VU Magazine 1990 - pagina 471
eigen gevoelens van onmacht en frustratie. Voor een deel zijn die gevoelens misschien reëel; ze worden vooral veroorzaakt door het feit dat het aanzien van kerkelijke vakken niet erg groot is. Een talentvol theoloog zal zich na zijn doctoraal eerder in de godsdienstfilosofie, sociale wetenschappen of godsdienstgeschiedenis gaan specialiseren, dan in een kerkelijk vak als dogmatiek of ethiek. Dat feit kun je met geen enkele regeling ongedaan maken. Ik denk dat dit gebrek aan aanzien berust op de Nederlandse wetenschapscultuur die sterk op de empirie gericht is. Men heeft, zeker in universitaire kring, een ingesleten wantrouwen tegen alles wat ideologisch geladen is. Leiden heet daarin prominent te zijn. Toch denk ik dat je wat dit betreft niet kunt spreken van een typisch Leidse cultuur. Ik heb eerst achttien jaar in Groningen gezeten. En daar is het, althans wat die empirische cultuur betreft, niet anders. Tel het aantal promoties maar.
D
iscussies over de duplex ordo zijn al heel lang gaande. Maar ze kregen nieuw leven ingeblazen toen de verkenningscommissie Godgeleerdheid aan de slag ging. Die commissie had ook goed geluisterd naar kerkelijke hoogleraren aan openbare faculteiten. In het rapport was dus ook een hoofdstuk opgenomen onder de titel 'Duplex ordo, muur of stuur'. De commissie adviseerde daarin de huidige vormgeving van de duplex ordo te herzien, maar gaf niet aan hoe dat zou moeten gebeuren. Inmiddels had de voormalige onderwijsminister, Wim Deelman, een notitie VU-MAGAZINE—DECEMBER 1990
Prof.dr. L. Leertouwer (1932) is sinds '79 gewoon hoogleraar in de algemene godsdienstgeschiedenis en vergelijliende godsdienstwetenschap aan de Rijlcsuniversiteit te Leiden. Zijn bestum-lijlse activiteiten streklcen zich uit van het voorzitterschap van de Vereniging van Academici bij het Wetenschappelijk Onderwijs, de sectie theologie van de Academische Raad en het Nederlands Genootschap van Godsdiensthistorici, tot het voorzitterschap van de ledenraad van de VPRO en het algemeen bestuur van de IKON, het lidmaatschap van de televisiecommissie van diezelfde omroep en van de Omroepraad. Op 1 maart 1991 zal hij aantreden als de nieuwe rector magnificus van de Leidse Universiteit. Interview: Gert J. Peelen Foto: NOB-fotodienst
geschreven, waarin hij de kerk op het idee bracht om een 'bijzondere aangewezen instelling' te stichten; iets geheel nieuws, een tussenvorm tussen een kerkelijke universiteit en een eigen theologenopleiding zoals er bijvoorbeeld een in Kampen bij de vrijgemaakte gereformeerden in gebruik is. Die constructie van Deetman was zo ingewikkeld dat eigenlijk niemand snapte hoe dat zou moeten. Je kon je zelfs afvragen of de minister, die niet eens advies had ingewonnen, het zelf wel snapte. Maar het was, na het rapport van de verkenningscommissie, wel de tweede impuls voor de hervormde kerk die er dan ook meteen bovenop sprong. Men kwam met een juridische constructie voor zo'n 'aangewezen instelling'; een eigen opleiding voor predikanten ten behoeve van de hervormde kerk en een aantal kleinere kerken, die het onderwijs dat men zelf niet kon leveren - het huidige staatsdeel van de opleiding - op contractbasis zou laten verzorgen
door de openbare theologische faculteiten. Het zal duidelijk zijn dat de faculteiten daar niet veel voor voelen. Verrassender is dat ook de kleinere kerken - waaronder bijvoorbeeld de remonstranten - er weinig of niets in zien; om inhoudelijke redenen niet, maar vooral ook vanwege de onbeantwoorde vraag wie dat allemaal moet gaan betalen. En ten slotte ziet ook de huidige minister, Jo Ritzen, weinig heil in de hervormde plannen.
R
itzen wil de kerk en de faculteiten nu opnieuw om de tafel hebben. Hij vindt alleen een aanpassing van de duplex ordo reëel. Het is wat hem betreft kiezen of delen. Want als enige alternatief ziet hij een volledig eigen wetenschappelijke instelhng voor de hervormden, waarin zij alle vakken zelf moeten verzorgen. Dat zou de genadestoot betekenen voor een aantal openbare facul-
ten zie ik geen probleem; die willen dat natuurlijk. Want een eigen hervormde universiteit zou absurd zijn. Dat vindt de kerk gelukkig ook. En daar hgt dan ook de gemeenschappelijke basis om tot onderhandelen te komen. Komt die overeenstemming er niet, dan betekent dat het isolement voor de kerkelijke vakken, en het verdwijnen van drie van de vier openbare theologische faculteiten in ons land. Zo simpel is dat. Voor het theologisch bedrijf aan die ene instelling die dan nog wel zou mogen voortbestaan, zou een definitieve ontkoppeling van staats- en kerkelijke opleiding een ongelooflijke verarming inhouden. Over dat laatste wordt verschillend gedacht. Maar het gaat hier om mijn eigen mening. Godsdienst, kunst en literatuur zijn drie menselijke activiteiten, die je het vruchtbaarst bestudeert wanneer je de beoefenaren ervan dicht in de buurt hebt. 'Op
'Een talentvol theoloog zal zich eerder in de godsdienstfilosofie of-geschiedenis specialiseren, dan in een kerkelijk vak. Dat kun je met geen enkele regeling ongedaan maken.' teiten, maar gelukkig voelen ook de hervormden zelf daar weinig voor; voor die variant krijgen ze binnen noch buiten de kerk de handen op elkaar. Hoe dan ook, de minister wil nu van ons weten of we bereid zijn tot overeenstemming te komen. Van de kant van de universitei-
genoorsafstand', noemt Henk Berkhof dsLt. En hij heeft gelijk. Vergelijk het met de musicoloog. Een musicoloog is géén muzikant. Maar als hij op straat een muzikant niet herkent, kan hij gewoon geen goede musicoloog zijn.
9
29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's