VU Magazine 1990 - pagina 384
gen een donkere achtergrond een positief beeld oplevert. Het zogeheten natte collodiumprocédé, waarmee je meerdere afdrukken van één glasplaatnegatief kon maken, kwam
'Hier herhaalt zich de natuur zelve als een wonder, dat onder onze ogen voorvalt' in Suriname - later dan in Europa pas op toen men foto's op visitekaartformaat ging maken. Die visitekaartjes bleven in Suriname tot aan de Eerste Wereldoorlog populair. Men verzamelde ze en bewaar-
was in 1889 de eerste vrouw die in Paramaribo een foto-studio begon. Ze beperkte zich tot portretten en nam voor het zware buitenwerk een mannelijke fotograaf in dienst. Het belangrijkste fotografisch ateher in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog werd dat van Augusta en Anna Curiel. De apparatuur was minder zwaar geworden en zij fotografeerden vooral buitenshuis, bijvoorbeeld op plantages. Onder hun opdrachtgevers bevond zich een hoogleraar landbouwkunde en in de jaren dertig verwierven ze het predikaat 'hofleverancier'. Van hun populairste foto's lieten ze prentbriefkaarten maken. De fotografie moet echter voor
om het beheer van de plantages of de ontginning van de goudvelden vast te leggen. Eugen Klein, een van de eersten die ansichtkaarten liet maken, fotografeerde ook lokale gebeurtenissen, zoals het bezoek van een gouverneur. De belangrijkste bron van inkomsten bleef echter de portretfotografie. De angst van opdrachtgevers voor een al te realistische weergave werd bestreden door in de advertenties te wijzen op de mogelijkheid van retouche. Bij G.G.T. Rustwijk kon men zijn portret laten versieren met een fraaie rand met opschrift, bijvoorbeeld 'Happy Christmas' of 'Een groet uit de West'. Wie niet in Paramaribo woonde, kon zijn por-
vrouwen moeilijk te combineren zijn geweest met een huwelijk. Toen Heilbron in 1893 trouwde met een industrieel, bood ze kort daarna haar atelier te huur aan. Augusta en Anna Curiel bleven ongehuwd en een andere fotografe, CR. Fock van Coppenaal, was weduwe.
tret laten maken als hij voor een feestdag naar de stad kwam en soms trokken de fotografen zelf voor korte tijd het binnenland in. Men kon ook reeds vervaardigde portretten kopen van beroemdheden, zoals koning Willem III, die vaak op visitekaartformaat een plaatsje kregen tussen de ooms en tantes in het familie-album. En er waren de bevolkingstypen: geposeerde foto's van halfnaakte Indianen, Creoolse vrouwen ('femmes du peuple) en met een mes gewapende Marons of bosnegers.
Een uitzonderlijk ongedwongen pose: vier Arowakken, Indianen uit het kustgebied, met traditionele gebruiksvoorwerpen. Circa 1885.
de ze in speciale albums. Net als elders, waren ook de fotografen die een eigen atelier vestigden, vaak buitenlanders. Een verklaring hiervoor weet ook Wachlin niet te geven. Er waren ook wel fotografen die in Suriname waren geboren, zoals R. Guicherit. Volgens Wachlin was hij een van de beste, maar hij hield het niet lang in Suriname vol en vertrok na enkele jaren naar Amsterdam. Opmerkelijk is dat er onder de fotografen in Suriname veel vrouwen waren. De 'Artiste mej. C. Heilbron' 30
W
at fotografeerden de artisten? Populair waren de stadgezichten van Paramaribo, die je los of in een album kon kopen. Maar de fotografen trokken ook wel het binnenland in
VU-MAGAZINE—OKTOBER 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's