VU Magazine 1991 - pagina 209
de materie waardoor hij zich omgeven weet en waaruit hij zelf is opgebouwd, minder ontzield, althans raadselachtiger, blijkt te zijn dan fysici hem al die tijd hadden voorgespiegeld. Maar onbegrijpelijk in het licht van dit fundamentele mysterie, is daarom de houding van sommige (astro)fysici die volharden in hun absolutistische antwoorden op laatste vragen.
illem B. Drees is (afgestudeerd) theoreisch fysicus en in 1989 gepromoveerd als theoloog. In een vraaggesprek met VU-Magazine hekelde hij bij gelegenheid van zijn promotie de al te gemakkelijke grensoverschrijdingen tussen wetenschap en geloof. Wat hem dwars zat was bijvoorbeeld het feit dat de oerknal-theorie door gelovigen én ongelovigen is aangegrepen om er de scheppingsgedachte zowel mee te verdedigen, als te ontkrachten. Dat wederzijdse misbruik is Drees (inmiddels als studiesecretaris verbonden aan het Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit) nog steeds een doorn in het oog. Het blijkt zonneklaar uit zijn 'Heelal, mens, God'; een bundel 'vragen en gedachten', die eind maart verscheen. In dit nogal persoonlijk getinte, maar bescheiden getoonzette boekje, probeert Drees wetenschap en geloof uit hun wurgende, wederzijdse omstrengeling te bevrijden. Noch in een sciéntistisch atheïsme, noch in een ongrijpbaar, zweverig holisme - in theorie de twee meest extreme uitkomsten van deze dodelijke omhelzing - ziet hij enig heil. Door de megalomane grootspraak van fysici als Hawking tot de juiste proporties terug te brengen, breekt hij de ban, en schept hij ruimte voor het voortbestaan van een kosmisch omkaderde, religieuze beleving, waarvan hij tentatief en vragenderwijs de ijle contouren schetst. De oerknal, en de implicaties daarvan voor het geloof in een god als schepper, is een van de onderwerpen die in dit boekje worden aangeroerd. De theorie hieromtrent, gaat helemaal niet over de Big Bang, aldus Drees, maar over de tijd direct erna. Om het absolute nulpunt nog verder te naderen, zal eerst een gecombineerde kwantumzwaartekrachttheorie moeten worden ontwikkeld. En zelfs dan is het de vraag of fysici het eigenlijke beginpunt ooit zullen bereiken, of dat het - als bij de schillen van een ui - altijd bij benaderingen zal blijven.
Wi
Ook Drees voert Stephen Hawking ten tonele, die in zijn theoretisch concept het heelal voorstelt als een tijdloos geheel; weliswaar begrensd, maar zonder begin of eind. Evenmin als de noordpool het begin, en de zuidpool het einde van de aardbol vormt, of een ei een begin en eind kent, is het door de mens als oerknal gepercipieerde punt zoiets als het begin van alles. Tijd is een imaginair begrip in dit concept, vergelijkbaar met de breedtegraden die de mens ter oriëntatie op de globe heeft geprojecteerd. VU-MAGAZINE—MEI 1991
H
awkings kosmologische visie is - hoe briljant doordacht ook - er een tussen vele. Willem Drees beschrijft daarnaast ook de visie van de Rus Andrej Linde, die het heelal ziet
De geringe terughouden(jhei(j van (je go(ds(Jienst heeft de wetenschap tot een eigenwijs, miskend en rancuneus stiefkind gemaakt. als een vat kokend water, waarin zich steeds opnieuw bellen (de 'universa' dus) vormen. De bellen hebben een begin en eind; het vat is echter tijdloos. En in de visie van de Britse kosmoloog Roger Penrose is de tijd juist weer heel fundamenteel voor de geschiedenis van ons heelal, die hij als onomkeerbaar en uniek beschouwt. Te bewijzen zijn deze spectaculaire maar speculatieve concepten naar verwachting niet; de be23
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's