VU Magazine 1991 - pagina 162
en nijd de boventoon voerden. Een beeld dat overigens redelijk overeenkomt met de huidige stand van zaken in de (fysische) antropologie, Het is niet eenvoudig de 'bewijsvoering' tegen waar veel vakgenoten alles behalve dikke vrienalle verdachten in de Piltdown-affaire hier den zijn. samen te vatten. De vinder Charles Dawson ge- Elliot Smith zou Piltdown hebben opgezet als niet de twijfelachtige eer het hoogst op de lijst een monsterlijke grap om Smith Woodward en van verdachten te staan. Alleen al het feit dat hij vooral Keith voor gek te zetten; een daad die bij alle vondsten in ieder geval aanwezig was, en zou zijn ingegeven door zijn onstuimige haat teer na zijn dood nooit meer een mensachtig fos- gen Keith. Elliot Smith stelde zichzelf ook wel siel uit het Piltdown-grint te voorschijn is geko- achter de Piltdown-schedel op, maar zou geen men, biedt hem alles behalve een alibi. gelegenheid onbenut hebben gelaten om erop te Afgelopen jaar vond een conservatrice van the wijzen dat hij de orginele beenderen nimmer aan Royal College of Surgeons, Caroline Grigson, een onderzoek had onderworpen. aanwijzingen dat Dawson, op zijn zachtst ge- Keith's betrokkenheid wordt uitgewerkt in twee zegd, weinig betrouwbaar was. Zo gebruikte hij boeken die het afgelopen jaar verschenen van tekeningen van hoektanden van een gorilla om de hand van de in New York werkzame antropoSmith Woodward te overtuigen dat de door Teil- loog Frank Spencer. Keith zou de voortgang van hard ontdekte hoektand inderdaad mensaap- de wetenschap hebben willen helpen door een achtig was. De gorilla-schedel die hij daarvoor fossiel te creëren dat ooit ook wel op legitieme gebruikte, wist Grigson in de collectie op te spo- wijze zou zijn gevonden; dit alles vanuit de volle ren, Het betrof een aan botziekte lijdend exem- overtuiging dat zijn interpretatie van de menselijplaar, waarvan het gebit sterk aangetast was; ke evolutie de enig juiste was. Het bewijs dat iets wat Dawson in zijn tekeningen zorgvuldig Spencer hiervoor aanvoert is echter niet echt buiten beeld wist te houden. overtuigend. Als motief voor Dawsons fraude zijn de zucht Even zwak is het bewijs tegen een tijdgenoot van naar roem of de wens de gevestigde wetenschap Keith, de geologie-professor uit Oxford, William voor gek te zetten, genoemd. Onenigheid is er Sollas. Sollas zou zowel Keith als Smith Woodechter over de vraag of Dawson wei voldoende ward tot op het bot gehaat hebben. In een brief deskundigheid had om zoveel experts te mislei- schrijft hij over Keith: "Hij is de meest doortrapte den. De medeplichtigheid van een deskundige windbuil en een gemene streber in de wereld van handlanger is dan ook een algemeen terugke- de antropologie (), Hij is als een komeet omhoog rend thema in deze discussie, geschoten en valt straks in brokken weer naar Van het onderling nauw betrokken Britse drie- beneden." Wedijver binnen de wetenschap komt manschap - Smith Woodward, Elliot Smith en zoals gezegd wel vaker voor. Als bewijs voor de Keith - wordt alleen Smith Woodward algemeen betrokkenheid bij fraude is het daarom te mager. ontzien. Men beschouwt hem veeleer als het Ooit zou, met medeweten van Sollas, een zogrootste slachtoffer; een saaie, verstrooide en genaamd door 'prehistorische mensen', maar in uiterst gedreven wetenschapper die in de nada- werkelijkheid door schoolkinderen versierde gen van zijn carrière beentje werd gelicht. Keith paardeschedel naar Smith Woodward zijn veren Elliot Smith komen er in een aantal publica- stuurd. Deze publiceerde de 'unieke' archeologities heel wat minder gunstig af. sche vondst met gretigheid, tot groot genoegen Als de verhalen ook maar voor de helft waar zijn, van Sollas. dan was de antropologie reeds in de begintijd daarvan een wespennest vol intriges, waar haat De opvolger van Sollas in Oxford, JA. Douglas, leverde in 1978 op theatrale wijze aanvullend be-
De verdachten
Java-mens was volgens Keith geen ontbrekende schakel, maar gewoon een menselijk wezen. De Nederlander, die aanvankelijk met grote inzet streed voor de erkenning van zijn fossiel, raakte verbitterd. Naar verluidt begroef hij de beenderresten onder de vloer van zijn eetkamer en weigerde bijna dertig jaar lang ze aan collega-geleerden te tonen.
R
obert Broom, een Schotse paleontoloog, en de Zuidafrikaanse anatoom Raymond Dart, die in de jaren dertig vanuit Zuid-Afrika de vondsten bekend maakten van resten van
20
zeer oude menselijke voorouders (de Australoplthecen), moesten het evenzeer ontgelden. Deze Australopithecen zouden naar hun zeggen het bezit van een klein hersenvolume hebben gecombineerd met een rechtopgaande gang en een reeds mensachtig gebit. Keith kwam tot de conclusie dat het hier zou moeten gaan om mensapen en zeker niet om mensen. Over Dart zei hij: "Aan zijn kennis, intellect en verbeeldingskracht kan geen twijfel bestaan, maar wat mij beangstigt is zijn vluchtigheid, zijn minachting voor de gevestigde meningen, het onorthodoxe van zijn kijk op de dingen" De contra-bewijzen, in de vorm van menselijke VU-MAGAZINE—APRIL 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's