VU Magazine 1991 - pagina 163
wijs. Hij sprak op zijn sterfbed een bandje in waarop hij Sollas beschuldigde. De belangrijkste extra aanwijzing die hij gaf, bestond uit het feit dat hij getuige was geweest van de bezorging van een pakje dat kaliumbichromaat bevatte. Hetzelfde spul dat bij de fraude gebruikt was om de fragmenten donker te kleuren. Erg overtuigend is het allemaal niet.
Sterker lijkt de zaak tegen Teilhard de Chardin, de priester die op jeugdige leeftijd zo'n belangrijke rol speelde door de missende hoektand te vinden. De Amerikaanse paleontoloog Stephen Jay Gouid zette in 1983 uiterst omzichtig zijn verdenkingen tegen Teilhard op papier. Hij ging er daarbij vanuit dat hier sprake was van een enigzins onbesuisde studentengrap van Teilhard. Deze zou het later niet meer aangedurfd hebben zich hiervan te distantiëren, omdat zwaargewichten als Smith Woodward en Keith hun reputatie aan de echtheid van de schedel hadden verbonden. Bewonderaars van Teilhard namen de beschuldigingen van Gould hoog op. Een document dat een van de bewonderaars naar Gould zond om Teilhards betrokkenheid te ontkrachten, had
fossielen, stapelden zich echter op. Steeds duidelijker werd dat juist de Piltdown-mens een atwijkende positie innam. De Duitse anatoom Franz Weidenreich vond dan ook dat de Piltdown-schedel van de lijst van menselijke fossielen geschrapt moest worden. Hij noemde deze een gekunstelde combinatie van fragmenten van een menselijke schedel en een orang-oetan-achtige onderkaak en tanden. Legendarisch is de ironische repliek van Sir Arthur Keith: "Dit is een manier om van feiten verlost te raken, die niet passen in een vooringenomen theorie; gewoonlijk volgen wetenschappers niet de weg van het verwijderen van feiten, maar passen hun theorie VU-MAGAZINE—APRIL 1991
echter tot gevolg dat de vermoedens tegen Teilhard werden versterkt. Dat document betrof een brief van Teilhard, die ten tijde van de ontdekking van de Piltdown-fraude nog in leven was, aan een van de ontdekkers van de fraude. Teilhard spreekt daarin weliswaar zijn dank uit voor het oplossen van het Piltdown-raadsel, maar levert daarin tevens bewijsmateriaal tegen zichzelf. In de bewuste brief beschrijft Teilhard hoe hij samen met Dawson de zogenaamde tweede vindplaats bezocht, waar Dawson hem zou hebben uitgelegd hoe hij de tand en schedelfragmenten had gevonden, Probleem hierbij is echter, dat Dawson pas in 1915 met dit bewijsmateriaal te voorschijn kwam, terwijl Teilhard reeds in 1914 Engeland verliet om in Frankrijk deel "te nemen aan de Eerste Wereldoorlog. Teilhard kon dus niets van deze vondsten geweten hebben, tenzij hij betrokken was bij de gehele affaire. Met deze vijf betrokkenen is het lijstje met in de loop der tijd genoemde verdachten nog lang niet compleet. De juwelier en amateur-archeoloog Lewis Abbott bijvoorbeeld, die ook regelmatig samen met Dawson werd aangetroffen, laadde een verdenking op zich door in een van zijn brieven te stellen dat de Piltdown-mens bij hem in de winkel was ontdekt. En de preparateur van Smith Woodward, Franl< O. Barlow stond bekend om de vaardigheid waarmee hij afgietsels en modellen maakte voor het British Museum. Daarbij zou zijn motief kunnen liggen in het geld dat hij verdiende met de handel in afgietsels van de Piltdown-schedel.
Het puikje van de Britse wetenschap buigt zicli over Keith's reconstructie van de Piltdownschedel. Staand v.l.n.r.: Sir Arthur Smith Woodward, Charles Dawson, Sir Grafton Elliot Smith en Franit 0. Barlow; zittend v.l.n.r.: E. Ray Lankester, W.P. Pycraft, Sir Arthur Keith (met witte jas) en A.S. Underwood.
Zelfs Arthur Canon Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes, wordt genoemd omdat hij zo van mysteries hield en veel in de omgeving van Piltdown gezien was. Het plezier dat te vinden is in het aandragen van mogelijke verdachten, blijkt groot, We kunnen in de komende jaren dan ook zeker nog een aantal nieuwe verdachten verwachten. Want niets is leuker dan het speuren naar een-missing lint< of er desnoods zelf een te verzinnen,D
De Piltdown-mens rechtvaardigde dat Engeland plotseling zijn rechtmatige positie als bakermat van de mensheid kon opeisen. aan de feiten aan," De geschiedenis zou Weidenreich echter gelijk geven. 21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's