Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 65

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 65

3 minuten leestijd

Wat moet je met zo Iemand? Wat Is dat voor een destructieve gedachte waarin gesuggereerd wordt dat het leven op aarde maar beter helemaal niet had kunnen ontstaan? Arthur Schopenhauer (1788-1860) heeft aan één stuk door zulke denkbeelden te berde gebracht. Hij was het prototype van de zwartkijker, de eeuwige pessimist, de onvervalste sfeerbederver; het soort mens dat de geslaagde zakenman bij voorkeur voorspiegelt dat eenieder recht heeft op zijn portie tegenslag; de figuur die zegt dat je over een paar jaar toch onder de grond ligt en dat het daarom geen zin heeft je nu zo druk te

cAoA^^9zAa66e^

maken. Als Schopenhauer kinderen ziet, kan hij het niet nalaten hen te vergelijken met onschuldige delinquenten die, niet tot de dood maar tot het leven veroordeeld zijn en hun vonnis nog niet te horen hebben gekregen. Verwonderd voegt hij er aan toe dat iedereen toch graag een hoge leeftijd wil bereiken, een situatie waarin gezegd kan worden: "Vandaag gaat het slecht en het zal met de dag slechter gaan - tot het allerergste komt." Nee, een feestnummer kun je Schopenhauer niet noemen. Het leven beschouwen als een taak die afmoet, of als een misstap waarvan de gevolgen langzaam aan het licht komen, daarmee maak je je niet direct het stralende middelpunt van een opgewekt koutend gezelschap. De belangstelling van de omstanders zal snel verschuiven van wat de zwartkijker te zeggen heeft, naar waarom hij toch zulke nare dingen debiteert.

Z

o'n type omstander is de psycho-analyticus Eduard Hitschmann, van wie recent een boek over Schopenhauer in vertaling is uitgebracht. In dat boek wordt de leer tot het leven herleid, tot de particuliere frustraties van de mens Schopenhauer: zijn jeugdervaringen, gesublimeerde sexuele driften, oedipuscomplexen. Een dergelijke interpretatie is mijns inziens een poging om de angel uit het werk van de schrijver te trekken. Als die Schopenhauer toch maar een ietwat pathologische figuur was, hoef je zijn denken ook minder serieus en kun je zijn boeken veeleer lezen als de uitdrukking van een ziektebeeld. Wat Schopenhauer met veel aplomb presenteert als de waarheid over het menselijk leven VU-MAGAZINE—FEBRUARI 1990

blijkt dan niet veel meer te zijn dan de waarheid over de mens Schopenhauer, Ik zie in het geheel niets in een dergelijke benadering, het is veel spannender om Schopenhauer's teksten wel serieus te nemen. Niettemin is de benadering van Hitschmann niet geheel onbegrijpelijk als tegenwicht bij de verabsoluterende stelligheid waarmee Schopenhauer doorgaans zijn gedachten formuleert. Wat dat betreft is hij in veel opzichten een klassiek filosoof. Zijn pessimisme baseert Schopenhauer namelijk niet uitsluitend op empirische waarnemingen en eigen ervaringen. Wat voor de meeste mensen een subjectieve en voorbijgaande gemoedsstemming is, betekent voor hem een vanuit zijn filosofische premissen voortkomende noodzakelijkheid.

chopenhauer is bovenal een metafysisch pessimist. De metafysicus heeft zich nooit 'tevreden willen stellen met de direct waarneembare wereld. De aartsvader van dit type filosoof is Plato die met de vermaarde fabel over de grot het basispatroon vervaardigd heeft waarop alle navolgers konden voortborduren. In de fabel heet het dat een aantal gevangenen naar een grotwand zit te turen waarop ze scha-

Si

Het niet-willen is óók willen, en wel een zeer extreme vorm daarvan; de wilsverlamming vraagt het uiterste van de wilskracht. duwen zien. Maar waar zijn die schaduwen eigenlijk de verschijningsvorm van? De geketenden zullen daar wel nooit achter komen maar een vrije geest zal zich niet door de helheid van het licht achter de grot laten afschrikken. Zo iemand zal proberen de 'echte' wereld te beschrijven, hij zal de onzichtbare structuren van de samenleving bloot willen leggen. Waar de middelmatige sterveling zich tevreden stelt met de 'schijn' daar 19

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 65

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's