VU Magazine 1991 - pagina 488
In de ban van supergeleiding
1988
In elke natuurkundige schuilt een Willy Wortel. Wordt ergens in een laboratorium een werkelijk revolutionair lijkende ontdekking gedaan, dan staat de gehele fysische wereld ook onmiddellijk op z'n kop. Soms is het vals alarm - de koude kernfusie bijvoorbeeld, en het vermeende middel tegen AIDS - en keert een ongekende agressie zich tegen de onderzoeker die, al dan niet met opzet, maar ten onrechte de commotie veroorzaakte. In het geval van 'supergeleiding' bleken de berichten echter juist. Twee medewerkers van VU-Magazine, Bram Vermeer en Mark Mieras, beschrijven in juni '88 de consternatie die de vinding teweeg bracht, en spraken met de ontdekker, Nobelprijswinnaar K.A. Muller.
R
uim een jaar geleden vormde een onverwachte ontdekking het startsein voor een wetenschappelijk festijn dat tot op heden voortduurt. In laboratoria overal ter wereld brouwen fysici vreemde stoffen. Supergeleiding bij kamertemperatuur is het einddoel. En de natuurkundige die nu de goede greep doet, verbindt zijn naam aan de technische toekomstvisioenen van de eenentwintigste eeuw: treinen die moeiteloos voortzweven boven magnetische rails, elektriciteit die weerstandsloos van continent naar continent stroomt en nóg snellere computers. Maar de beer is nog niet geschoten. Een jaar van ingespannen zoeken bracht het doel nog maar een klein beetje dichterbij. Supergeleiding mag zeker gerekend worden tot de merkwaardigste verschijnselen in de natuur. Bij zeer lage temperaturen verliezen sommige materialen plotseling alle weer-
stand voor elektrische stroom. Het is alsof eenfietserna eenfiksetegenwind plotseüng in de luwte belandt en merkt dat het trappen hem geen enkele inspanning meer kost. Het verschijnsel werd begin deze eeuw voor het eerst waargenomen door de Leidse fysicus Kamerlingh Onnes. Hem lukte het als eerste ter wereld om heliumgas vloeibaar te maken. Daarvoor was een temperatuur vereist die slechts enkele graden boven het absolute nulpunt lag. Bij deze extreem lage temperatuur deden zich onverwachte verschijnselen voor; supergeleiding was daar een van. In Onnes' koude-installatie leek het of de elektrische stroom werkelijk een 'eeuwigdurende beweging' uitvoerde.(.) Begrepen hebben natuurkundigen het verschijnsel nooit volledig, al werden wel metalen en legeringen ontdekt die supergeleidend werden bij een iets hogere temperatuur. In
De weerstandmeter wijst O ohm aan, de temperatuur is -194,2 graden Celsius: supergeleiding. Records liielden soms maar enkele uren stand. Foto FOM
38
VU-MAGAZINE—DECEMBER 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's