Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 291

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 291

5 minuten leestijd

distantie. Hij is immers niet meer dan een van de vele bewoners van het universitaire gebouw. En hij heeft zich er te houden aan de huisregels. Een van die regels is dat je je meer moet laten leiden door twijfel en kritiek, dan door je particuliere smaak of levensbeschouwelijke vooronderstellingen. Elk circuit heeft zo z'n eigen regels. En dus zal de filosoof die zich te veel voelt aangetrokken tot het para-circuit, op een gegeven moment te horen krijgen: het is kiezen of delen.

S

cherpzinnige lieden zullen vragen: wie stelt eigenlijk nog die academische huisregels ter discussie nu de filosoof dat niet meer doet? De vraag is op zichzelf terecht; wetenschapsbeoefening kan niet zonder wetenschapskritiek. Alleen behoort dat laatste niet langer tot het monopolie van defilosoof,al heb ik dat zelf ook jarenlang gedacht. Elke wetenschapper die z'n vak beoefent en die niet de vraag naar de maatschappelijke consequenties van het eigen functioneren aan de orde stelt, draagt oogkleppen. Filosoof of niet, zo iemand hoort aan een universiteit niet thuis. Dat is dan de principiële kant van de zaak. Niettemin kan voor de filosoof een belangrijke rol zijn weggelegd in dat wetenschaps-kritische debat; niet omdat hij de wijsheid in pacht zou hebben, wel omdat hij - logisch en argumentatief goed opgeleid - daaraan een belangrijke bijdrage kan leveren. Daar komt nog bij dat de filosoof enige ervaring heeft in conceptuele analyse: het tegen elkaar afwegen van begrippen. Bovendien mag je van hem zekere vertalerscapaciteiten verwachten

VU-MAGAZINE-^ULI/AUGUSTUS 1990

Prof.dr. L.W. Nauta (1929) doceert sinds 1970 sociale filosofie aan de Rijjisuniversiteit te Groningen. Politielt actief was hij onder meer in de Vietnambeweging, ak jurylid in het Russell-tribunaal, en als een der opstellers van het beginselprogramma uit 1977 van de PvdA. In 1987 verscheen van zijn hand bij Van Gennep de bundel 'De factor van de kleine c; Essays over culturele armoede en politieke cultuur'. Aanleiding tot dit interview was zijn artikel over 'de subcultuur van de wijsbegeerte' dat onlangs verscheen in het filosofisch tijdschrift Krisis. Interview: Gert J. Peelen Foto: Ehner Spaargaren

en is hij een grensoverschrijder bij uitstek. De laatste twee eigenschappen geven aanleiding te vermoeden dat hij, meer dan anderen, kans maakt te beschikken over enig interdisciphnair besef dat in dit soort debatten van pas komt. Ik formuleer het omzichtig. Want je moet, ook wat dit betreft, niet al te hoog gespannen verwachtingen koesteren. Er lijkt op die manier alleen nog een voornamelijk bemiddelende rol weggelegd voor de filosoof. Maar ik wil best ook nog wat onbescheiden geluiden laten horen, hoor. Bijvoorbeeld vanuit mijn eigen vakgebied: de sociale filosofie.

W

e leven in een tijdperk dat nog het beste te typeren is als het einde van de grote ideologieën. En het is (tussen haakjes) natuurlijk alles behalve toevaUig dat dit tijdstip samenvalt met het moment waarop de filosofie met de grote F definitief achter de horizon verdwijnt. Juist door dit einde dreigt echter een aantal sociale thema's uit het zicht te raken. Als sociaal filosoof reken ik het tot

mijn taak, om dergelijke thema's weer op de agenda van de publieke discussie te krijgen. Ik doel hier op thema's die op een of andere manier voor alleflatbewonerseen urgent karakter dragen. Zoals - ik noem een voorbeeld: ~ vrijheid, sociale gelijkheid en maatschappelijke rechtvaardigheid. Socialisme en hberalisme voerden aan het eind van de negentiende eeuw beide het streven naar emancipatie in hun vaandel. Inmiddels is het communisme ingestort en verkeert het democratisch socialisme in een aanhoudende crisis. Volgens velen heeft de vrije markt het pleit gewonnen. Het liberalisme heet nu maatschappelijke realiteit. Maar de emancipatie die beide ideologieën ons destijds beloofden, is dat allerminst. Een filosoof lijkt mij de aangewezenfiguurom thema's als vrijheid, sociale rechtvaardigheid en hun onderlinge verhouding, in de publieke discussie aan de orde te stellen, zolang hij zichzelf maar niet opnieuw tot ideoloog uitroept. Nou weet ik wel dat voor dergelijke onderwerpen de

dat mensen alleen uit eigenbelang nog willen nadenken over dit soort zaken. Wat dan nog? Het eigenbelang van mensen en dat van hun nageslacht is een goed motief om ze op aan te spreken, zeker als het over het milieu gaat. Met altruïsme en offerbereidheid alleen houd je de boel niet draaiend.

V

ergis je niet. Er zijn nogfilosofengenoeg die het academisch milieu als schutkleur gebruiken om het eigen tuintje wat aan te harken, en die zich niet bekommeren om de maatschappelijke context van dat tuintje. En ik zie er ook heel wat die nog steeds niet beseffen dat de filosoof een doodgewone flatbewoner is geworden; zij parasiteren op de totalitaire pretenties uit een voorbije periode. Er zijn respectabele collega's in den lande die, als ik ze tegenkom, verbaasd uitroepen: 'Maar Lolle, waar maak jij je nou toch druk over? Defilosofiegaat toch over het ware, het goede en het schone? Dat is toch altijd zo geweest en dat is toch ook nu nog

7k zie heel wat collega s die niet beseffen dat defilosoofeen doodgewoneflatbewoneris; zij parasiteren op de totalitaire pretenties uit een voorbije periode/ zalen niet uit zichzelf zullen volstromen. Toch ben ik zo naief te denken dat, wanneer je alle achterhaalde ideologische franje achterwege laat, je best nog grote groepen voor dit soort thema's kunt interesseren. Dan hoor ik zeggen

zo?' Dan zeg ik: 'Het ware, het goede en het schone? Wat betekent dat eigenlijk?' Wat mij betreft zijn dat holle woorden; vlaggen op een schip waar nog maar verdomd weinig lading in zit.

9 25

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 291

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's