VU Magazine 1991 - pagina 134
H
oe kwamen geleerden van naam ertoe om geloof te hechten aan deze zottigheid? Hun gebrekkige kennis van embryologie is maar een deel van de verklaring. Het merendeel van de artsen was er namelijk helemaal niet
Een onvoldane behoefte aan <:offie of linzen resulteerde in 3ruine moedervlekjes, aan wijn in paarse wijnvlekken.
op uit die kennis door experimenten of systematische waarneming te vergroten. De medische wetenschap steunde op autoriteiten, anekdotes en het 'algemeen gevoelen'. Medici schrokken bovendien niet terug voor redeneringen als de volgende: Waarom lijken de meeste kinderen gewoon op hun vader? Omdat de meeste moeders tijdens de conceptie en de zwangerschap gelukkig het sterkst aan hun man denken! In de achttiende eeuw tekende een aantal verlichte geesten protest aan
Stress en zwangerschap
tegen de veronderstelde invloed van de verbeeldingskracht. De Engelse arts James Blondel maakte in een 'Natuurkundige verhandehng wegens het vermoogen der inbeelding van zwangere vrouwen op haar vrucht' (1727, de Nederlandse vertaHng is van 1737) de theorie van de imaginationisten uit voor "Bespottelyk, Gek en Ongerymt". Blondel zoekt andere, vooral lichamelijke oorzaken voor misvormingen: een klungelende chirurg of vroedvrouw, een te nauwe baarmoeder, overmatige hchamelijke inspanning van de moeder. Hij twijfelt niet aan de kracht van sterke ontroering, maar gelooft dat deze alleen via het
lichaam van de moeder het kind beïnvloedt. Zijn bezwaren tegen het imaginationisme zijn die van het gezonde verstand: schrik wordt vaker niet dan wel gevolgd door misvorming; niet aan iedere misvorming gaat schrik vooraf; en er worden veel minder mismaakte kinderen geboren dan men op grond van de theorie zou verwachten. De sterke verhalen doet hij af als bijgeloof, bedrog en suggestie. De moeder wordt pas na de bevalling gesuggereerd wat ze zou hebben meegemaakt. Blondel acht de theorie over de verbeeldingskracht niet alleen onwaar, maar ook gevaarlijk: "gansche Huisgezinnen en ligtgelovige, worden
C
hang en Eng, de 'originele' Siamese tweehng (1811-1874), mochten van de koning van Siam niet op straat verschijnen uit angst voor hun invloed op zwangere vrouwen. Om dezelfde reden werd hen ook de toegang tot Frankrijk ontzegd. Zwangere vrouwen werden daar zelfs gewaarschuwd voor de invloed van pointillistische schilderijen: even te lang gekeken naar een landschap van Seurat, en het kind zat onder de sproeten. Aan het einde van de negentiende eeuw herleefde, onder meer door de psychoanalyse en het nieuwe concept van 'psychosomatische' kwalen - de belangstelling van medici voor het fenomeen. In 1906 laat de sexuoloog Havelock Ellis, die voor zijn 'Studies in the Psychology of Sex' een bloemlezing samenstelde van gevallen uit de medische vakbladen van na 1890, de waarheid over de invloed van de verbeelding in het midden. De Nederlandse medicus Stokvis vond het zelfs nog in 1940 nodig een heel boek te pubhceren om met de misvatting af te rekenen. Toch waren al in het begin van de vorige eeuw sterke aanwijzingen tegen de verbeeldingstheorie verzameld door een experiment in Londense kraamklinieken. Voor de bevaUing rapporteerden zwangere vrouwen emotionele gebeurtenissen tijdens hun zwangerschap. Die bleken nooit verband te houden met eventuele misvormingen: het verband werd altijd achteraf gelegd. Onderzoek in de jaren vijftig van deze eeuw zou dat mechanisme nog eens bevestigen. Moeders van mon-
