Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 366

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 366

3 minuten leestijd

De eerstgeborene van een gezin staat doorgaans terughoudender tegenover nieuwe wetenschappelijke theorieën dan een jongere broer of zus, becijferde Frank Sulloway. Een empiricus onder de wetenschapshistorici.

.. cJat l^omt, Kir i^ de jongste ahmi

MARTIN ENSERINK

Wie in de wetenschap nieuwe gegevens of theorieën op tafel legt, kan soms op stevige weerstand rekenen. Zeker wanneer ze in strijd zijn met alles wat tot dan toe voor waar werd gehouden. Zo reageerde de natuurkundige wereld geschokt en ongelovig toen twee niet onverdienstelijke fysici twee jaar geleden op de proppen kwamen met de claim dat ze in een eenvoudig bekerglaasje atoomkernen hadden laten fuseren. Kernfusie, dat wist iedereen, is alleen mogelijk bij een temperatuur van vele miljoenen graden. Wat het EngelsAmerikaanse duo beweerde, was strijdig met alles in de natuurkunde. Hoewel in menig laboratorium de proefopstelling werd nagebouwd, waren de reacties dan ook gereserveerd - naar later bleek terecht. Om een wereldbeeld omver te gooien moet je van goede huize komen.

M

aar wat bepaalt de opstelling van individuele wetenschappers in het debat over een nieuwe, controversiële theorie? Waarom werd Charles Darwin door sommigen verketterd, terwijl anderen zijn evolutietheorie als geniaal bestempelden? Volgens de Amerikaanse wetenschapshistoricus Frank J. Sulloway, medewerker van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology, moeten we voor het antwoord op die vraag terug naar het ouderlijk huis van de onderzoeker. Of een wetenschapper vatbaar is voor nieuwe ideeën, of juist krampachtig vast-

Wetenschap als eeu\^5( houdt aan het oude, is sterk afhankelijk van de vraag of hij thuis de oudste was of een van de jongere kinderen. Eerstgeborenen, zegt Sulloway, hebben de neiging wetenschappelijk conservatief en traditioneel te zijn, terwijl latergeborenen open staan voor vernieuwing en radicale theorieën. Sulloway heeft het allemaal uitgezocht, en uit zijn werk doemt een merkwaardig beeld van de wetenschapsgeschiedenis op: een al eeuwen durend gevecht van 'latergeboren' wetenschappers die steeds weer conceptuele omwentelingen in de wetenschap hebben geïntroduceerd en verdedigd tegen de protesten van hun 'eerstgeboren' collega's. Dat er iets bijzonders is met eerstgeboren kinderen, is al meer dan een eeuw bekend. Hun IQ is gemiddeld hoger en vaak schoppen ze het verder in de maatschappij. Onder vooraanstaande, beroemde, rijke en machtige burgers bevindt zich een onevenredig aantal eerstelingen, zoals onder andere blijkt uit tellingen in biografische werken als Who's Who en American Men in

Science. Ook bij de verdeling van Nobelprijzen en andere vormen van eerbetoon staan ze vaak met hun neus vooraan. Een veel gehoorde verklaring voor dit succes is dat oudste kinderen meestal een bijzondere band met hun ouders hebben. Waarschijnlijk geven vader en moeder hun eersteling meer aandacht en moedigen ze hem of haar meer aan; daardoor zou de oudste sterker gemotiveerd zijn om aan de hooggespannen verwachtingen te voldoen.

V

olgens Sulloway zijn eerstgeborenen in de wetenschap niet alleen oververtegenwoordigd, maar drukken ze ook een behoudend stempel op bijna elk wetenschappelijk debat. Hij ontdekte dat toen hij als historicus de strijd rond Darwins evolutietheorie bestudeerde. Die theorie was in de negentiende eeuw goed voor een jarenlange heftige discussie, waar zich behalve wetenschappers ook geestelijken en geïnteresseerde leken in mengden. Sulloway onderzocht van driehonderd deelnemers aan de discussie VU-MAGAZINE—OKTOBER 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 366

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's