de wederzijdse spanningen en irritaties tussen 'Kampen' (theologische broedplaats van de afgescheidenen) en de Amsterdamse VU (de 'nachtschool' van Kuypers dolerenden) van meet af aan groot waren. Wellicht is die sluimerende maar fundamentele

Dr. G.C. Berkouwer: wroeging en spijt. Foto G.C. Berkouwer jr.

'Het was', zou oorlogschroniqueur Lou de Jong later over Schilder schrijven, 'of de bezetter niet meer voor hem bestond'. tegenstelling in '44 van meer betekenis geweest dan 'art. 31 K.O.' of de 'onderstelde wedergeboorte'. Tegelijkertijd onderstreept die stelling de moedeloos stemmende gedachte dat, ondanks schuldbekentenis en toenaderingspogingen, het wel nooit meer helemaal goed zal komen.D

Literatuur: Dr. J. de Bruijn en drs. G. Harinck (red.): Geen duimbreed! Facetten van leven en werk van prof.dr. K. Scliilder; 1890-1952, Ten Have, f 35,-. Dr. G. Puchinger (red.): Ontmoetingen met Schilder, Kok, f 65,-. Drs. G. Harinck: K. Schilder 1890-1952, Kok, f 24,90. Dr. G.C. Berkouwer: Zoeken en vinden; herinneringen en ervaringen, Kok, f 59,-.

29

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 427

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's