Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 216

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 216

5 minuten leestijd

Voor de Droogstoppels aller tijden moet dit spel een gruwel zijn. De Potlatch belichaamt het tegendeel van: zorgen voor morgen, een appeltje voor de dorst bewaren, niets weggooien zolang je het nog kunt gebruiken, je geld vastzetten op een spaartegoed. De culturen waarin het Potlach-spel gespeeld wordt, hebben een grenzeloze verachting voor alles wat van materiële waarde is. Het nut, de overlevingsdrang en de berekening hebben hier niets te vertellen. Wat telt is de roem en eer van de groep, het aftroeven van anderen, het aantonen van de eigen superioriteit. Hoe meer iemand zichzelf op het spel zet en zich ruïneert, des te meer roem valt hem ten deel.

betitelen. Kenmerkend voor elke vorm van spel is dat er regels bestaan die niet gerelativeerd kunnen worden; als je aan het voetballen bent, kun je niet doen alsof de buitenspelregel niet bestaat. In de middeleeuwen behoorde het tot de spelregels om een strijdperk af te bakenen. De toeschouwers van het gevecht hoefden niet bang te zijn dat ze van buitenstaanders deelnemers zouden worden. Andere spelregels: een oorlog werd steevast begonnen met een oorlogsverklaring, een onverhoedse aanval in de rug zou wel het toppunt van laagheid zijn. Niet elk strijdmiddel was geoorloofd, je vecht met open vizier tegen een in principe gelijkwaardige tegenstandolescentengedrag, noemt der. Een waarachtige ridder heeft Huizinga het; en het heeft een strenge opvatting over eer, inderdaad iets van de stoer- fatsoen en heldhaftigheid. heid van jongens die pochen hoeveel In de moderne tijd behoort het pilsjes ze wel niet op kunnen en het niet tot de goede zeden om politievooruitzicht dat ze later de wc vol- ke conflicten in het gevecht te bekotsen en drie dagen ziek op bed lig- slechten. Het wedstrijdelement, het laten zien wie de sterkste en gen graag op de koop toenemen. De dus de beste is, is opgegaan in een Franse filosoof Georges Bataüle is algemeen rechtsbesef. Toch is juist in het volkenrecht iets van die oude ridderlijke moraal bewaard gebleven, een zeker besef dat je sommige dingen niet kunt doen omdat ze tegen de eer en de regels zijn.

A

'De mens vergaart niet om te bezitten, maar om te verspillen en verkwisten.'

nog een stap verder gegaan. Hij ziet in de Potlatch weinig minder dan de menselijke essentie belichaamd: "de mens vergaart niet om te bezitten, maar om te verspillen en verkwisten." Een radicale gedachte, maar waarom niet eventjes - al is het maar bij wijze van gedachtenexperiment - radicaal zijn? Natuurlijk, zou je kunnen zeggen, het kopen van zoiets als een auto, een overjas of het bouwen van een stopera, het heeft allemaal zijn praktisch nut; maar tegelijkertijd zijn die aankopen altijd meer dan alleen nuttig; het gaat misschien wel vooral om de esthetiek, om het pronken met je spullen, het de ogen van de buren uitsteken. Wordt het berekenende handelen niet altijd overwoekerd door het verkwistende spel om roem en eer? Het is maar een vraag. Een verkwistend spel om roem en eer, zo zou je in zekere zin ook de oorlog en de politieke strijd kunnen 30

I

n die zin bezit ook het volkenrecht een zeker spelkarakter: een wederzijdse gelijkberechtiging, diplomatieke vormen, overeenkomsten waar een bepaalde opzegtermijn voor geldt etc. Wie deze regels overtreedt, loopt het risico als een spelbreker uit de internationale gemeenschap gestoten te worden en in een ander spel terecht te komen: dat van de oorlog. Maar Huizinga constateert juist dat in de loop der eeuwen de oorlog elke spelregel verloren heeft. Aan plechtige oorlogsverklaringen wordt niet meer gedaan, en de zekerheid dat de burger als toeschouwer van de strijd niet ook deelnemer en slachtoffer wordt, bestaat al lang niet meer. Het strijdtoneel bevindt zich overal, ook de onschuldige burger dreigt ieder moment een held in een tragedie te kunnen worden. Door het verlies van spelregels in de oorlog is iedere remming weggevallen; voor

Huizinga een geweldige daling van het gehalte van de beschaving en een ren naar de afgrond. Met het gehalte van die beschaving was het toch al niet zo best gesteld. Huizinga was een onversneden moralist en trok graag, het sterkst in zijn boek 'In de schaduwen van morgen', alle registers van de conservatieve cultuurkritiek wijd open. Evenals diverse intellectuele tijdgenoten ontwaarde hij links en rechts morele ontworteling, grove sensatiebelustheid bij de halfgeletterde massa's, hordes die in opstand komen, een avondland dat met de ondergang bedreigd wordt. Dat ook landen met een min of meer hoogstaande politieke moraal een oorlog ingezogen kunnen worden, dat mensen met een beschaafde ethiek onder bepaalde omstandigheden moorden kunnen begaan, is in de denkwereld van Huizinga moeilijk voorstelbaar. Een zedelijk bewustzijn dat gegrond is in de erkenning van gerechtigheid en genade dient elk menselijk handelen te leiden, predikt Huizinga in de slotregels van 'Homo Ludens'.

P

rachtige woorden, alleen zijn ze op het slagveld vermoedelijk minder bruikbaar. De houding van Huizinga is die van iemand die, terwijl de kogels hem om de oren vliegen, naar de vijand toeloopt om te zeggen dat hij hem na de ene wang nu ook de andere wil aanbieden. In theorie een edelmoedige houding, in de de oorlogspraktijk de ideale waarborg voor een snel levenseinde. De naïviteit van Huizinga loopt des te sterker in de gaten omdat hij het oorlogsspel op een ander punt koel en genadeloos analyseert: de oorlog als wedstrijd. Terwijl alle spelregels in een oorlog ertoe neigen te verdwijnen blijft er slechts één imperatief over, het winnen. Beter gezegd: doordat het winnen, het overleven, het allesbeheersende motief wordt doet het er weinig meer toe hoe de overwinning tot stand komt. Huizinga heeft het over een geest van spel die tot hysterie is vervallen. Achter elke aanvalsoorlog schuilt een aandrift die niet met rationele motieven - vanuit mensen die hun voordeel berekenen en hun economische belangen proberen te realiseren - te verklaren is. Alle fraaie weVU-MAGAZINE—MEI 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 216

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's