Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 196

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 196

5 minuten leestijd

De overdracht van prikkels tussen zenuwen, zoals deze naar alle waarschijnlijkheid plaatsvindt, schematisch voorgesteld. De ui-vormige synaps scheidt neurotransmitter af, die via de synaptische spleet en het membraan de receptoren bereikt.

Voor een groot deel moeten de pro- maar veeleer een grey box (een grijze perkingen. De mogelijkheden zijn cessen die daarin plaatvinden echter doos dus) zijn. Die kleur sluit ook tot nu toe veelal beperkt tot het benog ontmaskerd worden en vaak beter aan bij een term als 'grijze handelen van symptomen. Het idee wordt er dan ook gesproken van de massa' waarmee de inhoud van de om bijvoorbeeld agressief gedrag te è/(2cA:-Z)oxbenadering. Door bepaal- hersenpan ook nogal eens wordt kunnen 'behandelen' door in te grijpen in hersenprocessen is vooralsde stoffen of prikkels aan het sys- aangeduid. teem aan te leveren blijken de stem- Nieuwe beeldvormingstechnieken - nog veel te hoog gegrepen, mocht ming, het bewegen en de waarne- met illustere namen als NMR {nu- het ethisch al aanvaardbaar zijn. mingen beïnvloed te kunnen wor- cleaire magnetische resonantie), Een enorm groot gedeelte van de den. Men weet echter weinig van CT (computer-tomografie) en PET hersenen (zeven-achtste deel) blijkt hetgeen zich binnen de 'zwarte doos' {positron-emissie-tomografie) - ma-op een of andere manier betrokken afspeelt, alleen de input (een bepaal- ken het mogelijk om verwerkings- bij agressief gedrag. Dat maakt het de stof) en de output (een bepaalde processen in de hersenen van de niet eenvoudig selectief in te grijpen. gedragsverandering) kan met zeker- proefpersoon op de voet te volgen. De kans dat door behandehng ook heid worden vastgesteld. Deze technieken kunnen niet alleen andere veranderingen in de perOp het symposium 'Biochemie van de inwendige structuren zichtbaar soonsstructuur worden aangebracht gedrag', dat eind februari werd ge- maken. Ze maken het bovendien is niet denkbeeldig. Volgens Cools organiseerd door de Utrechtse Bio- mogelijk om stofwissehngsprocessen komt gedrag tot stand door een wislogen Vereniging, bespraken Neder- tijdens bepaalde typen gedrag na te selwerking tussen (uitwendige) priklandse deskundigen op dit vak- gaan. Zo is het mogelijk de activitei- kels en eerder opgeslagen informagebied over de vorderingen in het ten van één bepaalde neurotransmit- tie. Abnormaal gedrag komt daarom zowel voort uit stoornissen in de overbruggen van de kloof tussen ter in de hersenen te volgen. hersenen als in de omgeving. Dit be'gedragsmatig functioneren en chemische substanties'. De Nijmeegse ools benadrukte echter tij- tekent dat als er in de omgeving neurofarmacoloog prof.dr. A.R. dens het symposium, dat de niets zou veranderen er ook geen geCools schetste bij die gelegenheid explosie van nieuw verwor- drag zou zijn. zijn arbeidsterrein misschien het ven kennis ons niet alleen bewust In experimenten met verlamde katduidelijkst door te stellen dat de moet maken van mogelijke toepas- ten, waarvan de contacten tussen de hersenen tegenwoordig geen black, singen, maar vooral ook van de be- hersenen en het ruggemerg zijn ver-

C

De rol van neurotransmitters Het zenuwstelsel - van bijvoorbeeld de mens - bestaat uit een netwerk van zenuwen met vertakkingen door het gehele lichaam. Door dit netwerk wordt informatie gestuurd in de vorm van stroomstootjes. Enerzijds wordt er zo door zintuigcellen verzamelde informatie naar het centrale zenuwstelsel, de hersenen en het ruggemerg, vervoerd. Anderzijds bereiken bevelen vanuit het centraal zenuwstelstel zo de uitvoerende organen. Op deze wijze is coördinatie van verschillende activiteiten en processen in principe mogelijk. De basiseenheid van het zenuwstelsel is de zenuwcel of neuron. Hoewel er veel verschillende typen zenuwcellen zijn, hebben ze toch allemaal dezelfde algemene opbouw. Het cellichaam is meestal enigzins stervormig en wordt gekenmerkt door vele dunne uitlopers. Een van die uitlopers, axon genaamd, is ten opzichte van het cellichaam enorm lang en onderhoudt de contacten met ver weg gelegen lichaamsdelen. Door middel van de talrijke, relatief korte uitlopers (de dendrieten) onderhouden de ceUichamen van zenuwcellen contact met elkaar. De zenuwcellen, waarvan de cellichamen voor het merendeel zijn gelegen in de hersenen en in het ruggemerg, kunnen via de dendrieten met honderden andere zenuwcellen in contact staan. In dat contact spelen neurotransmitters een belangrijke rol. Een signaal dat in de vorm van een stroomstootje {actiepotentiaal) een cellichaam bereikt, kan niet rechtstreeks aan een andere zenuwcel worden doorgegeven. Om overdracht toch mogelijk te maken, bezitten de uitlopers (dendrieten) zogenaamde synaptische contacten. Synapsen zijn knopvormige uitstulpingen waarvan het celmembraan

10

synaptische spleet synaps axon

receptoren

slechts met een dunne spleet (de synaptische spleet) van de andere zenuwcel is gescheiden. In de synaps bevinden zich de neurotransmitters. Als een signaal de synaps bereikt, worden deze in de synaptische spleet vrijgegeven. Deze boodschappers kunnen, als zij het celmeinbraan van de volgende zenuwcel bereiken, bijvoorbeeld een nieuwe elektrische puls doen ontstaan, die zich dan weer langs deze zenuwcel voortzet. In de meeste gevallen zal de neurotransmitter na korte tij weer worden afgebroken en is het synaptisch contact weer geret voor een volgende overdracht. Dit nogal ingewikkelde proces zorgt er voor dat er veel variatie in hel uiteindelijk over te dragen signaal mogelijk is; van totale uitdovinj tot langdurig en sterk. De intensiteit is onder meer afhankelijk van d grootte van het synaptisch contact, het type en de hoeveelheid neurO'

VU'MAGAZINE—MEI 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's