Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 204

2 minuten leestijd

Prof.dr.ir. A. van den Beukel: 'Het idee van de objectieve werkelijkheid is van de baan'. Foto Bram de Hollander

sche aard is. Van den Beukel, hoogleraar natuurkunde aan de Technische Universiteit aldaar, trekt in deze bundel, die volgens de ondertitel 'gedachten over natuurkunde, mens en God' bevat, fel van leer tegen de geestesgesteldheid waarvan de exacte wetenschappen tot op het bot zijn doordrongen. Hij heeft die mentaliteit bij zijn aantreden als student, later als docent, aanhoudend als een koude douche ervaren. Het is vooral de schijn van ultieme objectiviteit die hem irriteert. In de fysica bestudeert men naar eigen zeggen de objectieve werkelijkheid. Men gaat er zonder meer vanuit dat zoiets bestaat: een realiteit die los van de mens existeert.

'Er is geen verifieerbare werkelijkheid buiten ons die onafhankelijk is van onze waarneming. De waarnemer en het waargenomene zijn één en onscheidbaar.' maar die door diezelfde mens als buitenstaander onderzocht en gekend kan worden, en vertaald in natuurwetten en simpele wiskundige formules die ten slotte ook weer op de mens zelf van toepassing zijn. Die geestesgesteldheid is gebleven. Dit ondanks

n

het feit dat natuurkundigen, onder invloed van nieuwe inzichten, zich juist in de twintigste eeuw in toenemende mate moesten gaan afvragen of er van zo'n objectieve werkelijkiieid eigenlijk wel sprake is. "De belangrijkste, beroemdste en meest vasthoudende voorvechter om deze vraag met ja te beantwoorden was Albert Einstein. De vraag is intussen, naar het schijnt definitief, beantwoord", aldus Van den Beukel: "Het antwoord is nee." En dat was niet alleen jammer voor Einstein, maar voor alle natuurkundigen die sedert de Verlichting het causale determinisme verabsoluteerd hadden. Als dat antwoord nee luidt, en het natuurwetenschappelijke beeld van de objectieve werkelijkheid inderdaad op gezichtsbedrog blijkt te berusten, dan zou dit een omwenteling van Copernicaanse proporties betekenen. Deze consequentie - niet alleen voor de natuurwetenschappen, maar vooral ook voor het zelfbeeld van de mens - is echter kennelijk nog niet tot alle uithoeken van het natuurkundige circuit doorgedrongen. Wat opvalt is juist het dédain waarmee bijvoorbeeld vooraanstaande hedendaagse astrofysici claimen de onweerlegbare wijsheden van de kosmos als objectieve werkelijkheid in pacht te hebben. Zij etaleren hun groot gelijk bovendien bij voorkeur voor een publiek van leken, dat zich als gehypnotiseerd vergaapt aan hun kosmologische hoogstandjes. Is die arrogantie gebaseerd op kortzichtigheid, kwade trouw, of is er iets heel anders aan de hand? En wie is er eigenlijk schizofreen? VU-MAGAZINE—MEI 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's