Hadden onze voorouders het volledig mis en schuilt er geen enkele waarheid in het oude geloof aan de macht van de verbeelding? Medici en psychologen doen op dit moment onderzoek naar de invloeden die de foetus ondergaat van de moederlijke psyche. Zij speuren niet naar specifieke invloeden van gebeurtenissen op de lichamelijke ontwikkeling van het kind. Ze spreken niet meer van sterke ontroering of schrik, maar van stress, life events ('ingrijpende levensgebeurtenissen') en sociale steun. Dit onderzoek heeft tot nu toe weinig zekere resultaten opgeleverd. Het belangrijkste vaststaande feit is dat ingrijpende levensgebeurtenissen in de laatste maanden van de zwangerschap ervoor verantwoordelijk kunnen zijn dat kinderen te vroeg geboren worden. Over de werking van stress tijdens de zwangerschap bestaan verschillende theorieën. Een ervan luidt dat de stresshormonen adrenaline en noradrenaline de bloedvaten die naar de placenta leiden vernauwen, waardoor de foetus minder bloed krijgt. Volgens een andere theorie doet stress de weerstand van de moeder afnemen, waardoor allerlei subklinische infecties kunnen optreden. Het is ook mogelijk dat calorieën onder invloed van stress niet goed worden opgenomen. De psycholoog dr. A.J.J.M. Vingerhoets, verbonden aan de vakgroep Medische Psychologie en aan het Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek van de Vrije Universiteit, verricht met enige medewerkers sinds september 1989 een onderzoek waarbij ongeveer driehonderd zwangere vrouwen betrokken zijn. Zij vulden tijdens hun zwangerschap driemaal een formulier in met vragen over alledaagse stress-situaties, ingrijpende levensgebeurtenissen, en vage lichamelijke en psychische klachten. Na de bevalling werden gegevens verzameld over het geboortegewicht (doorgaans geldt: hoe zwaarder de baby, hoe beter) en de algemene lichamelijke toestand van het kind. Ook het verloop van de bevalling werd vastgelegd. Het duidelijkste resultaat tot nu toe (de volledige uitkomst is nog niet bekend) is bevreemdend: er blijkt een positief verband te bestaan tussen stress in de eerste maanden van de zwangerschap en een relatief hoog geboortegewicht. Vingerhoets: "Ja, daar stonden wij ook van te kijken." Heeft stress dan een gunstige invloed op zwangerschap? Vingerhoets oppert een andere verklaring: als reactie op stress zouden vrouwen (op eigen initiatief of op doktersvoorschrift) rust kunnen houden, en dat beïnvloedt de toestand van het kind in gunstige zin. In een vervolgonderzoek hoopt Vingerhoets ook de aanwezigheid van stresshormonen te meten. D
Een man wordt door zijn vrouw met eieren bekogeld: zwangere vrouwen konden aanspraak maken op veel begrip voor hun soms bizarre neigingen.
36
hier niet zelden door ontrust, in gestadige Schrik en Vrees gedompelt, en menigmaal op den oever des Doods gebragt." Een van zijn opponenten, ene Bablot, keerde in een werk uit 1788 dat argument om: juist scepsis jegens de invloed van de verbeelding is verwoestend voor het huwelijksleven. Het berooft de moeder van een excuus voor een kind dat niet op haar echtgenoot lijkt. Maar dergelijke protesten haalden niet veel meer uit. Sinds de achttiende eeuw legden artsen meer de nadruk op gevolgen van de angst voor misvormingen dan op de invloed van de verbeelding zelf. Toch verdween het idee niet volledig.
VU-MAGAZINE—MAART 1991
VU-MAGAZINE—MAART 1991
Zwangere vrouwen werden gewaarschuwd voor pointilhstische schilderijen: even te lang gekeken naar een landschap van Seurat, en het eind zat onder de sproeten. gooltjes (kinderen met het syn- De Siamese tweeling droom van Down) zeiden vaker dan Chang en .Eng: moeders van gezonde kinderen dat Irankrük" Frankrijk. ze tijdens de zwangerschap aan stress hadden blootgestaan. Later werd ontdekt dat mongohsme een afwijking van de chromosomen is, waarop stress geen enkele invloed heeft. Zwangerschap blijft een met vreugde, maar ook met angsten omringde gebeurtenis. De diepste angst is die voor een miskraam of een mismaakt kind. Daar moet een verklaring voor zijn, en liefst ook nog een schuldige. Het geloof aan de kracht van de verbeelding heeft daar lange tijd in voorzien. D 37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's