VU Magazine 1990 - pagina 337
Betweters: 1,. , ^ j i ,
I f e ^ ö i (tórp öarcti WAit PETER BURGER
Dat honden kwispelen omdat ze blij zijn ons te zien; dat de Rijn bij Lobith ons land binnen komt - bijna iedereen gelooft dat, maar het is niet waar. Manila is de hoofdstad van de Philippijnen, het hart van de mens zit links in de borstkas en oude jenever is ouder dan jonge. Allemaal onwaar. Deze en vele andere gekoesterde dwalingen worden door Hans van Maanen, wetenschapsredacteur van het Parool, bestreden in zijn dit jaar verschenen 'Kleine encyclopedie van misvattingen'. Evenmin waar is het dat Columbus als eerste dacht dat de aarde een bol was, dat margarine minder calorieën levert dan roomboter en dat stuivers oplossen in een glas Coca Cola. Wie Van Maanens boekje van kaft tot kaft leest, kan alleen nog maar ontgoocheld concluderen dat veel van wat wij als vaststaand aannemen iedere grond mist. En gaat vervolgens aan alles twijfelen.
W
aardoor leiden aantoonbaar onjuiste opvattingen zo'n taai leven en wordt beschikbare kennis zo slecht benut? Op die vraag is meer dan één antwoord mogelijk. Een ervan, aldus Van Maanen, is dat veel van onze zekerheden berusten op het gezag van autoriteiten - ouders, onderwijzers - die bij nadere beschouwing VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1990
geen bakens blijken maar dwaallichten. De misvattingen blijven voortbestaan doordat het van die nadere beschouwing maar zo zelden komt. Bovendien leidt nieuwe informatie die in strijd is met een aanvaarde theorie vaak niet tot het bijstellen van die theorie. Onwelkome waarheden verzamelen is een ondankbare taak. Wie over het bestaan van God een afwijkende mening is toegedaan, is een andersdenkende; wie beweert dat tanden poetsen niet helpt tegen gaatjes of dat de zon niet in het oosten opkomt, is een vervelende betweter. Toch is Van Maanen niet de eerste die zich eraan heeft gewaagd. Sinds de experimentele wetenschap tot wasdom kwam in de zeventiende eeuw, zijn er stijfhoofdige natuurkundigen, literatoren en dilettanten geweest die niet konden aanvaarden dat de wereld bedrogen wil worden. Zij onderscheidden zich van hun gemiddelde goedgelovige tijdgenoot door gezond verstand, belezenheid en oneerbiedige waarheidsdrang. De eerste die de zaak grondig aanpakte was de Britse arts Sir Thomas Browne (1605-1682). Hij leverde een bescheiden bijdrage aan de jonge na-
tuurwetenschap met zijn volumineuze compendium van algemene misvattingen getiteld 'Vulgar errors' (1646).
B
rowne studeerde medicijnen in Oxford, Montpellier en Padua; zijn doctorsbul ontving hij in Leiden. Na zijn reizen vestigde hij zich in het Engelse Norwich als arts, gespecialiseerd in urineonderzoek - een piskijker heette dat in de volksmond, het prototype van een arts uit een zeventiendeeeuwse klucht. Maar Browne was geen kwakzalver. Hij trouwde op zesendertigjarige leeftijd, hoewel hij zes jaar daarvoor nog in zijn bekendste werk ('Rehgio Medici' of 'De godsdienst van een arts') geschreven had: "Ik zou er tevreden mee zijn als we ons konden voortplanten zoals bomen, zonder vereniging, of dat er een andere manier bestond om de wereld in stand te houden zonder deze banale en ordinaire manier van de coïtus; het is de meest dwaze daad die een wijs man in zijn hele leven begaat". Toch zou zijn vrouw Dorothy hem twaalf kinderen baren en ook nog zijn experimenten en zijn verzameling le27
Eten struisvogels hoefijzers en draadnagels, zoals in dit Middeleeuwse bestiarium van Jacob van Maerlant; vraagtekens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's