Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1990 - pagina 424

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1990 - pagina 424

4 minuten leestijd

betitelde ongelovigen. Die anti-these (een onverzoenbare tegenstelling, dus) diende hem als argument om op tal van maatschappelijken gebieden eigen organisaties 'op gereformeerde grondslag' in het leven te roepen. En dat Is weer een krachtige Impuls gebleken voor de verzuiling die de Nederlandse samenleving tot ver in onze twintigste eeuw heeft gekenmerkt.

H

Portel van Klaas Schilder als rector van de Theologische Hogeschool Kampen, uit de periode ' 4 0 - ' 4 1 : 'de donderwolk van Oegstgeest'.

et tweede strijdpunt was een veralgemenisering van het Inhoudelijke eerste. De 'onderstelde wedergeboorte' was in feite niet meer dan een voorbeeld van de "menschelijke vonden en wetten" waartegen Schilder In zijn 'Acte van Vrijmaking' te keer gaat. f\/lensenwerk, en "bovenschrlftuurlijk" vond hij dit soort dogma's, die overbodig dan wel In strijd waren met de leerregels die In 1618 en 1619 voor eens en altijd waren vastgelegd tijdens de vermaarde synode van Dordrecht. Aan die Dordtse leerregels hadden Schilder en zijn medestanders meer dan genoeg. Dat dit soort modernistische eigenzinnigheden ruim drie eeuwen later nochtans gehoor vonden bij kerkelijke gezagsdragers van reformatorische snit, was al erg genoeg. Maar dat zo'n synode ze ook nog eens dwingend opdrong aan de gelovigen en hun zieleherders, was voor Schilder werkelijk de limit. Zo werden de mensen in gewetensnood gebracht, meende hij. Tegen dit 'slikken of stikken' verzette hij zich dan ook eigenlijk nog het meest. Het werd het derde, en in de ogen van velen, doorslaggevende strijdpunt. Inhoudelijk stond de kwestie al sinds 1942 ter discussie. De synode was onverbiddelijk en eiste dat zorgvuldig zou worden nagegaan of predikanten in spe wel instemden met de bewuste leerultspraken over de 'onderstelde wedergeboorte'. Schilder zelf stelde eind 1943 nog voor, de zaak even te laten rusten en pas na de oorlog verder uit te vechten. Handhaaf, zo schreef hij toen aan de synode, voor mijn part de bewuste leerultspraken, maar schort de dwingende binding daaraan op tot de kwestie, in een rustiger periode, binnen de kerk opnieuw kan worden besproken. Schilder beloofde, dat. Indien de synode dit alleszins redelijk klinkende verzoek wilde Inwilligen, hijzelf er In de tussenliggende periode over zou zwijgen. Het zou de onrust onder de gelovigen wegnemen, meende hij. Maar de synode dacht er anders over en bleek niet te vermurwen. Juist In deze woelige tijd is het noodzakelijk als kerk de eenheid te bewaren, vonden de gezagsdragers. En wat was daaraan meer dienstbaar dan het krachtig vasthouden aan een eenduidig omschreven geloofsleer? Dat pakte dus even anders uit. Bij de uiteindelijke 'vrijmaking' beriep Schilder zich op artikel 31 van de Kerkorde. Daarin valt te lezen dat de synode In geloofskwesties bij meerderheid van stemmen beslist - zoals bij de leeruitspraak rond de 'onderstelde wedergeboorte' 26

overigens het geval was geweest - en dat men zich aan zo'n besluit te houden heeft. Maar er zat een ontsnappingclausule in dit artikel. De binding aan de leerultspraak gold: "Tenzij dat het bewezen worde te strijden tegen het Woord Gods, of tegen de Artikelen, In deze Generale Synode besloten, zo lang als die door geen andere Generale Synode veranderd zijn." Schilder achtte deze clausule van toepassing. Hij wilde op basis daarvan In feite In 'hoger beroep', en achtte zich, hangende die beslissing, niet gebonden aan de betwiste leeruitspraak. De synode wilde een hoger beroep in principe niet uit de weg gaan, maar vond dat Schilder en de zijnen zich in de tussentijd al wel dienden te conformeren aan dat dogma. Het is het beroep op dit artikel van de Kerkorde geweest, dat de vrijgemaakten de - door synodalen lang met geringschatting uitgesproken - betiteling 'artikel 31' en '31-K.O.' heeft opgeleverd.

M

en zou hem haast sympathiek gaan vinden, die dekselse Klaas Schilder, die het vrijwel in z'n eentje opneemt tegen een stel machtswellustige synodocraten. Maar zo'n conclusie lijkt toch wat overtrokken. Schilder was allebehalve een innemende persoonlijkheid. Hij was een ongemakkelijke, rechtlijnige en ongedurige man die, gewapend met een vlijmscherpe pen het polemiseren niet kon laten, en daarbij VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1990

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1990 - pagina 424

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1990

VU-Magazine | 484 Pagina's