Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 353

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 353

5 minuten leestijd

kosten. Ook het gemis - veelal - aan visuahsering en - altijd - aan bewegende beelden. Zelfs het opslagprobleem wordt steeds knellender. Maar bedreigender wellicht is toch de concurrentie van de elektronische media: microfilm, videocassette-magazine, beeldplaat, band-dia-combinatie, databanken en huiscomputers die zijn aan te sluiten op allerlei informatiebronnen. Zo kan men de krant op het beeldscherm binnenkrijgen, maar ook selecties uit tijdschrift en boek. De printer zorgt voor 'een klein slokje' tekst, maar het past niet meer binnen het efficiënte kader van deze elektronische informatiemedia om zelf daaruit een boek te gaan samenstellen. Zelf een soort kaartsysteem eruit construeren is ook overbodig, aangezien één druk op te knop elke gewenste passage op het beeldscherm te voorschijn roept.

E

en mens die zijn geheugen kwijt is, is niet menselijk meer. Elk woord zal hij telkens opnieuw moeten leren, elk gebaar eindeloos herhalen, iedere verrichting van voren af aan beginnen. Maar ook de mensheid als geheel kan niet zonder geheugen. Zelfs dieren hebben de beschikking over erfelijk overgedragen informatie: instincthandelingen die hun geheugen beveiligen. Maar dat wat het dier tij-

Men kan dan ook van een sociaalculturele erfelijkheid spreken. Het geheugen van de mensheid doorloopt drie grote ontwikkelingsfasen: de orale, de schriftelijke en de elektronische overdracht. Het zijn de drie grote bruggen die de afstand tussen de generaties overspannen. Orale cultuur vindt men in schriftloze samenlevingen waar ervaringen mondeling aan een volgend geslacht worden doorgeven: het vertellen en uit het hoofd citeren van mytische verhalen, bezweringsformules, zedelijke voorschriften. Bij deze mondelinge overdracht speelt ook het beeld, het visualiseren een rol: dansbewegingen, maskers, vaste drumritmen, grottekeningen. Dan komt het schrift - beeldschrift zoals de Chinese karakters en de Egyptische hiërogliefen, maar ook spijkerschrift, een lettergrepensysteem, tot en met het alfabet. Houtblokken, kleitabletten, papyrus, papier zijn de dragers van schrifttekens en ontwikkelen zich tot het moderne boek. Vóór de boekdrukkunst, die zich reeds meer dan duizend jaar geleden in China en Korea en later in Europa ontwikkelde, werden boeken of boekrollen met de hand gekopieerd en geïllustreerd. Maar deze visuele elementen werden bij het gedrukte boek steeds minder belangrijk en minder een uiting van persoonlijke kunstzinnigheid of

de mensheid dens het individuele leven aangeleerd is, gaat nagenoeg geheel verloren. Het jong van het knappe circuspaard kan niet, zoals de ouder, getallen optellen en aftrekken, maar moet dit van voren af aan zelf leren. Het bijzondere van de mens is dat deze middelen heeft om tijdens het leven verworven informatie aan volgende geslachten over te dragen. Dat geschiedt dan niet langs de banen van de erfelijkheid, niet via in het lichaam opgeslagen gegevens, maar buiten het lichaam om. Taal en teken spelen daarbij een hoofdrol. Deze zijn bovendien nooit uitsluitend het eigendom van één enkel individu, maar komen tot stand binnen een samenleving, en cultuur. VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1991

vroomheid. Ook de overgang van beeldschrift naar alfabetisch schrift liet minder ruimte aan het beeldend vermogen van schrijver en lezer. Zo voltrok zich langzaam een overgang van de meer persoonsgebonden communicatie - vooral zoals deze nog bij de mondehnge overdracht door stamhoofd, guru en toverdokter een rol speelde - naar een minder persoonlijke, maar veel universelere vorm van overdracht van tradities en inzichten.

D

e Indiase schrijver Coomeraswamy beklaagt zich erover dat door de invoering van het geschrift het geheugen zo verzwakt is: vroeger kon ieder nog

vele Veda's uit het hoofd reciteren, thans is dat niet meer mogelijk. Door de uitvinding van de boekdrukkunst is volgens velen bovendien de gave om zich mondehng uit te drukken afgenomen. Toch is duidelijk dat het schrift het mechanische geheugen van de mens misschien verzwakt heeft, maar dat het de hersenen tegelijkertijd ook ontlast en ruimte biedt voor nieuwe taken. Het geheugen wordt immers

Het bijzondere van de mens is dat deze middelen heeft om tijdens het leven verworven informatie aan volgende geslachten over te dragen. naar buiten verplaatst: niet alles behoeft meer in de hersenen te worden opgeslagen; boeken en andere geschriften verrichten nu deze bewaarfunctie. De bewaarfunctie van het boek kan er echter ook toe leiden dat alles maar op papier gezet wordt. De toenemende stroom van pubhkaties en de massa's onverkoopbare boeken zijn daarvan het gevolg. Bezien vanuit een orale cultuur valt dit des te meer op. Zo zegt het Zuidzee-opperhoofd Tuiavii over de blanken, door hem als Papalagi aangeduid: "Gevaarlijk en vreselijk is het daarom, dat alle gedachten, onverschillig of ze goed zijn of slecht, dadelijk op hun witte matten geslingerd worden. 'Ze worden gedrukt', zeggen de Papalagi. Vele gedachtenmatten worden dan in bundeltjes samengeperst, boeken noemen de papalagi dat, en naar alle delen van het grote land gestuurd. En die gedachtenmatten worden verslonden als zoete bananen; in elke hut liggen ze, oud en jong knaagt eraan als ratten aan het suikerriet." De orale traditie - ik zei het al - is veel directer en gaat uit van de mond van de guru. De gewonnen universaliteit van het boek kan ertoe leiden dat alles maar gedrukt kan worden. Maar deze heeft ook het voordeel van de geheimzinnige kracht, dat een boodschap bewaard blijft, ook al weerklinkt zij niet meer en wordt zij niet gereciteerd. Er 35

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 353

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's