Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 154

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 154

5 minuten leestijd

geval veel slimmer geworden en beter gaan nadenken dan in zijn jeugd. Met nauw verholen weerzin blikt hij in één van zijn essays terug op de jaren vijftig toen hij Sartre bewonderde en zich het mysterieuze filosofenjargon van Heidegger had eigen gemaakt en een flinke mond vol kon meebrabbelen over het zijn van het zijnde en het niets dat nietst. "Ik voel het nog steeds als een infamie dat ik een paar jaar van mijn jeugd heb besteed aan vraagstukken die al voor mijn geboorte waren opgelost", schrijft Kousbroek. Ook hier weer diezelfde eigenaardige redeneertrant waarin slechts opgeloste en, in het kader der vooruitgang, nog op te lossen problemen bestaan. Niks geen discussie over de vrijheid van de mens of de beperkingen van de rationaliteit, de filosofen van de Wiener Kreis hebben daar al lang het laatste woord over gesproken. Over en sluiten maar. Op zulke momenten is alle zorgvuldige aandacht waarmee Kousbroek in zijn overige boeken zijn jeugdherinneringen beschrijft onmiddellijk

Descartes: kop van Jut.

verdwenen. Bij de terugblik op de eigen wetenschappelijk-filosofische ontwikkeHng telt slechts één universele maatstaf: waar of onwaar. Geen wonder dat Kousbroek verzucht dat hij niet meer kan begrijpen hoe hij Heidegger, 'deze Duitse pantofïel12

held' ooit serieus heeft kunnen nemen. Hij is zichzelf een vreemde geworden.

der kijken veel critici niet) wetenschap van de hand gedaan. De verscheurdheid van de moderne Cartesiaanse wereld dient met spoed opniversele maatstaven, ze geheven te worden; lichaam en gelden als het keurmerk geest, het materiële en het ideële, van het rationele denken. mens en natuur, eindelijk dienen zij Over het algemeen wordt Descartes terug te keren tot de gelukkige, ongezien als degene die in theoretisch deelbare eenheid die zij ook ooit geopzicht het startschot gaf voor de weest zijn. Het is een sprookje, nosmoderne wetenschap. Het idee was: talgisch en utopisch tegelijk, dat de jij en ik kunnen wel uiteenlopende werkelijkheid rozig bijkleurt. opinies hebben maar gelukkig is er In zijn boek 'Kosmopolis, Verboreen neutrale arbiter: de wetenschap. gen agenda van de moderne tijd' Op geheel onpartijdige wijze zal die sluit de natuurwetenschapper en wede leugen en het bijgeloof terugfluit- tenschapshistoricus Stephen Toulmin en en de waarheid vrij spel bieden zich aan bij de kritiek op Descartes. Hij kritiseert echter niet vanuit het om zich te ontplooien. En let wel: het gaat hier niet zomaar verlangen naar verloren paradijselijom geïmproviseerde regels maar om ke dromen; zijn uitgangspunt is rauniversele maatstaven. Wetenschap tionalistisch, alleen is het een andere dient zogezegd contextvrij te zijn, op vorm van rationalisme dan die van zoek te gaan naar wetmatigheden Descartes. De geboorte van die andie gelden onafhankelijk van de per- dere vorm van rationalisme situeert soon van de onderzoeker en de si- hij in de zestiende eeuw en als voortuatie waarin het onderzoek is uit- naamste representanten ziet hij gevoerd. Of je nu Amsterdammmer schrijvers als Montaigne, Shakeof Rotterdammer, drinker of roker, speare, Rabelais en Erasmus. rozenkruiser of vrijmetselaar bent, Op het eerste gezicht lijken de reprede wetenschappelijke waarheid is sentanten van de zeventiende-eeuwvoor iedereen op democratische en se copernicaanse revolutie {Galilei, Descartes en Newton) en de genoemsocialistische wijze identiek. De onderzoeker dient te abstraheren de literatoren verwante zielen te zijn van tijds- en plaatsgebonden om- met als gemeenschappelijke habitus: standigheden. Wanneer een patiënt een sceptische instelling, het tot een leverziekte heeft is de bijzondere tweede natuur maken van zelfstanontwikkeHng van die ziekte bij deze dig nadenken, een ongevoeligheid ene patiënt met al zijn eigenaardig- voor autoriteit en een hardnekkige heden van minder belang; nee, het voorliefde voor permanente kritiek. gaat er om dat een meer algemene In werkelijkheid was van een eenkennis van het fenomeen leverziekte heidsfront echter geen sprake. verworven wordt. Pas dan kan de Neem een begrip als scepticisme. Als arts opgelucht achterover leunen. Montaigne als scepticus betiteld Dat het met de zieke eventjes wat wordt, wil dat niet zeggen dat hij minder gaat, tja, dat zijn van die aan alles twijfelt, nergens in gelooft, geen enkele overtuiging bezit. Eernare bijkomstigheden. Deze vorm van denken heeft aan der omgekeerd: hij kan in diverse populariteit ingeboet. Descartes is overtuigingen wel iets positiefs onsowieso een kop van jut geworden. derkennen. Zijn scepticisme behelst Alle kwaden van de moderne wereld eerder het vermogen een zaak vanuit schijnen bij hem zijn oorsprong te verschillende gezichtspunten te bevinden: de onpersoonlijke behande- kijken en je te verplaatsen in de poling van zieken, het opsluiten van sitie van een ander. Deze mentaliteit dieren in te kleine hokken om ze maakt het voor de scepticus moeilijk daar uit te melken, de milieuvervui- door het vuur te gaan voor het eigen ling - die arme Descartes heeft het gelijk. "Ik kan heel goed een mening verdedigen, alleen kan ik er geen allemaal op zijn geweten. kiezen", schreef Montaigne in zijn 'Essays'. eel van die kritiek wekt mijn wantrouwen: in al te schrille De onzekerheid in het oordeel die bewoordingen wordt de ge- zo ontstaat, verzuchtte hij, kan hele {mechanistische, reductionisti-maar het beste worden opgelost met sche - op een adjectief meer of min- behulp van de dobbelsteen. Maar

U

V

VU-MAGAZINE—APRIL 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's