Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 395

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 395

3 minuten leestijd

ê geen onenigheid bestaan. Anderzijds stond Calvijn onder invloed van de humanisten. Die geloofden niet in de kunst om de waarheid in rationeel te doorgronden denksystemen te ordenen, maar achtten integendeel de menselijke geest ten hoogste in staat om waarschijnlijke meningen voort te brengen. Soortgelijke tegenstellingen zijn er in Calvijns mensbeeld te vinden. Hij had geleerd de menselijke persoonlijkheid te zien als een hiërarchie van afzonderlijke functies. De hoogste van deze functies was de ziel; het laagste van alles wat de mens is, is het lichaam. En zoals in het hele heelal de orde bewaard moet worden door de overheersing door de hogere functies van de lagere, zo moet ook het lichaam beheerst worden door de ziel. Matiging was in dit verband voor Calvijn een sleutelbegrip. Hij schreef het voor als remedie in allerlei omstandigheden en toonde zich zo de moralist waarvan we alom veronVU-MAGAZINE—OKTOBER 1991

derstellen dat hij die was. Uit de toon van zijn moralistische betogen sprak de woede, schrijft Bouwsma, van de man die geloofde dat de zondaar zijn zonde had kunnen vermijden als hij zich daartegen maar vastberadener had verzet. "Calvijn kon zich er niet bij neerleggen dat er niets te doen was aan het falen van de hogere functies tegenover de lagere."

Z

onder het zelf precies in de gaten te hebben, sprak Calvijn soms echter ook op een heel andere, haast holistische manier over de mens. Zonde verbond hij dan niet uitsluitend met de lagere functies, het lichaam, maar met het hart, de kern van de mens. Er zijn zelfs legio passages in het werk van Calvijn te vinden waarin hij vol lof spreekt over de genoegens die het lichaam de mens kan geven - en dat past nauwelijks in het beeld dat we nu nog van Calvijn hebben. De verschijning van Bouwsma's boek, in 1988, was een wetenschap-

pelijke gebeurtenis van belang. Een aantal gangbare meningen over Calvijn worden in het boek onderuit gehaald. Zo gaat men er meestal van uit dat Calvijn bij uitstek een systematisch denker is, veel meer dan andere vertegenwoordigers van de hervorming. Bouwsma gelooft daar echter helemaal niets van. Volgens hem wilde noch kon Calvijn een systeem scheppen. Hij wilde het niet: hij liet zich niet leiden door de logica van een systeem-in-aanbouw, maar door de wens om wat hij wilde overbrengen zo begrijpelijk en doeltreffend mogelijk te rangschikken. Hij kon het ook niet, omdat hij leefde in een tijd met teveel verschillende, niet met elkaar in overeenstemming te brengen invloeden. "Een systematische Calvijn zou een anachronisme zijn", aldus Bouwsma. D

W.J. Bouwsma, Johannes Calvijn. De man en zijn tijd. Vertaling Gerda Pancras. Uitgeverij Balans, Amsterdam 1991. Prijs f49,50.

33

Illustratie Aad Meijer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 395

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's