VU Magazine 1991 - pagina 377
waar hedendaagse pedagogen zo hoog van opgeven. Slrebertjes kweek je daar mee, zegt hij. Dit is een punt dat aandacht verdient, want een systeem van belonen en straffen schijnt een heel effectieve manier te zijn om kinderen in het gareel te brengen. Herbert vertelt in 'Regels en gezag' hoe je zoiets moet aanpakken. Gewoon veel pluimpjes en complimentjes geven ligt het meest voor de hand, maar voor moeilijke kinderen werkt dat vaak niet. Kleine lastpakjes geeft u stickers, knikkers of buttons als beloning voor goed gedrag. Voor oudere kliertjes ontwerpt u een puntensysteem. Is ze brutaal: punt eraf. Komt ze netjes op tijd thuis: punt erbij. Stel een lijst op met privileges die het kind met die punten kan verdienen. Draag overal - in de supermarkt! - een notitieboekje bij u, waarin u de boekhouding van het slechte en goede gedrag bijhoudt. In 'Straffen in de opvoeding' staat dat deze token-economy-methode met succes is toegepast in tehuizen
VU-MAGAZINE—OKTOBER 1991
voor moeilijk opvoedbare jongeren. Dat succes is wel verklaarbaar. Je netjes gedragen wordt een leuk spel, waarmee aardige prijzen te winnen zijn. Ook een 'pluspunt' van de puntenmethode is dat het gemopper en gevit daarmee doorbroken kan worden. Zoals bleek uit het Utrechtse onderzoek: ouders geven de hele dag door standjes; kinderen worden daar immuun voor; je bereikt niets behalve een akelige sfeer. Die sfeer is misschien te verbeteren door zo'n token-economy in te stellen. Pedagogen van de jaren zeventig zouden zeggen: zo voed je geen kind op, zo dresseer je een circusaap. Juist bij moeilijke kinderen helpt actief luisteren, weet Gordon. Zo kom je er achter waaróm dat kind zich misdraagt. En zoek samen naar oplossingen voor steeds terugkerende conflicten. Als het kind gevraagd wordt mee te denken voelt hij zich gemotiveerd om zich te houden aan de gemaakte afspraak.
A
lhoewel de geitewollensokken-pedagogiekboeken veel sympathieker en veel verstandiger zijn dan de nieuwste boeken, hebben al deze adviesboeken een manco gemeen. De opvoedingstheorie die men huldigt wordt veel te ongenuanceerd en te drastisch voorgeschreven. Dat mooie, wijze boek 'Luisteren naar kinderen' zou nog veel bruikbaarder zijn als Gordon had ingezien dat kinderen en ouders baat hebben bij een beperkt aantal huisregels. Het is veel rustiger als alle gezinsleden weten dat de regel is 'Tijdens het eten blijft iedereen aan tafel zitten', dan wanneer men daar iedere avond opnieuw ik-boodschappend en actief-luisterend over in discussie moet. "Ik vind het ongezellig als we niet allemaal samen aan tafel blijven zitten." "Maar ik wil naar de Turtles kijken!" "Je wil daar wel erg graag naar kijken hè?" Gordon is ook te absoluut in zijn overtuiging dat het kind zijn eigen problemen kan oplossen. Hij verwacht erg veel van kinderen. Het is ongetwijfeld waar dat ouders hun kinderen bijna nooit de kans geven zelf een uitweg te zoeken. Maar alles zelf oplossen is een te zware opgave voor een kind, dat tenslotte nog in ontwikkeling is. Het moet toch prettig zijn als pappa eens een keer zegt: "Ik zou Danny maar even op je
crossfiets laten, dan wil hij vast wel weer met je spelen". Andere adviesboeken schetsen een overdreven en onrealistisch beeld van hoe kinderen zijn. Het kind waar 'Regels en Gezag' over praat is een extreme etter, terwijl het meisje waar Leach over schrijft wel een zeldzaam dotje is. Een uitzondering vormt het Groeiboek, het meest gelezen pedagogische geschrift van het moment. Het Groeiboek, een uitgave van de kruisverenigingen, krijgen alle jonge ouders op het consultatiebureau uitgereikt. De groeivorderingen van de baby en de eetadviezen worden er in
Voor oudere kliertjes ontwerpt u een puntensysteem. Is ze brutaal: punt eraf. Komt ze netjes op tijd thuis: punt erbij. genoteerd en het staat vol opvoedingstips. Dit boekje is niet dogmatisch maar heel praktisch van aard. Soms moet je een kind zijn zin geven. "Je kind wil die groene trui wéér aan. Maar jij hebt die leuke nieuwe trui in je hoofd. Trek hem die groene trui aan, ook al is die niet meer helemaal schoon. Je kind is blij dat zijn keuze wordt gevolgd." Maar, zegt het Groeiboek, "een kind heeft ook grote behoefte aan duidelijke grenzen. En die mag je best stellen". Over driftbuien zegt het Groeiboek dat je het ene kind anders moet benaderen dan het andere. "Soms helpt het een kind even apart te zetten of zelf de kamer uit te gaan. Andere kinderen help je door ze stevig vast te houden. (...) Als ze uitgetierd zijn, hebben ze meestal behoefte om dicht tegen je aan wat bij te komen en te voelen dat het weer goed is." Volgens het Groeiboek krijgen peuters driftbuien omdat ze zich gedwarsboomd voelen in wat ze willen. Niet omdat het tirannen zijn die graag hun ouders pesten. D
15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's