Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 462

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 462

5 minuten leestijd

en

Schilderwerk met vingerverf van Cédric Schretlen. Met drie jaar leidt de 'kleurenschock' nog tot het gebruik van een beperkt aantal kleuren (boven); een jaar later blijkt dit omgeslagen in de neiging om juist zoveel mogelijk kleuren uit te proberen (onder). Foto's Ton van der Vorst

peuter zou zijn hoofd, dat in verhouding tot zijn lichaamslengte in het echt ook groter is dan bij een volwassen persoon, daadwerkelijk als zo'n groot lichaamsdeel ervaren of er in zijn beleving de grootste waarde aan toekennen, de tekening van het kind zou een onbewuste weergave zijn van de 'neurofysiologische projectie' van het hoofd in het 'cerebrale lichaamsschema', maar ook is gesuggereerd, dat zo'n grote kop op pootjes een autoritaire vader of moeder voorstelt. Deze theorieën zijn nu achterhaald. Wanneer een kind wordt gevraagd om een menselijk figuur niet zoals gewoonlijk van boven naar beneden te tekenen maar van onder naar boven, dan wordt het hoofd al aanzienlijk kleiner. Daarentegen dijt het hoofd weer uit tot soms monsterachtige proporties, wanneer het kind de opdracht krijgt om iemand met 'een mond vol tanden' te tekenen; om dit te realiseren is simpelweg meer ruimte nodig en dus moeten de contouren van het hoofd hiervoor wijken. Maar wanneer men het kind hiernaar expliciet vraagt, weet het natuurlijk wel, dat mensen in werkelijkheid niet zulke rare, grote koppen hebben.

zie je dus precies wanneer het die stap vooruit zet. Misschien komt bij schilderwerk de figuratieve ontwikkeling minder duidelijk tot uiting dan bij tekeningen, maar toch gaat deze zeker niet verloren. De interesse vanuit de pedagogie en de psychologie voor teken- en schilderwerk van kinderen is in het verleden aanzienlijk groter geweest dan nu het geval is. Men vroeg zich af door welke factoren -waaronder hersenfuncties maar ook persoonlijkheidsaspecten - de creatieve ontwikkeling wordt bepaald en op welke wijze hiervan zowel diagnostisch als therapeutisch gebruik kan

propageerde Rousseau een natuurlijke opvoeding, waarin tekenen en schilderen een belangrijke rol spelen. Kinderen moesten volgens Rousseau niet leren om alles zo nauwgezet mogelijk te kopiëren, maar moesten tekenen en schilderen waf ze in de onbedorven natuur zagen. De denkbeelden van deze filosoof werden uitgewerkt in een leermethode, waarbij moest worden uitgegaan van grondvormen zoals een cirkel en een vierkant. Dit principe wordt nog steeds alom gepropageerd in het tekenonderncht. In feite is dit onderwijs gebaseerd op het belangrijkste stadium in de natuurlijke creatieve ontwikkeling van peuters en kleuters. Met het oog op de jongste leeftijdsgroep is vooral het werk van Friedrich Fröbel (1782-1852) van belang. Volgens deze Duitse pedagoog tekenen en schilderen kinderen tot hun zevende jaar niet primair wat ze zien, maar wat ze voelen en ervaren. Dit is een heel wezenlijk gegeven, waarop de psychoanalyse verder is ingegaan. Zowel volgelingen van Sigmund Freud (1856-1939) als van Carl GustavJung (1875-1961) hebben zich beziggehouden met tekeningen en schilderingen van

O

ver het algemeen laten ouders, bang voor het geklieder, hun peuter of kleuter liever rnet kleurpotloden aan de gang gaan dan met verf. Dat is jammer, want schilderwerk van jonge kinderen kan niet alleen wonderlijk mooi zijn, maar het geeft ook meer zicht op hun creatieve ontwikkeling. Dat kan in de eerste plaats door een analyse van het kleurgebruik. Voor veel

Cédric Schretlen, vier jaar oud, aan het werk. Bang voor geklieder geven ouders de voorkeur aan kleurpotloden boven verf. Jammer, want schilderwerk van jonge kinderen geeft meer zicht op hun creatieve ontwikkeling en is vaak wonderlijk mooi.

Bang ^^oo^ het geklieder, aten ouders hun peuter of Kleuter liever met Kleurpotloden aan de gang gaan dan met verf. En dat is ammer. kinderen betekent de confrontatie met vloeibare kleuren een zhock, nogal angstig beperken ze zich tot één of twee kleuren. Pas later worden alle kleuren stuk voor stuk ontdekt en uitgeprobeerd in min of meer grillige vlakjes of vlakken, die een soort staalkaart van kleuren vormen. Volgens een theorie zouden de emoties van peuters en kleuters tot uiting komen in het gebruik van kleuren; deze uitingsdrift wordt in evenwicht gehouden door de beheersing, zowel psychisch (zelfbeheersing) als fysiek (motorisch), die zich manifesteert in het lijnenspel en de vormen. Of de theorie een neurofysiologische basis heeft, is nog maar de vraag. Wel is een opmerkelijk gegeven, dat autistische kinderen en volwassenen, die be20

Foto Ignace Schretlen

schikken over een uitzonderlijk tekentalent, nooit gebruik maken van kleuren. In de tweede plaats openbaart zich vaak bij de jongste leeftijdsgroep een angst voor de leegte, waardoor de behoefte bestaat om in een snel tempo het hele vel vol te verven. Wanneer het kind erin slaagt een deel van het papier niet met verf te bedekken, betekent dat een volgende stap in de ontwikkeling. Als je een kind laat schilderen /U-MAGAZI!iE—DECEMBER 1390

worden gemaakt. De leeftijdsgroep van de peuters en de kleuters stond hierbij niet centraal, maar werd ook zeker niet vergeten. n de tijd van de Verlichting was het met name Jean-Jacques Rousseau (1712-1778), die interesse had voor kindertekeningen. In zijn toentertijd omstreden opvoedingsroman 'Emile' (1762) VU-MAGÖINE—DECEMBER 1990

kinderen, flun analyses zijn boeiend, maar zeer speculatief en als diagnostisch en therapeutisch hulpmiddel weinig betrouwbaar. Wie kan ooit bewijzen, dat het jonge kind een voorkeur heeft voor ronde vormen, omdat deze hem doen denken aan de moederborst? Is het waar, dat de 'oercirkel' als zon symbool is voor de man of het mannelijke? In hoeverre manifesteert zich, in de door peuters en kleuters getekende en geschilderde mandala's en andere figuren die bij primitieve volkeren in gebruik zijn als symbolen, het 'collectief onbewuste'? In de ontwikkelingspsychologie en orthopedagogie zijn testen ontwikkeld om aan de hand van tekeningen meer te weten te komen over de intel21

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 462

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's