VU Magazine 1991 - pagina 149
woord dat zich opdringt is 'stereotype'.
N
tingen vervolgens met elkaar in verband brengen. Dat is nu eenmaal de noodzakelijke eerste en misschien ook wel tweede stap. Je moet eerst oppervlakkig in kaart brengen wat er aan de hand is; daarna kun je pas dieper gaan graven."
H
et onderzoeksprogramma is nogal ambitieus van opzet, want het omvat niet alleen beschrijvend en verklarend onderzoek, het moet ook ten goede komen aan de ontwikkeling van het overheidsbeleid op het gebied van de volksgezondheid. Het programma is bovendien zo opgezet dat ook na de looptijd ervan - vijfjaar - de vruchten nog geplukt kunnen worden; het is namelijk de bedoehng dat het onderzoek naar gezondheidsverschillen met een sociaal-economische achtergrond door het programma een blijvende impuls zal krijgen. Blijvende aandacht voor dit veld van onderzoek is geen overbodige luxe, want de verdeling van bepaalde gezondheidsproblemen blijkt in de loop der tijd te veranderen. Zo blijkt het hartinfarct zich in de afgelopen decennia van managersziekte tot volksziekte te hebben ontwikkeld. Er sterven tegenwoordig veel minder mensen aan een hartinfarct dan vroeger. Voordat deze daling VU-MAGAZINE—APRIL 1991
inzette hadden mensen uit hogere sociaal-economische lagen een beduidend grotere kans op een hartinfarct; nadat de dahng een feit was waren het daarentegen mensen in de onderste lagen die in verhouding vaak door een hartinfarct getroffen werden. In de verklaring van dit verschijnsel nemen de onderzoekers Kunst en Mackenbach alvast een voorschot op wat nader onderzoek aan het licht moet brengen. Op grond van "een hele boekenkast vol literatuur" - aldus Mackenbach - uiten de onderzoekers onder meer het vermoeden dat voorlichting over gezondheid misschien meer moet aansluiten op "de denkbeelden van de middenklasse dan op die van de arbeidende klasse". In enkele grove lijnen wordt vervolgens deze arbeidende klasse geschetst: men houdt er meer vast aan bestaande gewoonten en denkbeelden, men meent er vaker dat weinig kan worden gedaan om ziekten te voorkomen, en gezondheid heeft er niet altijd de hoogste prioriteit. Deze gedragsfactoren kunnen, aldus Kunst en Mackenbach, begrepen worden "vanuit een leven dat door onzekerheid, machteloosheid en een tal van problemen bepaald wordt." Ritsema zou het misschien 'platitudes' noemen, en een ander
ader onderzoek zal de onderzoekers meer greep moeten geven op culturele factoren en ook op persoonlijkheidskenmerken als 'determinanten' van de verschillen in gezondheid. Toekomstgerichtheid is zo'n culturele factor. "Een door zeer veel onderzoekers geuite veronderstelling is", zegt Mackenbach, "dat mensen met een hogere opleiding er minder schadelijke gewoonten op na houden, omdat zij meer geneigd zijn om in de toekomst te kijken. Zij laten zich in hun gedrag meer beïnvloeden door de verwachtingen die zij hebben over de effecten van hun gedrag op de langere termijn. Dat gaan we proberen te meten." Een persoonlijkheidskenmerk dat in sommige onderzoeken naar voren kwam als deel van de verklaring van gezondheidsverschillen is wat wel 'neuroticisme' wordt genoemd, "de neiging tot neurotische reacties die er onder meer toe kan leiden dat mensen psychosomatische klachten uiten en niet de oorzaak van de problemen aanpakken", aldus Mackenbach. Volgens een aantal onderzoekers komt neuroticisme meer voor bij mensen met lagere opleidingen. "Wat je daarmee aanmoet, weet ik eerlijk gezegd niet precies."
Minder gezond eten en zwaarlijvigheid zijn risicofactoren die in lagere sociale klassen relatief vaker voorkomen. Foto Hans van den Boogaard/HH
'Je moet eerst oppervlakkig in kaart brengen wat er aan de hand is; daarna kun je pas dieper gaan graven.' Platitudes? Stereotypen? Het gaat hoe dan ook om onaangename feiten. "Zulk onderzoek gebeurt veelal vanuit een soort bewogenheid ten opzichte van mensen die onderaan de maatschappelijke ladder staan", verdedigt Mackenbach zich nog een keer. "De mensen om wie het gaat willen de resultaten echter liever niet horen. Ze weten dat ze een laag inkomen hebben, ze weten dat ze vervelend werk doen, en nu horen ze dat ze er ook nog eens eerder aan dood gaan. Tja, dat is natuurlijk geen bijdrage aan een zonnige kijk op het leven." D
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's