VU Magazine 1991 - pagina 119
maakt. Er is een kwaadaardige anti-propaganda ontstaan die alle redelijkheid mist."
dat over één generatie een heleboel problemen oplossen, denk ik." Om ouders daartoe aan te zetten zou er, volgens Oriebeke, jarenlang een brede voorlichtingscampagne moeten worden gevoerd, onder andere op de scholen en met steun van de overheid. "Het gevoelen dat we onze jeugd anders moeten opvoeden moet bij de mensen als het ware worden ingedruppeld. Een kind moet opgroeien in een rustige omgeving waar strikte regels gelden." En het stimuleren van goed gedrag? Oriebeke: "Dat moet je ook doen. Maar je hoeft niet allerlei technische hoogstandjes uit de psychologie te introduceren. Wat je moet veranderen is een bepaalde instelling. Een bepaalde kijk op het kind."
D
/ I
A an kun je je vervolgens afvragen waardoor die ontstaan is. Wij hechten eraan om als mens ondoorzichtig te blijven. Wij houden er niet van dat ons gedrag wordt teruggebracht tot eenvoudige en inzichtelijke beginselen, omdat dat het mysterie wegneemt. Het mysterie van de menselijke geest, dat is eigenlijk het enige wat ons onderscheidt van honden, katten en andere beesten en wij hechten eraan de baas te blijven. Nou, dat heeft deze aardkloot en alles wat erop leeft geweten." Toch begrijpt Crombag de weerzin niet helemaal. Hij besluit: "Als ik Skinner lees, ben ik best kritisch. Maar omdat hij zo mooi en helder schrijft vat ik spontaan sympathie voor hem op, en voor wat hij te zeggen heeft, zodat ik er op zijn minst over na wil denken. Dan begrijp ik niet goed dat zijn werk bij anderen als een rode lap op een stier werkt. Waarom wordt niet iedereen gegrepen?" Het antwoord op die vraag kan misschien beter gegeven worden door iemand die niet enthousiast is over Skinner. Zoals prof.dr. J.F. Oriebeke, fysiologisch psycholoog aan de Vrije Universiteit, bekend door zijn onderzoek naar stress, de invloed van stoffen als lood en cadmium op intelligentie, en tweelingonderzoek. Hij is best bereid om als criticus van Skinner op te treden, maar toont zich al direct een gematigd tegenstander. Bepaalde verdiensten van Skinner staan wel vast, zegt hij, met name op het gebied van de methodologie. Skinners methoden worden tegenwoordig op grote schaal gebruikt bij dierexperimenteel onderzoek, bijvoorbeeld om de invloed van farmaceutica op gedrag vast te stellen. In farmaceutische laboratoria kun je nog steeds rijen Skinnerboxen en door Skinner bedachte opstellingen zien staan, zegt Oriebeke.
M
aar: "Bewustzijnsprocessen en cognities zijn legitieme objecten van studie in de psychologie en Skinner ontkent dat. Die vindt dat je je daar als wetenschapper niet mee bezig moet houden. Maar neem nou het geheugen, hoe dat is opgebouwd, kun je niet waarnemen. Maar uit de snelheid waarmee het geheugen op verschillende woorden reageert, kun je wel iets afleiden over de opbouw en daarmee kun je een model ontwerpen. Als je je hoofd openmaakt zit de inhoud niet zo in elkaar als dat model, maar toch kun je met dat model gedrag voorspellen." Wat vind u van Skinners 'laatste woorden', dat het cognitlvisme het creationisme van de psychologie is? "Een onzinnige statement. Het bezwaar tegen het creationisme is dat dat een theorie is die zich niet 20
'Een groot deel van de problematiek die we nu in onze samenleving zien, is het gevolg van een onjuiste opvoeding.'
Popperiaans laat toetsen. Je kunt het niet zien. Is er een paradijs geweest? Is alles in een week geschapen? Dat zijn bijbelse verhalen, die je niet kunt toetsen. De bijbel is geen wetenschappelijk boek."
met seksuele problemen naar de dokter gaan, bijvoorbeeld dat ze niet kunnen klaarkomen, dan blijkt dat van alles met imagery te maken te hebben, namelijk dat je in je hoofd wel of geen erotische voorstellingen kunt oproepen. Alle therapiën zijn erop gencht dat bij te sturen."
