VU Magazine 1990 - pagina 285
4.—
nisme, in de evolutie een doorslaggevende rol gespeeld. Naast proto-oncogenen is er de categorie tumorsuppressorgenen -ontdekt in het begin van de jaren tachtig - die de vorming van een tumor juist tegengaan. Zij zijn in staat een eventuele overactiviteit van oncogenen te onderdrukken. Een mutatie kan zo'n tumor-onderdrukkend gen echter uitschakelen, met als gevolg dat de juiste regulatie van de celdeling verstoord raakt.
R
aadselachtiger is een derde type genen waarvan de werking nog grotendeels onbekend is, maar dat wel verantwoordelijk wordt geacht voor het feit dat een tumor zich bijvoorbeeld kan uitzaaien. Bleef de tumor in principe op één plek dan zou bij kanker de schade nog te overzien zijn en zou na chirurgisch ingrijpen de kans op volledig genezen groter zijn dan nu statistisch liet geval is. Juist de mogelijkheid tot metastaseren echter, maakt de ziekte zo
De transgene muis en zijn nakomelingen staan daarbij model voor het menselijk organisme. En met behulp van deze beestjes denkt men het nu nog mysterieuze ziekteproces van meet af aan, van nabij en op de voet te kunnen volgen.
B
elangrijke vraag bij dat volgen is de rol die afzonderlijke genen in het DNA van een cel daarbij spelen. Twee soorten van genen blijken bij het ontstaan van kanker in ieder geval van groot belang: proto-oncogenen en tumofsuppressorgenen. Proto-oncogenen zijn normaal gesproken van vitaal belang voor de groei en ontwikkeling van het organisme. In gewone omstandigheden hebben ze een regulerende functie; ze zetten de cel op gezette tijden en binnen bepaalde voorwaarden, tot deling aan. Door mutaties - ingrijpende wijzigingen in het erfelijk materiaal - kunnen deze proto-oncogenen veranderen in oncogenen, De normale regulerende functie verandert in overactief gedrag: het gen stimuleert de cel vanaf dat moment tot ongeremd delen; een activiteit die de basis vormt van elke tumor. De ontdekking van deze functie van oncogenen bij kanker dateert uit het midden van de jaren zeventig. Proto-oncogenen vormen overigens maar één categorie binnen het type genen dat als gevolg van mutaties plotseling ongewoon grote activiteiten gaat ontplooien. En het is een illusie te me18
chaam te verplaatsen, om in uiteenlopende organen met succes tot ontwikkeling te komen, en om aan vijandelijkheden vanuit het immuunsysteem van het organisme te ontkomen. In deze eigenschappen ligt een tweede reden besloten waarom dit soort onderzoek het niet zonder transgene proefdieren kan stellen. Juist omdat het ziekteproces het niveau van de enkele cel en de afzonderlijke tumor te boven gaat, heeft men de muis nodig als model. Alleen zo is te volgen hoe tumorcellen zich daarin gedragen, en hoe het levende organisme op hun aanwezigheid en activiteiten reageert. Zonder een proefdier als model is dat onmogelijk.
E
erst en vooral geldt voor het onder leiding van Ton Berns verrichte onderzoek, dat het fundamenteehan aard is; met toepassingen en therapieën houdt men zich hier niet bezig. Dat heeft het dan gemeen met een aantal andere disciplines binnen het Nederlands Kanker Instituut. Maar waar men zich op andere verdiepingen concentreert op bijvoorbeeld de immunulogische, de cellulair biologische en de biochemische aspecten van kanker, heeft de moleculair genetische afdeling een eigen oriëntatiepunt. Het veelvuldig werken met de muis als model - met de nadruk op model - is wat deze afdeling in hoofdzaak onderscheidt van de andere, waar men ook gebruik maakt van andere systemen en bijvoorbeeld ook met menselijk celmateriaal werkt. "Wat wij hier doen is het nabootsen van het kankerproces in de muis, zoals we denken dat het bij de mens plaatsvindt", zegt Berns ter toelichting. "En we doen dat om er achter te komen welke de verschillende stappen in dat proces van transformatie zijn." Hij onderstreept dat kanker een meerstapsproces is. Het achterhalen van de geneti-
Oncogenen zijn in hun 'proto-staat' als regelgenen essentieel in processen als de embryonale ontwikkeling, groei en dergelijke.
Dr. A.J.M. Berns: 'Een kwestie van jargon' Foto's Bram de Hollander
kwaadaardig en hardnekkig. Het is dit derde soort genen dat men ervan verdenkt de tumorcel ertoe aan te zetten de eigen tumor te verlaten en te emigreren naar een andere plek in het lichaam om zich daar opnieuw tot tumor te gaan ontwikkelen. Zo blijkt de tumorcel over allerhande eigenschappen te beschikken die andere cellen niet bezitten en die kanker tot zo'n complexe ziekte maken: niet alleen het vermogen om zich ongeremd te delen, maar ook om zich door het li-
nen dat ze als oncogen in hun eentje in staat zijn kanker te veroorzaken. Maar dat verschillende genen van dit type alleen door samenwerking hun vernietigende werk kunnen doen, werd pas veel later ontdekt. Hetzelfde geldt het feit dat oncogenen in hun 'proto-staat' als rege/genen essentieel zijn in processen als de embryonale ontwikkeling, groei en dergelijke, maar uiteindelijk ook voor de differentiatie van organismen. In die hoedanigheid hebben ze, gezien hun prominente aanwezigheid in de cellen van elk levend orga-
VU-MAGAZINE—JULI/AUGUSTUS 1990
VU-MAGAZINE—JULI/AUGUSTUS 1990
A l
sche mechanismen en veranderingen die dat proces in gang houden, en vooral de mutaties in de latere stadia, waaronder de uitzaaiingen, zijn uiterst relevant, meent hij. "Als je weet wat daar gebeurt kun je ook beter begrijpen waarom een tumor kwaadaardig wordt, dan wanneer je alleen de vroege stadia bestudeert." Voorlopig blijft het bij begrijpen, zegt Berns niet zonder nadruk, "En ook al is er dan al redelijk wat inzicht in de beginfasen van het proces - in genen die aanzetten tot ongeremde celdeling of 19
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's