VU Magazine 1991 - pagina 467
Dr. J. Rinzema (links) en prof.mr. J. de Ruiter in gesprek: 'Het huwelijk overvraagt, naar z'n juridische kant, de mensen een beetje.' Foto Peter Welters AVC/VU
samenwonen in plaats van te trouwen. Rinzema: "Er zullen zeer verschillende motieven zijn tot samenwonen. In sommige gevallen zul je moeten vragen (je moet niet zo gauw iets zéggen, vind ik): 'kunnen jullie dat eigenlijk wel maken?' Bijvoorbeeld wanneer er opvattingen zouden bestaan die zouden getuigen van grote zorgeloosheid of onverschilligheid, iets wat naar mijn taxatie niet veel voorkomt. In andere gevallen zou ik vragen: 'dus jullie zijn eigenlijk getrouwd?'(.) Ik zou geneigd zijn mensen die zich als gehuwden gedragen, als gehuwden te beschouwen." De Ruiter: "Ook ik vind dat je je, wanneer twee mensen een relatie aangaan, moet afvragen: wat willen die mensen eigenlijk? Aan een relatie die we samenvatten met 'huwelijk', zijn vele aspecten te onderscheiden. Een compleet huwelijk, inclusief gezinsvorming, heeft een vijftal 'kernfuncties', zoals de gezinssoVU-MAGAZINE—DECEMBER 1991
ciologen dat noemen. Men denkt hierbij aan de sexualiteit, de voortplanting, de opvoeding van kinderen, het gemeenschappelijke huishouden en de emotionele geborgenheid. Nu zijn er veel mensen die dat alles niet in hun relatie kunnen of willen onderbrengen. Ze vinden in het huwelijk te veel.(.) "Er bestaan situaties waarin mensen zeggen: om die en die reden past de huwelijksvorm ons wel; om andere redenen niet. Het huwelijk overvraagt, naar z'n juridische kant, de mensen naar sommiger oordeel een beetje, en dat zit vooral in de financiële sfeer. In de morele sfeer, die te maken heeft met de kwaliteit van de relatie, heeft de wet natuurlijk niets te eisen of voor te schrijven." Rinzema: "Daarmee ben ik het eens. Een overheid kan niet dwingend normen opleggen. Als er mensen zijn die zeggen: we vinden het huwelijk een te knellend juk, dan is het de taak van de overheid om ruimte te scheppen."
De Ruiter: "Door alles heen loopt ook de vraag van de maatschappelijke positie van de vrouw. Die is hier ongelooflijk belangrijk.(.) Het probleem is vaak dat door de voorgeschiedenis binnen het huwelijk, de onderhandehngspositie van de vrouw uitermate zwak kan zijn. Ik geloof dat daarom de groeiende bewustwording, de emancipatie, de mondigheid van de vrouw, kan bijdragen aan stabiele huwelijken, eerder dan dat het daaraan afdoet." Rinzema: "Ik denk dat we nu in een overgangsfase leven, dat het oude afhankelijkheidspatroon van de vrouw - hoewel de vroegere huisvrouw bepaald een persoonlijkheid was - toe groeit naar een pariteitsverhouding. Ik heb het idee dat het emancipatieproces nog niet is voltooid." n
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's