Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 379

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 379

4 minuten leestijd

gingen van maskers, sieraden en andere creatieve produkten uit onder andere Afrika, Amerika en Oceanië, kan men een bezoek aan het Louvre stellen, waar met name de Egyptische afdeling grote aandacht van de kunstenaars kreeg, maar waar ook Cycladische idolen stonden opgesteld.

Z

Goldwater hierover in het boek 'Primitivism in Modern Painting'. In 1984 zou hetzelfde onderwerp, maar dan uitgebreid tot de moderne beeldhouwkunst, opnieuw onder de aandacht worden gebracht door de grootschalige tentoonstelling 'Primitivism in 20th Century Art', georganiseerd door het Museum of Modern Art in New York. De bijna zevenhonderd pagina's tellende catalogus, waarvan onlangs de Duitse vertaling verscheen, geldt nu al als een standaardwerk over de ontwikkeling van de abstracte kunst in deze eeuw.

O

fschoon de tentoonstelling zich wat betreft het primitivisme toespitste op de culturen van min of meer nog levende volkeren, is het in dit kader alleen jammer, dat de oude primitieve culturen daarin niet of nauwelijks aan bod komen. Immers: met dezelfde stelligheid waarmee het werk van kunstenaars als Pablo Picasso, Constantin Brancusl, Paul Klee, Amedeo Modigllani, Alberto GiacomettI en Henry Moore wordt herleid tot de invloed van bepaalde volksstammen in Ivoorkust of Kongo, kan men wijzen op de invloed van met name de Cycladische idolen. Zelfs iemand zonder bijzondere interesse voor kunst, ontkomt niet aan de sterke stilistische overeenkomsten tussen werk van Brancusi, Modigliani en GiacomettI, en de godenbeelden van de Cycladen. Tegenover elk bezoek dat kunstenaars brachten aan het Parijse Trocadero (Musée de l'homme), waar ze de invloed onderVU-MAGAZINE—OKTOBER 1990

oals het überhaupt niet gemakkelijk is om aan de hand van citaten exact na te gaan, door wat en door wie een kunstenaar zich heeft laten beïnvloeden, geldt dat ook nu voor de invloed van Cycladische oudheden. In ieder geval heeft Henry Moore zijn liefde voor de Cycladische cultuur meer dan eens expliciet onder woorden gebracht. IVIaar het is toch vooral Alberto GiacomettI gev^eest, die, in een gesprek met de Amerikaanse auteur James Lord, spontaan aangaf, waarom hij zo geboeid wordt door een Cyciadisch idool (in 'Een portret'. Drempelreeks, 1980, Uitgeverij Vrij Geestesleven). Deze beeldhouwer stelt in dit gesprek, dat in de door hem gemaakte bustes (van zijn broer Diego), die levensecht lijken, toch "alles vals (en doods) is". En vervolgens legt hij zijn gesprekspartner uit waarom. Dat is, zegt GiacomettI: "Omdat het element van de illusie niet groot genoeg is in de bustes die gemaakt zijn tijdens het poseren. Het is hetzelfde, waardoor het hoofd van een Cyciadisch idool zoveel levendiger en overtuigender is dan een Romeinse portretbuste.

V.l.n.r. een cyciadisch idool, weri( van Amedeo l\/lodlgliani, een sculptuur van de Nederlandse kunstenaar Henk Visch en een beeld van Alberto GiacomettI: stilistische overeenkomsten.

'Het is onmogelijk om een hoofd te maken, dat werkelijk levensecht is, en hoe meer je worstelt om het levensecht te maken, des te minder wordt het als het leven zelf.' Het is onmogelijk om een hoofd te maken, dat werkelijk levensecht is, en hoe meer je worstelt om het levensecht te maken, des te minder wordt het als het leven zelf." In het Atheense Cycladenmuseum heeft men enkele jaren geleden voor de eerste maal getracht de invloed van Cyciadisch idolen op kunstenaars van deze eeuw in beeld te brengen. Het resultaat - met louter fotomateriaal -viel achteraf beschouwd wat schamel uit. Maar het was toch een eerste poging. Zeker gezien de nog steeds groeiende belangstelling voor zowel oude beschavingen als voor moderne kunst, zou een herhaling van dit initiatief - maar dan in de vorm van een expositie met echte objecten en schilderijen - eindelijk de belangstelling kunnen opwekken, die dit thema alleszins verdient.D 25

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 379

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's