VU Magazine 1990 - pagina 196
kunstmatige afsluiting van de IJssel tussen Deventer en Zwolle, die het water tot nóg grotere hoogten moet opzwepen. De laatste ingreep plan D genoemd -zal bovendien de toevloed richting Zwolle bevorderen, van al het water dat door het sluiten van de sluizen bij Den Oever, Kornwerderzand en aan het Noodzeekanaal, geen andere uitweg meer heeft. Wanneer het weer ook nog wat meewerkt, met hoge waterstanden en veel regenval, dan zal de IJsselvallei drie tot vier dagen na de afsluitingen zijn veranderd in een grote, bulderende en kolkende stroomversnelling. In dat geval kunnen onbeheersbare stroomsnelheden gaan optreden van tien- tot twaalfduizend kubieke meter water per seconde. De watermassa zal in dat geval in korte tijd steden als Doesburg en Zwolle, en de laaggelegen delen van Deventer volledig van de aardbodem vagen. Een groot gebied daaromheen zal bovendien onbewoonbaar worden als gevolg van het uitvallen van voorzieningen als gas, electra, drinkwater en riolering. Zelfs zijn er plannen die erin voorzien om, in geval van een werkelijk urgente situatie, de inundatie te bespoedigen door bij Den Oever en Kornwerderzand het zoute zeewater binnen te laten. De rampzalige gevolgen van deze noodgreep zullen aanzienlijk verder reiken dan oostelijk Nederland: landbouwgronden worden voor lange tijd onbruikbaar, en de toevoer van drinkwater in het westen van het land zal erdoor worden lamgelegd,
K
ostbaar, naar begrippen van die tijd, is de IJssellinie echter ook anderszins: een voorzichtige raming (het werkelijke bedrag is nimmer openbaar gemaakt) komt uit op ruim honderdmiljoen gulden; een bedrag dat juist in een periode van wederopbouw nauwelijks kan worden gemist. Dat geld is, naar nog geen tien jaar later blijken zal, in het water gesmeten, al wil Defensie het Nederlandse volk achteraf graag anders doen geloven. Zo schrijft een officier van de Genie in '67, als de liquidatie van de IJssellinie nog in volle gang is, dat deze monstruositeit "zijn geld dubbel en dwars heeft opgebracht". De "durf en voortvarendheid" door Nederland met deze werken betoond, zouden "respect en bewondering" hebben gewekt bij de Navo-bondgenoten, hetgeen zijns inziens heeft geresulteerd in "meer en vlotter hulp O bij de opbouw van ons defensieapparaat". Het is maar wat men rendement wil noemen. Zeker is, dat er veel tijd en geld ging zitten in het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van de ruim 750 objecten die op een of andere wijze bij de IJssellinie waren betrokken (even afgezien van de vele miljoenen die na '64 met de afbraak ervan waren gemoeid). Het totale plan omvatte aanzienlijk meer dan alleen de drie mobiele stuwen bij Bemmel, Arnhem en Olst, de sluizen bij Den Oever en Kornwerderzand, en de noodzakelijk geachte permanente bewaking van deze vitale objecten. Van belang waren daarnaast de vele 'inlaten' en 'overlopen' waarmee de overstroming
Restanten van de 'nabijverdediging' - geschutsopstellingen en toegang tot onder meer een ondergrondse telefooncentrale in de omgeving van de voormalige stuwlokatie bij Bemmel. Foto's Gert J. Peelen
VU-MAGAZINE—MEI 1990
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990
VU-Magazine | 484 Pagina's