VU Magazine 1990 - pagina 454
beheer voor natuur, bos en landschap. Onder deze paraplu gingen onderzoekers van diverse onderzoeksinstituten gezamenlijk aan de slag. Tot de deelnemers behoren: de Dienst Grondwaterverkenning TNO, het Rijksinstituut voor Natuurbeheer, Staatsbosbeheer, de Vrije Universiteit, de Landbouwuniversiteit Wageningen en de Rijksuniversiteiten
Een grotere maatschappelijke erkenning van het probleem van verdroging is belangrijk om grondwater hoger op de poHtieke agenda te krijgen. van Leiden en Groningen. De onderzoeksinspanning heeft inmiddels geresulteerd in een grote stapel rapporten. Hiermee kunnen mensen die dagelijks te maken hebben met het beheer van (natuur-)gebieden de gevolgen van bepaalde ingrepen in de waterhuishouding aan de hand van modellen en voorbeelden voorspellen.
N
Ook boeren beginnen zich zorgen te malten over de liwaliteit van het grondwater. Foto AVC/VU
ogal wat partijen hebben belang bij de stand van het grondwater. Drinkwaterbedrijven, landbouwers, natuurbeheerders - ze hebben allemaal argumenten voor hun favoriete waterstand. Schoon water is echter een schaars goed geworden en niet iedereen kan zijn zin krijgen. Op politiek niveau moeten in de nabije toekomst pijnlijke beslissingen worden genomen. Een grotere maatschappelijke erkenning van het probleem van verdroging is belangrijk om grondwater hoger op de politieke agenda te krijgen. De SWNBL heeft dit najaar daarom een campagne gelanceerd waarbij gepoogd wordt het belang van grondwater aan een breed publiek uit te leggen. Een videofilm en het publieksboek 'Grondwater beneden peil' moeten iedereen duidelijk maken dat voor een verbetering van de situatie een goede samenwerking tussen de verschillende belanghebbenden noodzakelijk is. 'Grondwater beneden peil' biedt een goed inzicht in hoe de verlaging van 12
het grondwaterpeil zich historisch ontwikkeld heeft en hoe er door een beter beheer van het grondwater aan herstel en behoud van de natuur kan worden gewerkt. De landbouw geldt als een van de belangrijkste veroorzakers van de verdroging. Hoewel menigeen misschien instinctief zal denken dat ook landbouwgewassen erg gebaat zijn bij aanwezigheid van water bij de wortels, is het tegendeel eerder waar. Ontwatering van landbouwgronden leidt, tot op zekere hoogte, bijna altijd tot produktieverhoging. Tijdens de grote verkavelingsprojecten in de jaren vijftig werd dan ook gestreefd naar forse grondwaterdaling. Dit onder andere door de aanleg van drainagestelsels en brede, weinig begroeide afwateringskanalen, die samen met bemaling het (grond-)water snel doen verdwijnen. Een bijkomend voordeel voor de boeren is dat op goed ontwaterde cultuurgronden het vee en de vaak zware landbouwmachines veel eerder in het seizoen het land op kunnen. Men heeft een langer groeiseizoen en krijgt hogere opbrengsten.
S
inds de droge zomer van 1976 heeft ook bijna elke boer de keerzijde van deze eflBiciënte ontwatering leren kennen. Het gras in de weilanden verdroogde en ook de akkerbouw leed de nodige schade doordat de ondergrond niet meer over de benodigde berging van water beschikte. Sindsdien behoort, wrang genoeg, de beregeningsinstallatie tot de basisuitrusting van een zichzelf respecterende landbouwer.
Geen echte oplossing, sterker nog: het voor de beregening benodigde water wordt via de sloot rechtstreeks aan het grondwater onttrokken. De boer is hiermee in een neerwaartse spiraal terecht gekomen. Zonder beregening in het hoogseizoen lopen zijn gewassen het risico op droogteschade en met beregening daalt het grondwaterpeil extra (het kunstmatige regenwater voedt weliswaar voor een deel het grondwater weer, maar een groot deel komt na verdamping uiteindelijk in de oceanen terecht). In droge zomers kon men boeren regelmatig zien knutselen aan de damschuiven, waarmee de toevoer van water in de belendende sloten geregeld wordt, om zo in ieder geval de beregeningsinstallatie te blijven voeden. Tegenwoordig zijn zulke schuiven daarom vaak voorzien van kettingen en hangsloten. De landbouw werd na dader ook slachtoffer van het dalende grondwaterpeil. Hetzelfde geldt voor de twee andere grote veroorzakers van verdroging: industrie (voornamelijk vanwege het gebruik van koelwater) en waterleidingbedrijven. De Nederlandse waterleidingbedrijven produceren tezamen jaarlijks meer dan duizend miljoen kubieke meter drinkwater, waarvan zo'n zeventig procent wordt onttrokken aan de bodem (de rest komt uit het zogeheten oppervlaktewater: meren en rivieren). Een doorsnee Nederlander gebruikt ongeveer 120 Hter drinkwater per dag. Het zal iedereen dan ook duidelijk zijn dat de term 'drinkwater' de la-
,-#^ jiiéS
VU-MAGAZINE—DECEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's