VU Magazine 1991 - pagina 390
Fitness: het lichaam in het goede model hijsen. Foto Michel PeUanders - HH
een beperkt karakter, er lijkt wel degelijk sprake te zijn van een radicale breuk. De socioloog Norbert Elias beschreef nog in zijn standaardwerk uit de jaren dertig 'Uber den Prozess der Zivilisation' de langzaam maar onverbiddelijk voortschrijdende Hchaamsbeheersing vanaf de middeleeuwen tot aan de twintigste eeuw. De eetgewoonten, het neus snuiten, de ontlastingsgewoonten ze werden allemaal aan strenge regels onderworpen. Het Hchaam kon niet zomaar al zijn nukken en grillen botvieren; er diende een beheersing plaats te vinden, zonodig een van buitenaf opgelegde, maar het liefst een zich helemaal eigen gemaakte ze//beheersing.
Dat gold met name voor de vervuiling maar diezelfde notie, vond ik, kon ook toegepast worden op de sport. Je mag best je talenten gebruiken maar in de topsport ontstonden vormen van kinderarbeid; kinderen werden al heel vroeg voor een sportloopbaan geselecteerd en moesten op zeer jonge leeftijd keihard trainen. Zoiets gebeurt niet in
wegingen van nationaal prestige, ook nog eens van staatswege gestimuleerd. Bart Crum heeft nu de hoop dat het afgelopen is met de ergste excessen in de topsport: "Vooral Oost- en West-Duitsland hoeven niet langer als Jacob en Esau met elkaar te concurreren. De gordijnen worden opengetrokken en dan pas blijkt wat voor selectieprak-
dienst van de mens, maar tegen de mens. "In de topsport heeft een excessieve groei plaatsgevonden, een verwetenschappelijking vooral: kinderen worden op jonge leeftijd onderzocht en er worden voorspellingen gedaan over hun latere lichaamsbouw en over hun geschiktheid voor bepaalde sporten. Wat je met kistkalveren en legbatterijen kunt doen, is ook mogelijk bij mensen. Wie dacht Olympisch goud te kunnen winnen door kinderen op zesjarige leeftijd af te zonderen, deed dat. Allerlei technische manipulaties zijn toegepast: bloeddoping, injecties met diverse stoffen, het trainen met zware gewichten. Dat heeft veel leed veroorzaakt. Topsport is een slagveld."
tijken daarachter schuilgingen. In bredere kring wordt nu gezegd dat de sport weer humaan moet worden." Anders dan in de topsport is in veel vormen van recreatiesport de noodzaak om voortdurend prestaties te leveren, afwezig. Daar heeft de theorie van de toenemende lichaamsbeheersing werkelijk afgedaan en kan, zou je zeggen, het onbekommerde plezier de overhand krijgen. Maar als ik de gezichten van joggers,fitnessliefhebbersen bodybuilders bekijk, is daar slechts verbetenheid en vastberadenheid van af te lezen. Hier wordt gezwoegd en gevochten! Het lichaam zal en moet in het juiste model gehesen worden. Het leed en de lust zijn in deze vormen van sport niet altijd scherp van elkaar te onderscheiden. Er zijn foto's waarbij je niet weet of de gelaatsuitdrukking van de geportretteerde er een is van hevige pijn of van extreme extase. Leed en lust schijnen bij de jogger en marathonloper nauw met elkaar verweven
L
ichaamsgenot lijkt momenteel veelal belangrijker te zijn geworden dan lichaamsbeheersing. Niettemin is ook de wereld van het sportieve niet volledig verzinnelijkt, er is een sector waar Elias' theorie van het afzien van lichamelijke affecten en impulsen nog recht overeind staat: de topsport. De lichamelijke lustbeleving is er niet echt hoog ontwikkeld. De Spaanse wielrenner Marino Lejarreta verklaarde helemaal gek te zijn van het fietsen als zodanig en aan een tweede plaats soms meer lol te hebben dan aan een eerste plaats, in de wereld van de topsport is hij evenwel een curieuze uitzondering. Alleen het plezier van de overwinning telt, niet het fijn met je lichaam bezig zijn; integendeel het gaat erom zoveel mogelijk pijn aan te kunnen, vooral niet toegeven aan de hchaamssignalen die melden dat het de hoogste tijd is om het kalmer aan te doen, en smeken je neer te vlijen op het zachte gras en naar de blauwe, wolkenloze hemel te staren. In de topsport is het lichaam een middel dat tot in zijn uiterste mogelijkheden benut en geëxploiteerd moet worden. Bart Crum had daar zo'n twintig jaar geleden al zijn bedenkingen over. Het was de tijd van het verzet tegen de prestatiemaatschappij en van de notie dat er wel eens grenzen aan de groei zouden kunnen zijn. "De Club van Rome bracht het idee onder de aandacht dat je op een gegeven moment op grenzen stuit waar de groei de menselijke waardigheid gaat bedreigen. 28
Z
ulk gedrag lijkt universeel en nagenoeg onvermijdelijk. Overal zijn wel ouders te vinden die er alles voor over hebben dat hun veelbelovende tenniskind de top bereikt. In de Oosteuropese landen werd die houding, vanuit over-
VU-MAGAZINE—OKTOBER 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's