Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 223

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 223

4 minuten leestijd

Pingelen

B

ezit een krab intelligentie? Psychologen vinden van niet, want een krab kan geen intelligentietest doen. Biologen vinden van wel, want hij weet hoe hij aan voedsel kan komen en wanneer hij moet vluchten. Om te voorkomen dat beide partijen elkaar in de haren vliegen, maken we onderscheid tussen twee soorten van intelligentie: symbolische intelligentie, die zich uitdrukt in tekens, en lichamelijke intelligentie, die leidt tot doeltreffend gedrag. Om computers en robots te bouwen, die onze taken kunnen verlichten, proberen we deze beide vormen van natuurlijke intelligentie na te bootsen. Met het nabootsen van symbolische intelligentie zijn we zo ver gekomen, dat de meesten van ons eigenlijk nooit meer zouden hoeven te schaken. Maar met het nabootsen van lichamelijke intelligentie, schieten we nog niet erg op. Ga eens op excursie naar een bedrijf dat trots is op zijn robots. Je krijgt dan een metalen arm te zien met aan het uiteinde een kwast waarmee een tafelblad wordt geverfd. Als de robot aan de rand van dat blad is gekomen, is het uitkijken geblazen. Je loopt kans dat de arm niet weet hoe hij moet keren en ineens alle kanten uitschiet, met alle gevolgen vandien. Vergelijk zo'n veredelde nijptang eens met de verfijnde bot- en vezelstructuur van een menselijk ledemaat! Of laat hem eens een wandelingetje maken! Een kreupele schildpad doet het nog beter. Het grootste deel van ons tijdens de evolutie gevormde zenuwstelsel, laten we zeggen 99 procent, is bestemd voor de hchamelijke intelligentie. Het resterende deel, waar zich de denkprocessen afspelen, is relatief onbelangrijk. De samenleving realiseert zich dat heel goed. Daarom wordt een topvoetballer beter betaald dan een dichter. Bij het spelen van een partijtje voetbal komt eigenlijk zóveel kijken, dat je gerust kunt zeggen dat het houden van een lezing eenvoudiger is. VU-MAGAZINE—MEI 1991

Hier moeten we de spreker helaas even onderbreken. Zijn laatste uitspraak valt verkeerd. Want zo'n parmantige vergelijking kun je je uiteraard uitsluitend veroorloven als je zelf vlotweg een goede lezing kunt geven. En prof.dr.ir. W.A. van de Grind, vergelijkend fysioloog te Utrecht, maakt wel een intelligente indruk, maar op zijn spreekvaardigheid valt best wat aan te merken.

I

n het Haagse Diligentia hield hij half maart een lezing op uitnodiging van de Koninklijke Maatschappij voor Natuurkunde, een genootschap dat bijna tweehonderd jaar geleden werd opgericht. In de zaal zaten ongeveer tweehonderd toehoorders, voor het merendeel mannen en voor het merendeel sinds jaren grijs. Zouden zij allemaal weten wat epigenetische processen zijn? En zouden zij de meetkundige figuren, die de spreker steeds eventjes op de overhead projector legde zo een-twee-drie begrijpen? Dan zouden het wijze oude mannen zijn. Van de Grind zelf leek me nog niet zo oud, wel grijs. Met zijn scheiding en zijn borstelige wenkbrauwen deed hij een beetje aan Lubbers denken, al was zijn uitdrukking minder boefachtig. Ook klonk zijn stem, anders dan die van de premier, wat onzeker, vooral aan het begin. De stof was interessant genoeg en de denkbeelden van Van de Grind waren dat ook, dus waarom verborg hij zich zo schuchter achter zijn overhead projectorl Op het eerste sheet stonden vier punten, die hij toelichtte in de trant van: ik zal eerst

""K^'

Sprekers wat opmerkingen maken over punt Door één en dan wat zeggen over punt Johan de Koning twee. Daarna dook hij onmiddellijk in allerlei kwesties van definiëring. Intelligentie, artificiële intelligentie, organismen, machines, autonome systemen - stuk voor stuk zijn dat zaken waar je niet zomaar over kunt gaan praten. Dus: "Het eigenaardige van deze definitie, is dat niemand haar eigenaardig vindt." Of "ik heb geprobeerd een soort hele vage definitie te geven." Wat een gepingel!

H

et met vele sheets ondersteunde verhaal mondde uit in een moeizame beschrijving van de verwerking van visuele gegevens door het zenuwstelsel, bijvoorbeeld de vorm van een tomaat die moet worden opgepakt. Duidelijk werd alleen dat dat erg ingewikkeld is en dat je dat zeker nog niet aan een computer zou kunnen overlaten. Als Van de Grind de kunst van het spreken niet zou onderschatten ten opzichte van de voetballerij, zou hij het er vast beter van afbrengen. Dat hij best enige aanleg heeft, bleek na afloop tijdens het kwartiertje voor vragen. De sheets speelden een minder prominente rol, de spreker kreeg wat nuchtere vragen voorgelegd en ontspannen legde hij uit hoe kinderen oefenen in het waarnemen van visuele, catastrofen, zoals het achter elkaar verdwijnen en weer tevoorschijn komen van figuren. Hij gaf daarmee zelfs een gedurfde verklaring voor een algemeen bekend ver- Prof.dr.ir. W.A. van de Grind: intelligent. schijnsel: waarom kinderen graag Foto Maarten Hartman kiekeboe spelen. D 37

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 223

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's