VU Magazine 1991 - pagina 324
Wt
Gijs Schreuders: 'Dat was gewoon politiek.' (linlis) Foto Han Singels Koos van Zomeren: schuldgevoelens, (rechts) Foto ANP
antwoorden wordt het persoonlijk verleden onder de loep genomen. Voor menigeen was het communisme een manier om zich af te zetten tegen het benauwde gezinsleven waarin men in de jaren vijftig was opgegroeid. Elsbeth Etty (tegenwoordig redacteur van NRC Handelsblad) herinnert zich hoe haar familieleden haar waarschuwden voor de 'sekte' waarin zij zich opsloot. "Maar waarom zou mijn leven beperkter zijn dan het hunne? Was het mijne niet veel intensiever? Ik dankte god dat ik niet, zoals mijn getrouwde zusjes op de Veluwe woonde, maar in mijn eentje in de Jordaan, geen VVD stemde, geen auto had, geen hypotheek en me niet af-
zijdig hield van wat er in de wereld voorviel." Marjo van Soest beschrijft uitgebreid hoe het leven van haar ouders er aan toe ging: "'s Avonds om elf uur dekten ze met grote precisie de tafel voor het ontbijt van de volgende ochtend. Broodplank, bordjes, bestek, eierdopjes, eierlepeltjes, zoutvaatje. Ze zetten daarbij de bordjes en kopjes omgekeerd neer, tegen de ongerechtigheden die er
's nachts in mochten neerdwarrelen. Het was een zwijgzaam ritueel waarbij ze elkaar soms in de deuropening tegenkwamen. Dan zuchtte mijn vader diep en bleef als een pilaar staan, de hand met de theepot geheven, tot mijn moeder een stapje opzij deed."
O
ok de oorlog speelde een rol. De CPN werd beschouwd als de partij van de februaristaking en van Hannie Schaft. Wie lid werd stond automatisch ook in de naoorlogse werkelijkheid aan de goede kant. En daar was behoefte aan. Max Arian (nu Groene Amsterdammer) beschrijft hoe hij als kind het gevoel had dat hij de rol moest waarnemen van zijn vader, die elf maanden nadat hij betrokken was geweest in een gevecht met een groep W.A.mannen naar Auschwitz werd gedeporteerd. Net als zijn vader wilde Arian aan de goede kant staan. Maar het kan ook anders. Bij Arnold Koper hing er thuis altijd een loodzware stemming als de oorlog ter sprake kwam. De familie was fout geweest. Om te voorkomen dat hem dat ook zou overkomen, werd hij lid van de CPN die in het verzet een belangrijke rol had gespeeld en dus zeker goed was. En dan was er de Vietnam-oorlog. De tv het er schokkende beelden van zien, die aantoonden dat het kwaad nog lang niet was uitgeroeid. Erik van Ree herinnert zich dat hij die beelden van zijn twaalfde tot zijn achttiende jaar bijna dagelijks zag. Ze riepen wraakgevoelens bij hem op, en die hoopte hij te kunnen bevredigen door zich aan te sluiten bij de militaristische maoïstische beweging (die werkelijk een gewapende strijd wilde voorbereiden). Het verhaal van Van Ree is aanmerkelijk schrijnender dan de meeste andere. Hij werd niet bewogen door enig verlangen naar een communistische utopie, maar door een behoefte aan geweld. "Het communisme met zijn 'volksoorlog' was mijn vernietingingsfantasie', schrijft hij. "Ik herinner me nog goed mijn tomeloze enthousiasme bij het Teth-oflfensief en mijn sadistische vreugde toen ik ervoer dat de 'Vietcong' ook Amerikaanse toeristen in zwembaden verrast had. Eindelijk gerechtigheid!"
V
erlangen om met hun milieu te breken en verlangen om aan de goede kant te staan, dat dreef veel jongeren die in de jaren zestig en zeventig lid werden van de CPN of andere ultra-linkse bewegingen. Achteraf overheerst de schaamte. Soms over de leugens of halve waarheden die men heeft verkondigd en vaak over de arrogantie: het idee dat men vanzelfsprekend aan de goede kant stond. Etty noemt dit nu "een vorm van megalomanie die kenmerkend is voor het communisme." Ze vervolgt: "'Wij' waren a priori goed. Zulk superioriteitsgevoel is de bron van veel meer kwaad en maakt ook de essentie uit van wat ik pas veel later als stalinisme zou benoemen." Maar niet iedereen is zo resoluut.
Sommige auteurs proberen wanhopig nog iets van de communistische inboedel te redden. Joost Kircz van de Socialistische Arbeiderspartij houdt vol dat het socialistische kind niet met het badwater moet worden weggegooid (immers: "we staan nog steeds aan een begin"). Wetenschapper Kees van der Pijl meent nog altijd dat het werk van Marx een belangrijk raamwerk voor de wetenschap kan zijn en dat onderzoekers VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's