VU Magazine 1990 - pagina 418
Manifest. Gereformeerden en katholieken daarentegen helemaal niet, een enkeling uitgezonderd. Zij waren in het algemeen niet tegen de doodstraf. Gereformeerden niet, omdat zij in de bijbel lazen dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt (de beruchte tekst in Romeinen 13). De meeste katholieken waren niet tegen deze straf, omdat de paus zich er niet tegen uitsprak.
P
ropaganda was de belangrijkste actietechniek van het Comité. Het publiceerde daartoe vooral artikelen tegen de doodstraf in bladen als 'De Vlam', 'Paraat', het toenmalige 'Hervormd Nederland', 'Tijd en Taak' en 'Militia Christi'. Het Comité probeerde echter niet alleen zoveel mogelijk in de pers te komen, maar gaf zelf ook een serie brochures uit onder het motto 'Tegen de doodstraf'. Ze waren van de hand van onder meer Hilbrandt Boschma, Krijn Strijd, J.J. Buskes, G. Mannoury en J.M. van Bemmelen. In een van die geschriften formuleerde de laatste bondig: "Het strafrecht zal humaan zijn of het zal niet zijn," Maar er waren meer mogelijkheden om het verzet tegen de doodstraf vorm te geven. Mevrouw Meijers-Kehrer kwam op het idee om audiëntie aan te vragen bij koningin Wilhelmina. Twee bekende vrouwen zouden dan namens het Comité
zullen ten opzichte van hen, die zich aan walgelijke en weerzinwekkende daden en praktijken hebben schuldig gemaakt, moeten betrachten: de reddende strengheid.' de koningin moeten overtuigen: Heriëtte Roland Holst en Carry Pothuis-Smit. De eerste had daar weinig verwachtingen van, maar meende datje niets onbeproefd moest laten. De laatste voelde er niet veel voor: zij was pacifiste en Wilhelmina noemde zich een soldatendochter. Het was van haar bekend dat zij niet tegen de doodstraf was. De audiëntie vond na lang wachten plaats op 22 februari 1946, maar was geen succes; de koningin wilde alleen over koetjes en kalfjes praten. Toch bleef het comité verzoeken naar koningin Wilhelmina sturen 'om toch in ieder geval gratie te verlenen'. Een telegram van de afdeling Hilversum naar de koningin, waarin verzocht werd geen doodvonnissen te voltrekken "voordat een wettig gekozen vertegenwoordiging van het Nederlandsche volk zich over dit probleem heeft 20
uitgesproken", had succes. Niet dat aan dit verzoek rechtsreeks gevolg gegeven werd, maar er gebeurde wel iets anders. Wilhelmina zond het telegram naar minister Kolfschoten van justitie om er antwoord op te geven. Deze vroeg zijn raadadviseur mrJ.P. Hooykaas (zelf tegenstander van de doodstraf) een conceptnota te schrijven met richtlijnen voor de gratiëring van de doodstraf. Deze conceptnota werd op 11 februari 1946 door het kabinet-Schermerhorn vrijwel ongewijzigd overgenomen en op 24 februari doorgestuurd naar koningin Wilhelmina. Overigens deed mevrouw Meijers-Kehrer ook op persoonlijke titel gratieverzoeken aan Wilhelmina. Op 26 maart 1946 schreef zij bijvoorbeeld: "Majesteit! In Godsnaam verleen Mussert gratie. Niet om de persoon van Mussert, maar om het zedelijk peil van ons volk hoog te houden. Laat toch ons volk in de wereld aan de culturele top staan. Laat toch ons volk een voorbeeld zijn voor andere volken. Bewijs de wereld dat wij niet door de Nazipest besmet zijn. Bewijs de wereld dat een vrouw niet in staat is bloed te vergieten. Weest groot Majesteit. Dit smeekt u H. Meijers-Kehrer."
V
oorzitter Meertens was van mening dat alle (politieke) wegen bewandeld moesten worden. Audiënties bij Wilhelmina en later ook Juliana konden geen kwaad. Zelf ging hij op audiëntie bij elk van de drie achtereenvolgende ministers van justitie. Kolfschoten, Van Maarseveen en Wijers, alle drie KVP-ers. Kolfschoten sprak hij al eind 1945 over de doodstraf. Van hem begreep hij dat de regering, alvorens zelf een standpunt in te nemen, eerst wilde afwachten hoe de Hervormde Synode zich zou uitspreken. Op 6 december schreef hij aan mevrouw Meijers: "Wanneer mijn berichten betrouwbaar zijn, zal de eerste executie van een doodvonnis nog wel even op zich laten wachten, omdat men het besluit van de Synode inzake de doodstraf wil afwachten." Meertens drong er bij de minister op aan dat in ieder geval eerst de volksvertegenwoordiging zich nog over de doodstraf zou uitspreken. Op 24 oktober 1946 bezocht een delegatie van het Comité de volgende minister van justitie, Vart Maarseveen. Er werden bij die gelegenheid 7094 handtekeningen tegen de doodstraf overhandigd, ingezameld bij acties in de maanden ervoor. Er waren voor het petitionnement foldertjes verspreid met de leuze "Staakt het Dooden!" ("Ook gij zijt daarvoor verantwoordelijk.") en het verzoek te tekenen en geld te geven. De minister antwoordde dat hij de activiteiten van het Comité met belangstelling volgde, maar dat de regering niet echt rekening hield met het Comité. Dan zou toch minstens het dubbele aantal handtekeningen opgehaald moeten worden. Later (op 18 maart 1947) schreef Meertens aan mevrouw Meijers: "Verscheidene regeringspersonen staan aan onze kant, maar de politiek drijft ze in de VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's