Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 121

5 minuten leestijd

der sterk is geweest dan de schrijvers in kwestie zelf dachten. De beweging van Tachtig en die van Vijftig zijn duidelijke pogingen geweest van groepjes literatoren om literatuur-geschiedenis te creëren; die bezigheid is godzijdank niet alleen voorbehouden aan geleerden. Dat is puur literatuur-pohtiek die zij toen bedreven, zo in de trant van: lees mij en mijn vriendjes en vergeet de rest maar. De Tachtigers en Vijftigers is het gelukt. Andere bewegingen waren minder succesvol. Probleem is nu dat, waar de duidelijkheid van zo'n beweging ontbreekt, de keuze van de geschiedschrijver meteen ook subjectiever wordt.

D

ie moeilijkheid deed zich wat mij betreft bijvoorbeeld voor in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Wie of wat moetje kiezen om de essentie van de literatuur in die complexe periode neer te zetten. Ik heb gekozen voor het tijdschrift Forum van Du Perron en Ter Braak. En wel omdat zij uiteindelijk de meeste invloed op de literaire ontwikkeling hebben gehad. Over Opwaartsche Wegen of De Gemeenschap - twee levensbeschouwelijk gebonden letterkundige tijdschriften uit diezelfde periode - hoorde je na de oorlog niemand meer; over Forum wel. De reacties op dit tijdschrift waren voor mij het criterium om voor Ter Braak en Du Perron te kiezen. Een redenering achteraf natuurlijk, omdat het nog maar de vraag is of hun invloed in de bewuste periode wel zo groot was. Aan die paar honderd exemplaren die er van Forum verkocht wer-

VU-MAGAZINE—MAART 1991

Prof.dr. A.G.H. Anbeek van der Meijden (1944) doceert moderne Nederlandse letterkunde aan de Rijsuniversiteit te Leiden. Vorig jaar verscheen zijn 'Gescliiedenis van de Nederlandse literatuur; 1885 - 1985' waarvan deze maand alweer de derde druk verschijnt. Het was de eerste poging sinds veertig jaar om zo'n omvattende geschiedenis van de moderne letterkunde te schrijven. Eveneens vorig jaar verscheen Anbeeks tweede roman: 'Sisyphus verliefd'. Anbeek is onder meer redacteur van 'Literatuur', tweemaandelijks tijdschrift over Nederlandse letterkunde. Interview: Gert J. Peelen Foto: Klaas Koppe

den, kun je dat in geen geval aflezen. Maar het is wel zo dat er, voor en na de oorlog, enorm op Forum is gereageerd. Ik geef toe dat ik in mijn schifting heel sterk gericht ben geweest op Ter Braak. Die vond de rest maar niks. Misschien zijn er heel belangrijke schrijvers uit die periode die ik over het hoofd heb gezien. Ik weet het niet. Maar ik ben wel van plan me nog eens uitvoerig in die periode te gaan verdiepen.

W

at me erg interesseert is de vraag of nou bijvoorbeeld zo'n beurskrach invloed heeft gehad op de hteratuur; of die in de romans en de poëzie is terug te vinden. Mijn boek is inmiddels al aan de derde druk toe; als er nou een vierde komt dan wil ik aan dat hoofdstuk over het interbellum toch iets toevoegen. Aan de andere kant: er moet wel iets te onderzoeken blijven. Wat ik in de inleiding èn de uitleiding sterk benadruk is, dat het hier om een visie gaat, een uitgangspunt in de benadering van de geschiedenis van de moderne literatuur. Als ik zou willen zou ik

zelf de meest vernietigende recensie kunnen schrijven; ik weet zelf het best wat ik heb overgeslagen. Aardigste reactie zou ik vinden als naar aanleiding van het mijne een nieuw handboek verschijnt. Ik prikkel mijn collega's bewust: vinden jullie het niks?, kom dan maar met iets beters! Je kunt een heel ander boek schrijven. Bijvoorbeeld vanuit een sociologische invalshoek. Dan is het afgelopen met elitaire maatstaven over wat kunst is en wat niet. Nel Benschop is dan degene die je hebben moet, want die wordt het meest gelezen. Dan beschrijf je niet het circuit van Ter Braak en Du Perron, maar van Jos Brink en Toon Hermans. Waarom niet? Dat is ook een visie. En met niet minder bestaansrecht dan de mijne! In de redactie van het tijdschrift 'Literatuur' zit ik samen met Herman Pleij. Wat Pleij aan Hterair-historisch onderzoek naar de Middeleeuwen doet, komt in feite daarop neer.

nou eens eerlijk; is er in de geschiedenis van de Nederlandse letterkunde nou echt een vrouwelijke auteur van hetzelfde gewicht als Couperus en Emants; is er echt een vrouw die je kunt plaatsen in het rijtje Hermans-Muhsch-Reve? Nee dus. Weglaten is een kunst en maakt je kwetsbaar, dat is wel gebleken. Een boek als dit kan haast per definitie nooit de lezer voor de volle honderd procent tevreden stellen. Dat kan niet. Dat is ook zo frustrerend als je aan het schrijven bent. Je weet van tevoren dat niemand het er volledig mee eens zal kunnen zijn. Eigenlijk zou ik zelf ook teleurgesteld moeten zijn: mijn eigen favorieten staan er ook niet in, al heb ik er zo nu en dan een binnengesmokkeld. Dat is het risico wanneer je probeert een overzicht te geven zonder je primair te laten leiden door je meest persoonlijke voorkeuren. Eigenlijk is de kritiek me best meegevallen. Ik lees dan wel geen recensies - ik

'Als ik zou willen zou ik zelfde meest vernietigende recensie kunnen schrijven; ik weet zelf het best wat ik heb overgeslagen.'

A

l die recensies lees ik niet. In Hollands Maandblad schijnt een stuk te hebben gestaan waarin Maarten 't Hart pagina's lang te keer gaat tegen mijn manier van geschiedschrijven. Ach, Maarten 't Hart, zo'n boekenbreier, die zich ineens opwerpt als kampioen van het anti-sexisme, door mij te verwijten dat ik in mijn boek geen vrouwen behandel. Wees

vind dat nu eenmaal geen vrolijke bezigheid - maar anderen scheppen er kennelijk groot genoegen in mij van die kritieken op de hoogte te stehen. Ik kan daaruit aardig opmaken wie mijn vrienden zijn en wie doen alsof. M'n vrienden roepen: goh, leuk stuk over je in de NRC! Mensen die minder op me ge; steld zijn houden het op: hé Anbeek, heb jij 't Hart al gelezen? *> 23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's