Dat je die theorie niet kunt toetsen, geldt dat niet ook voor het bestaan van cognities? "Er is zo een grote consensus over dat die bestaan! Cognities zijn bewustzijnsinhouden. Stelt u zich het paleis op de Dam eens voor, Dat blijkt u te kunnen! Het is niet te bewijzen, maar het is zo evident dat het absurd is om dat te ontkennen. Zodra wij met elkaar praten, veronderstellen we stilzwijgend dat we over cognities beschikken. Ik maak gebruik van wat bij u in het geheugen ligt opgeslagen, Zo gaat het in communicatie altijd. Dus ik vind het een puur academische en nietreële stellingname als je zegt je dat het bestaan van cognities niet kunt controleren en je de bestudering ervan met creationisme vergelijkt."
Wat vindt u van Skinners voorstel om de samenleving te verbeteren met behulp van de gedragswetenschap? "In het algemeen voel ik daar heel erg voor, maar de methoden die hij ervoor wilde gebruiken waren misschien toch wat te idealistisch en niet geschikt voor toepassing op grote schaal. Een groot deel van de problematiek die we nu in onze samenleving zien, de kleine criminaliteit en het vandalisme, is het gevolg van een onjuiste opvoeding, of zelfs afwezigheid van opvoeding. Met behulp van gedragwetenschappelijke methoden zouden we er meer aan kunnen doen."
Kan de psychologie wei vooruitgang boeken door zich met mentale voorstellingen bezig te houden? "Imagery, zoals het in het Engels heet, is een heel veld van onderzoek. De resultaten ervan hebben nogal wat praktische consequenties. Als mensen
och blijkt Oriebeke als het gaat om een betere wereld geen Skinneriaan te zijn. Zijn ideeën over opvoeding zijn eenvoudig, traditioneel en - zoals hij zelf zegt - niet zozeer wetenschappelijk. "Als alle ouders op de ouderwetse manier hun kinderen zouden opvoeden, zou
VU-MAGAZINE—MAART 1991
T
VU-MAGAZINE—MAART 1991
'Instelling', 'kijk', dat zijn geen Skinneriaanse termen. Toch bevestigt het gesprek met Oriebeke de indruk dat de scherpe kantjes van de controversen rond Skinner zijn afgesleten. Psychologen gaan weliswaar rustig door met de bestudering van het innerlijk, maar de wisselwerking tussen gedrag en omgeving wordt eveneens van belang geacht. En op wetenschappelijke manipulering van gedrag rust nauwelijks een taboe meer. Waarschijnlijk is de tijd rijp voor een discussie over de meest effectieve manier om ongewenst gedrag te bestrijden en gewenst gedrag te bevorderen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de vele, doorgaans negatieve, reacties in de media op Postbus 51-campagnes tegen alcoholisme, roken, racisme, milieuvervuiling of verkeerd rijgedrag. Het kan doelmatiger, luidt de onder psychologen populaire opvatting. En dat hoge ideaal van een betere wereld? Laten we Skinner zelf het laatste woord geven. Utopiën zijn in het verleden vaak mislukt, schrijft hij, maar aan een mislukking ligt niet per se een vergissing ten grondslag. Misschien deed men onder de gegeven omstandigheden het best mogelijke. En: "De grootste vergissing is ophouden te proberen." D Gebruikte literatuur: B.F. Sliinner, 'Over gedrag'. Ed. Willem van Hoorn en Tom Verhave, vert. IWaxim de Winter en Marion Op den Camp. Boom, IVIeppel/Amsterdam, 1984. B.F. Sl(inner, 'Beyond Freedom and Dignity'. Penguin 1988. B.F. Skinner, 'Can Psychology Be a Science of Mind?' In: 'American Psychologist', november 1990. P.F.M. Kop, 'Burrhus F. Skinner'. In: 'Hoe zit het ook alweer met de theorie van...' Swetz & Zeltlinger, Amsterdam/Lisse 1989. De 'necrologieën': Vroon In de Volkskrant van 21-8-90; Crombag in NRC van 28-8-90; Soudijn In Intermediair van 21-9-90; en Kohnstam in een ongedateerd NRC-knipsel.
21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's