VU Magazine 1991 - pagina 333
iotJ^
"TisabeÜ^ ^ax^t^
U
£>ob
weet vast nog wat een 'bep van gest' is, en een lijdend voorwerp en het naamwoordelijk deel van het gezegde, maar u weet vast niet wat een zinskern is. De zinskern is het onderwerp met de persoonsvorm. Kinderen die nu op de basisschool grammaticales krijgen maken uitentreuren oefeningen waarin ze in voorbeeldzinnen de zinskern moeten onderstrepen. In 1978 had het weinig gescheeld of de kinderen van de jaren tachtig en negentig hadden geen grammatica meer gehad op school. In dat jaar kwam er een officieel advies van het Ministerie van Onderwijs dat luidde: schaf het grammaticaonderwijs op de lagere school helemaal af, want het is veel te moeilijk, het heeft geen enkel nut en het maakt het onmogelijk dat kinderen ooit nog plezier in taal zullen hebben. Buiten en binnen de taalkunde ontstond grote commotie. In de kranten oreerden ingezonden-brievenschrijvers over taalverval en het verloren gaan van cultuurgoed. Nooit zijn mensen zo massaal en ongemotiveerd conservatief als wanneer het gaat om taal en spelling. Taalkundigen die het grammaticaonderwijs een warm hart toedroegen wisten dat ze met argumenten, in de vorm van onderzoeksresultaten, moesten komen. Voorstanders hebben van oudsher, want deze discussie wordt al veel langer gevoerd, deze vier argumenten: grammatica is nodig om correct te kunnen spellen, grammatica is een hulpmiddel bij het leren van vreemde talen, grammaticaonderwijs geeft een kind inzicht in de taalstructuur, en grammaticaonderwijs is nuttig voor de schrijfvaardigheid. De eerste twee argumenten zijn door onderzoekers van tafel geveegd. VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1991
Ofa^
Totr^vo. '^^MÈtl^
(^CUMJ
ffkhjuM^
Voor het leren van onze spelling heb je maar een heel beperkt aantal grammaticale begrippen nodig. En daarbij: die spelling moet eindelijk eens gemoderniseerd worden, Het is doodzonde dat onderwijzers zo ontzettend veel tijd kwijt zijn om kinderen die d's en t's te leren en of het nu 'konijnehok' is of 'konijnenhok'. Als de spelling simpel was, zouden er op basisscholen zeeën van tijd over zijn voor belangrijker zaken. Het huidige grammaticaonderwijs sluit slecht aan op het onderwijs in vreemde talen. De leraar Engels gebruikt veel minder grammaticale begrippen en hanteert heel andere termen. Als hij dat al doet, want veel moderne taalmethodes maken helemaal geen gebruik van grammatica. Voorstanders van het grammaticaonderwijs hebben hun hoop dus nog gevestigd op twee gunstige effecten: het geeft inzicht in de taalstructuur en het is nuttig voor de schrijfkunst. n 1984 publiceerde de taalkundige ór. Marjolein van Doft'Slijper een proefschrift over grammatica op de basisschool. Zij hield een vurig pleidooi voor een nieuw soort grammaticaonderwijs dat inzicht geeft in de taalstructuur. De traditionele methode geeft dat inzicht niet. Die kun je dus gerust afschaffen, vindt ze. Er wordt nu gewoon slecht grammaticaonderwijs gegeven. De grootste boosdoener is het verfoeilijke ding, genaamd 'zinskern'. In de zin 'Klaas ziet zijn jongste zusje op straat lopen' is 'Klaas ziet' de zinskern. Dat druist helemaal in tegen het taaigevoel van leerlingen, die 'Klaas ziet zijn zusje', terecht, aanvoelen als de kern van de zin. Rare constructies als 'Jan is','Vader heeft' moeten ze beschouwen als de kern van de zin. 15
Illustraties bij dit artikel van Juliette de Wit, uit 'Grammatica in Balans'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's