VU Magazine 1991 - pagina 344
Het vonnis kon bestaan uit een vrijheidsstraf - tot levenslang - of de doodstraf. Tegen uitspraken van deze rechters vv'as geen beroep mogelijk. Van de doodstraf kon wel gratie worden gevraagd bij de luitenant-gouverneur-generaal. Auditeur-militair was een gewone officier van Justitie; een niet-mihtair dus. Goede rechtskundige verdediging was niet voorhanden; alleen in ernstige zaken trad, op verzoek, een Nederlandse officier als advocaat op van de beklaagde op. Mr. Bieger werd auditeur-militair bij het BKG van de 'V-brigade' te Poerwokerto. Dit gerecht was in 1948 in het leven geroepen door kolonel 'Jantje' Meyer, werd voorgezeten door een KNIL-majoor, en is, in Biegers herinnering slechts tweemaal
Schuldig aan een koelbloedige moord op een militair die hen nog wel 'als blijk van goede verstandhouding zijnerzijds een sigaret had aangeboden.' bijeen geweest. Biegers ervaringen met BKG's waren slecht: "De rechtspraak was soms onbevredigend, soms onbegrijpelijk. Overal stond de doodstraf op in die tijd." Hij bracht zijn zaken daarom liever voor bij de Bijzondere (land)Rechter. In feite hadden de BKG's tot taak de guerilla-methoden van de Indonesiërs strafrechtelijk te bestrijden. Belangrijkste doel was niet zozeer snelrecht, alswel het opruimen van tegenstanders. Sommige civiele openbare aanklagers stonden daar volledig achter, zo blijkt uit het volgende voorbeeld.
O
p 9 augustus 1948 hield mr. P. Okma, vertegenwoordiger van de procureur-generaal op West-Java, een uiteenzetting voor de staf van de in Bandoeng gelegerde '7 December-divisie'. Hij sprak over zijn ervaringen in de voormalige residenties Priangar en Cheribon. Volgens Okma was er in dat gebied sterke behoefte aan berechting door een BKG. Dat kon, zei hij, "in bijzondere noodgevallen van groot nut zijn om in het belang 26
van rust en orde, ernstige verstoringen daarvan, op snelle, strenge en afdoende wijze te berechten daar waar de normale rechtspleging niet in staat is om e.e.a. op te vangen." Er moest een "integrale opruiming" komen van de pemoeda's door het leger. "Het bijzonder gerecht moet een logisch gevolg zijn van en tevens zich nauwkeurig kunnen aanpassen bij de doelstellingen van het opererende leger", zo betoogde Okma bij die gelegenheid. "Niet logisch, doch wel practisch noodzakelijk is daarbij tevens, dat de voorgenomen opruimings-manoeuvres in afdoende mate slagen." Maar een BKG zou volgens hem ook nog een andere taak kunnen vervullen: "Duidelijke in gebreke stelling van de normale berechting zodat het rechtsbewustzijn van de bevolking door de bijzondere berechting niet wordt gekwetst." Okma had vooral het veelvuldiger toepassen van de doodstraf op het oog. Een eenmaal uitgesproken doodvonnis zou naar zijn mening onmiddellijk dienen te worden uitgevoerd. Dat was immers het doel van deze bijzondere rechtspraak: "zoowel uit algemeen preventief oogpunt als ook repressief een absoluut vereiste." De mogelijkheid om gratie te verzoeken, diende daarom zijns inziens te worden uitgesloten. Zo'n "moeizame gang" langs allerlei, steeds hogere instanties, betekende in zijn ogen een fatale verzwakking, en beroofde "het nieuwe krijgsgerecht van zijn voornaamste slagkracht". Al met al groeide de neiging om met steeds groter gemak de doodstraf op te leggen. Een voorbeeld uit de herinnering van mr. Bieger. In de eerste maanden van 1948 trokken de V- en W-brigades op vanuit Bandoeng en hielden op een dag rust in Tegal op Midden Java. Daar kwam een groep Indo-chinezen naar ze toe en meldde dat enkele famiUes waren uitgemoord. Hun üchamen zouden te vinden zijn in een put verderop. De groep wees de daders aan. Die werden nog dezelfde avond berecht door een volstrekt informele krijgsraad, met een officier als verdediger. De uitspraak was: doodstraf. De executie werd meteen uitgevoerd, omdat men de volgende dag weer verder moest. Men wilde toch iets doen.
Bieger meent dat dit geen rechtspraak was, maar standrecht a la Westerling: "Ik praat het niet goed, maar ik kan het me wel voorstellen. Het ontzaglijk grote aantal zeer ernstige misdrijven dwong tot niet-normale rechtspraak."
H
oeveel doodvonnissen in totaal door BKG's gewezen zijn, en hoeveel zijn uitgevoerd, is niet bekend. Mr. Bieger vertelt hoe de BKG van de V-brigade tijdens een zitting vier doodvonnissen velde tegen krijgsgevangenen. Het betrof leden van de staf van een bataljon van de Republikeinse Siliwangi-divisie, onder wie de bataljonscommandant, die in september 1948, als zovele duizenden TNI-militairen, naar West-Java probeerden te komen, en tijdens een vuurgevecht gevangen waren genomen. Bieger eiste zelf twee doodvonnissen. Maar de militaire rechters legden er vier op. Twee knapen, die meetrokken met deze divisie en hand- en spandiensten hadden verleend, kregen ook de zwaarste straf. Bieger had gevangenisstraf geëist, om ze nadien naar huis terug te sturen. Bieger vond het vonnis te gortig, vloog naar Batavia en vroeg de procureur-generaal gratie te bevorderen; dit waren immers gewone soldaten die een dienstopdracht uitvoerden. De PG was het met hem eens en ondersteunde zijn advies. J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix noemen in hun studie 'Het Nederlands/Indonesische conflict' deze zaak ook, en noemen nog vier doodvonnissen: de BKG van Garoet (West-Java) wees deze vonnissen tegen TNI-leden die na de Renvilleovereenkomst op West-Java waren achtergebleven. Het is niet bekend wanneer dit plaatsvond. Uit correspondentie van de auditeurs-militair mr. J.G. Reyers en mr. L. Verbeek aan hun superieuren blijkt dat zij in de eerste helft van 1949 bij hun BKG's op Sumatra vier of vijf maal de doodstraf eisten, die door de rechters ook daadwerkelijk werden uitgesproken. Procureur-generaal Felderhof was voorstander van krachtig optreden, zo blijkt uit zijn correspondentie. Naar aanleiding van een zaak van twee Indonesiërs, verdacht van moord op een Nederlandse militair, antwoordde hij op het verzoek om advies van de be-
VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's