VU Magazine 1990 - pagina 428
Kunsthistoricus én kunstenaar. En in beide hoedanigheden geïnteresseerd in de relaties tussen woorden en beelden. 'Het is niet zo dat ik alleen de vorm van letters belangrijk vind.'
Carel Blotkamp ö >
O Ö +—> CD O-)
^3
é^ Waar ik als kunst^ ^ historicus zeer in ge^ interesseere! ben, is de ontstaansgeschiedenis van een kunstwerk. Met gebruik van uiteenlopend materiaal, van brieven tot schetsen en ontwerpen, probeer ik me voor te stellen hoe iemand tot dit komt en niet tot dat. Daar hgt voor mij een raakpunt met wat ik zelf maak. Je wordt gevoehger voor de aspecten die bij het scheppen een rol spelen. Voor zover mogelijk, want ik besef heel goed datje ergens halverwege blijft steken. Maar het is wel wat me het meest fascineert. Om kunst wordt door niemand gevraagd, dat maak je geheel op eigen risico. Het is een bijzonder fenomeen in het leven, waarin zoveel draait om wat nuttig is. Dat maakt het voor mij de moeite waard om me erin te verdiepen.
jezelf na: hoe kom je tot iets? Dat is heel moeilijk vast te stellen. Maar op het moment dat het over concrete, materiële zaken gaat en de manier waarop die ontstaan, dan kun je aan de hand van een aantal contexten toch proberen enigszins tot de kern te geraken. Ik schrijf nooit over mijn eigen werk en dat zal ik ook niet gauw doen: uitleggen, omschrijven, of op een andere manier een
tekst publiceren die tot enige duiding leidt. Ik schrijf al zo ontzettend veel over anderen; en ik ga er van uit dat daarin veel doorklinkt van wat ik zelf te melden heb. Wie behoefte heeft aan woorden, moet ze daar maar uithalen. Maar ik kan als kunstenaar niet de knop op nul zetten. Ik ben nogal bewust bezig, ik drijf niet op een soort surrealistische onderbewuste procédé's. Ik heb ook niet een eigen hand van schilderen, maar ik bedenk hoe ik dingen uitgevoerd wil hebben. Tussendoor pas je dat wel aan
natuurlijk; het is niet zo dat ik elke druppel al van tevoren bedacht heb, maar ik streef er wel naar te weten wat voor soort indruk het werk zal geven. Tijdens het maken heb ik daar redelijk duidelijke ideeën over. En bij het bedenken en uitwerken, speelt een groot repertoire van beelden en denkbeelden over kunst mee. Ik blijf kunsthistoricus, als ik schilder. Maar na afloop ga ik niet weer op een afstand staan en als kunsthistoricus mijn werk bekijken. Dat moeten anderen doen. Wat het uiteindelijke resultaat te betekenen heeft binnen een groter geheel, daar heb ik geen duidelijke ideeën over. Ik ben benieuwd of anderen iets
I
n hoeverre kunst uit de biografie van de makers voortkomt, is veel moeilijker te bepalen dan hoe het scheppingsproces zelf verloopt. Er zijn wel allerlei pogingen toe gedaan, zoals Freuds essay over Leonardo, maar in de praktijk weetje er natuurlijk heel weinig van. Waarom wordt de jonge Rembrandt schilder en geen molenaar? Dat weetje niet. Zeker bij oudere kunst is dat niet te zeggen, maar het geldt ook voor nu. Ga bij 30
VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's