VU Magazine 1991 - pagina 218
betreft had de teruggetrokken studeerkamergeleerde, de 'academische conformist', meer inzicht in de samenleving dan menigeen die pretendeerde er midden in te staan. De afstand die hij nam was nodig om scherper te kunnen zien.
V
anuit die afstand kon Huizinga enkele 'antropologische constanten' ontwaren. En wie overal in de geschiedenis gelijksoortige verschijnselen waarneemt zal niet snel zijn hoop stellen op een betere mensheid. Het verlangen om te winnen, te overtreffen en onsterfelijk te worden blijkt nauwelijks uitroeibaar te zijn. Hooguit mag gerekend worden op een zekere matiging, een zekere zelfbeperking en zelfbeheersing. Vandaar dat Huizinga zijn hoop stelde op de parlementaire democratie en het volken-
'Aan den aanvang van een strijd om het bestaan staat meestal niet de honger, maar de afgunst om macht en eer.' recht, daar is de politieke strijd aan stricte spelregels onderworpen en de kans op excessen het kleinst. In de parlementaire democratie heeft de ambitie om landen te veroveren plaatsgemaakt voor de ambitie om een plaatsje te veroveren op de kieslijst; de zes uur lange toespraak is gereduceerd tot een minuutje aan de interruptie-microfoon; de permanente aanwezigheid van de levensgrote portretten in de straten is ingeruild voor de beeldflits op het televisiescherm. In dit aan regels gebonden spel om roem en eer zullen weinig doden vallen, een overwinning is niet automatisch synoniem aan verwoesting, het gevecht is van zijn scherpe kanten ontdaan. Het heeft haast iets aandoenlijks gekregen. D
Naar aanleiding van : W.E. Krul, 'Historicus tegen de Tijd', Historische Uigeverij Groningen.
32
R
ampen horen bij mensen. Wij, dokters, spreken van rampen als er zoveel slachtoffers vallen dat er extra mobilisatie van hulpinstanties nodig is. De ernst wordt aangegeven in aantal doden. Een paar voorbeelden om er aan te wennen. Eerst twee vulkaanuitbarstingen: de eerste, de Vesuvius in het jaar 79 voor Christus, eiste twintigduizend doden door de lava. De tweede, de Krakatau in de Straat Sunda, doodde in 1883 op de kusten van Java en Sumatra 36.800 mensen, kennelijk nauwkeurig geteld door onze landgenoten. Dhe recente aardbevingen: Tangshan in China (1976), Armenië (1988) en Rudbarin Iran (1990) met respectievelijk 242.000, 25.000 en 37.000 slachtoffers. Dit kwam doordat de huizen niet zo aardbeving-resistent waren als die van de inwoners van San Francisco die verleden jaar een niet minder sterke beving meemaakten. Van de overstromingen noem ik er vier de Hwan Ho-rivier in China in 1931 door dooi, regen en storm, de delta in Nederland in 1953 dooreen Noordwesterstorm bij springtij en Bangladesh in 1970 en 1985 door cyclonen met vloedgolven; de tol was respectievelijk 3.700.000 (amper te geloven!) 1.835 (verschhkkelijk, weet u nog), 300.000 en 11.000 slachtoffers. Door hongersnood stierf Ierland vrijwel uit tussen 1846 en 1851; er vielen anderhalf miljoen doden, maar dit was weinig vergeleken met Noord-China waar, nu ruim tien jaar geleden, bijna 10 miljoen mensen van ellende en honger omkwamen. De ramp in Ierland was zo radicaal omdat er nog een typhusepidemie doorheen speelde.
Dit brengt ons als vanzelf bij de vijfde vorm van rampen, de epidemieën. Die zijn altijd al rampzalig geweest De bevolking van West-Europa decimeerde tussen 1347 en 1351 door de pest: 75 miljoen doden. Mijn ouders brachten als ze het over 'de mobilisatie' (voor Nederland de Eerste Wereldoorlog) hadden, altijd de Spaanse griep ter sprake. Deze influenzaepidemie eiste in 1918 in West-Europa 21.640.000 slachtoffers. Daar kon zelfs de oorlog ais ramp niet tegenop. En het houdt niet op. Alleen al in 1988 registreer-
nitaire voorzieningen, betrouwbaar water en revalidatie waren de problemen waar men op dat moment met man en macht mee bezig was. De vliegvelden stonden vol met kisten en dozen, waarvan niemand wist wat er in zat en het verkeer was hopeloos vastgelopen, vooral door vervoermiddelen van hulporganisaties en helpers. In het ramgpebied was de verhouding van het aantal helpers ten opzichte van de (aanwezige) bevolking 5 op 1. De gastheren hadden zorgen omtrent eten, dhnken en onderdak voor die hulptroepen. Die waren
Rampen
DE JONG de men bij de WHO 74 overstromingen, vijf cyclonen, elf orkanen, 34 zeer ernstige stormen, 17 landverschuivingen, 17 aardbevingen, 18 droogtes en 162 massale ongevallen die rampen veroorzaakten. Daarbij is aids nog niet genoemd, onze nieuwe pest die omstreeks tien miljoen besmetten telt die allemaal binnen vijf a dertien jaar, de incubatietijd voor aids, I Nog even en de ghep uit 1918 is er niks bij. Op het kantoor van de WHO in Geneve maakt men zich er zorgen over. Verleden jaar bij de aardbeving in Iran waren er moeilijkheden met de hulp en helpers. Er waren 37.000 doden, 38.000 gewonden en 350.000 daklozen. Binnen een weekwaren de doden begraven, de gewonden verbonden en de daklozen ondergebracht of ondergedoken bij familie elders. Sa-
wellicht bedreven in acute hulp, maar geen van hen had kaas gegeten van sanitair, water en revalidaite. Voor die acute hulp is het nodig datje binnen vierentwintig uur na het begin van de ramp aan het werk bent en voor revalidatie moetje in elk geval de taal van de slachtoffers kennen. Mijn moeder zou zeggen: 'Je helpt van de wal in de sloot' en de conclusie van de rampenkenners was: de beste hulp is niet komen als je niet geroepen wordt, niks sturen wat niet besteld is en onmiddellijk zorgen voor geld voor sanitair, water en revalidatie. Maar dat laatste is ook al weer verjaard.
VU-MAGAZINE—MEI 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's