VU Magazine 1991 - pagina 107
woorden als broeikaseffect, loempiaveilenmachine en koppensneller. Ook komen er vragen binnen over het opstellen van een brief in het Engels. Over het verschil tussen yours faithfully en yours sincerely en over de Engelse vertaling van firmanamen. Sommige vragen zijn heel lastig. Dan zijn we echt aan het puzzelen. We archiveren al die vragen ook. En een collega verzamelt alle nieuwe Engelse woorden die we hier, zeg maar, ontdekken." Enthousiast vertelt Koster over de voor velen onbekende, maar talrijke Engelse uitdrukkingen die verwijzen naar de spreekwoordelijke Nederlandse zuinigheid. Hebben wij onze mening over de Belgen nog netjes verpakt in moppen, de Engelsen steken in hun dagelijks taalgebruik regelmatig de draak met ons. Een Engelsman die een lucifer bespaart door iemand een vuurtje te geven met z'n eigen sigaret, noemt dat a dutch kiss. En een feestje waarbij de gasten zelf hun etenswaar moeten meebrengen, wordt aangekondigd als a dutch party. Ook de uitdrukking to go dutch, duidt op onze zuinigheid; 'samen betalen', betekent dat. En wat dacht u van dutch courage, oftewel Hollandse moed? Die heeft een Engelsman wanneer hij te veel gedronken heeft. Dan durft ie alles! Gelukkig is er een troost voor degene die zich beledigd voelt. Al deze uitdrukkingen dateren uit de zeventiende eeuw, toen we een paar oorlogen met de Engelsen hebben uitgevochten.
O
ver op het Duits. Alleen al omdat Duitsland onze grootste exportpartner is, lijkt het zaak ook die taal serieus te nemen. "We denken allemaal dat we goed Duits spreken", aldus Koster. "De meesten kunnen zich natuurlijk ook wel redden, maar op een heel oppervlakkig niveau. Als we een biertje willen bestellen, dan lukt dat wel. Maar bij het voeren van een gedegen zakelijk gesprek komt wel wat meer kijken", waarschuwt hij. Tot nog toe was die matige talenkennis niet zo'n probleem. In vergelijking met onze buurlanden, deden we het immers nog niet zo slecht. We kregen overal complimentjes. De Nederlanders deden dan ook altijd redelijk goede zaken in het buitenland. Maar langzaam VU-MAGAZINE—MAART 1991
maar zeker krijgt de Nederlandse zakenman meer concurrentie. In Frankrijk en Engeland is het volgen van een vreemde taal tegenwoordig verphcht. In Duitsland zelfs van
uette bij de bakker. Sommige Nederlanders zijn zelfs zo bang om Frans te moeten spreken dat ze met een omweg door Duitsland naar hun vakantieland Spanje rijden.
twee. En met de voorsprong van hun moedertaal, waaraan Duitsers, Engelsen en Fransen over de grens vaak nog wel iets hebben en wij niet, scheelt dat. Dreigt de Nederlander z'n voorsprong te verliezen? "We hebben pech", zoals Luns ooit zei, "want we hebben veel buitenland." Normaal gesproken hebben Nederlanders de meeste moeite met de Franse taal. Die staat als Romaanse taal nu eenmaal verder van ons af dan Duits en Engels, die, met het Nederlands, hun Germaanse oorsprong gemeen hebben. Door de zogenaamde contractions - het samentrekken van de laatste medeklinker van een woord met de klinker waarmee een volgend woord begint - die in het Frans veel voorkomen, is deze taal soms moeilijk te verstaan. Ook tobben we vaak met de mannelijkheid en vrouwelijkheid van woordvormen en daardoor met de grammatica.
O
Scholieren laten Frans dan ook als eerste vallen op de middelbare school. Veel Nederlanders hebben hooguit vier jaar Franse les gehad. Net genoeg om een pilsje te kunnen bestellen op de camping of een
ok zakelijk gezien heeft de schroom Frans te spreken gevolgen. Bedrijven hebben soms een vermijdingsstrategie voor franstalige landen, signaleert Koster. Bijvoorbeeld Nederlandse ingenieursbureaus. In alle landen heb-
Dr. C.J. Koster: 'We laten ons snel vleien door Engelsen die zeggen dat onze taalbeheersing excellent is.' Foto Peter Wolters AVC/VU
Dutch courage - Hollandse moed. Die heeft een Engelsman wanneer hij te veel gedronken heeft. Dan durft ie alles! ben deze bureaus zo'n zes procent van de markt in handen. Behalve in Latijns Amerika, waar het aandeel nog geen twee procent is. En in de Franstalige landen van Afrika slechts anderhalf procent. Tegenover de negen procent in Engelstalige Afrikaanse landen, is dat een opvallend verschil. Het is trouwens niet alleen van belang dat we onze vreemde talen wat beter onder de knie krijgen, wanneer 9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's