VU Magazine 1991 - pagina 126
Onbekend maakt onbemind. Wat doet een Nederlandse archeologische school in Athene? In gesprek met de jeugdige beheerder. 'Rond archeologie hangt nog een waas van romantiek.'
Itahe, Egypte en Turkije opende Nederland eerder dergelijke instituten. Momenteel zijn er in Athene veertien archeologische scholen, waarvan de Franse, Duitse, Engels en Amerikaanse inmiddels al langer dan een eeuw bestaan. In de loop
IGNACESCHRETLEN
Rijke bodem, weinig geld Toen Maarten Grond (30) buiten zijn medeweten ruim een jaar geleden werd voorgedragen als wetenschappelijk secretaris, tevens beheerder, van de Archeologische School der Nederlanden te Athene, had hij hiervan zelf nog nooit gehoord. Voor 'ten hoogste een jaar' nam hij afscheid van Nijmegen, zijn domiciHe. Zijn ervaringen met Grieken waren niet al te best en veel langer vreesde hij het niet in Athene te kunnen uithouden. Maar inmiddels heeft Grond zijn nieuwe woonplaats stukje bij beetje veroverd. En wanneer het ook maar enigszins mogelijk is, blijft hij er ook na september, wanneer ofRcieel een einde komt aan zijn tijdelijke functie, wonen. Griekenland heeft hem in zijn ban.
V
an huis uit is Maarten Grond geen archeoloog maar classicus. De keuze voor klassieke taal- en letterkunde kwam pas op het laatste moment. Eigenlijk was hij üever zijn broer 28
naar de sportacademie in Tilburg gevolgd, maar omdat hij bij het turnen net niet lenig genoeg was, werd hij afgewezen. Op de eindexamenlijst van het gymnasium stonden ineens aardige cijfers voor Latijn en Grieks. Waarom zou hij - aldus een docent - geen jaartje klassieken gaan doen? Het werden er uiteindelijk meer. Grond: "Ze vragen me wel wat je nou eigenlijk aan zo'n opleiding hebt. Dat valt soms moeilijk uit te leggen. Het is een studie, waarbij je als student niet ontkomt aan een sfeer, waarin men het dagelijkse leven ontstijgt." Als hoofdvak koos hij voor oude geschiedenis en richtte zich hierbij op de zeevolken. In toenemende mate raakte hij geboeid door de Minoïsche en Myceense cultuur, en vooral het abrupte einde hiervan. Deze interesse bepaalde de keuze voor een van zijn bijvakken: mycenologie. Als toekomstig classicus moet elke student kiezen tussen Grieks of Latijn. In 1952 werd het schrift op de
in Knossos, Pylos, Mycene, Tiryns en Thebe gevonden Lineair-B-tabletten geïdentificeerd als een voorloper van het Grieks. In plaats van één jaar verdiepte Grond zich drie jaar in de bestudering van het Myceens. In Nederland is hij een van de weinige mycenologen. Intussen werd archeologie zijn tweede bijvak. In de laatste fase van zijn studie, die bijna tien jaar heeft geduurd, stak hij veel tijd in een gedegen onderzoek naar de geografie van Messenië aan de hand van Myceense en antieke teksten. In feite gaat het hier om een speurtocht naar het mythische koninkrijk Pylos aan de westkust van de Peloponnesus, volgens Homerus de zetel van koning Nestor. In 1939 ontdekte de Amerikaan Carl Blegen in Messenië de restanten van een Myceens paleis. Op de hier aangetroffen Lineair-B-tabletten kwam men later de naam Pylos tegen, zodat sindsdien het rijk van Nestor in Messenië wordt gelokaUseerd. Het onderzoek van Maarten Grond
VU-MAGAZINE—MAART 1991
spitst zich overigens toe op Leuktron, een belangrijke stad in het Myceense rijk, waarvan de naam voorkomt op tabletten, die in Pylos zijn gevonden, maar waarover weinig bekend is en waaraan tegenwoordig weinig aandacht wordt geschonken. Al boeit de kunst van de Minoïers Grond meer dan die van het Myceense volk ("Ik zie liever een dolfijn dan een krijger op een schildering") toch voelt hij zich inmiddels zo verbonden met Pylos, dat hij hier wel zou willen sterven. Ook in zijn huidige functie als wetenschappelijk secretaris van de Nederlandse School in Athene, houdt hij zich nog intensief bezig met de Myceens cultuur. Maarten Grond: "Een- of tweemaal per week loop ik het Nationaal Archeologisch Museum binnen. Maar het heeft lang geduurd voor ik verder kwam dan de Myceense zaal."
D
e Archeologische School der Nederlanden te Athene bestaat pas sinds 1983. In
VU-MAGAZINE—MAART 1991
van deze eeuw hebben onder meer Zweden, Italië, Zwitserland, Oostenrijk Canada, Finland en Australië ook een eigen school in Griekenland gekregen. De late oprichting van de Nederlandse school is des te verwonderlijker, daar reeds in de zeventiende eeuw menige landgenoot grote interesse aan de dag legde voor de Oudheid, en een reis naar Griekenland maakte. De Grand Tour langs belangwekkende plaatsen uit het verleden raakte ingeburgerd als onderdeel van de vorming van welgestelde heden. Overigens leidde een derglijke reis niet zelden tot een verzameHng antieke voorwerpen, die in het gunstigste geval in musea terecht kwamen. Lang voor de oprichting van de Nederlandse school waren Nederlanders reeds actief betrokken bij archeologisch onderzoek. De bekendste is welHcht de Leidse hoogleraar C. Vollgraff die, eind vorige, begin deze eeuw, opgravingen deed in Thessahë, Ithaka en Argos. Later, in de jaren zestig, vond onderzoek plaats naar vierde-eeuwse en Helle-
nistische versterkingen in Centraal Mycene: 'AUes Griekenland en naar de topografie behalve romantisch /^u„i„„
„ r
u
/TT ^ TT 11
om met zeven bussen
van Chalcis op Euboea. (Het Helle- Duitsers rond te nisme is de periode die begint met lopen.' Schretlen Alexander de Grote en die om- Fotolgnace streeks het begin van onze jaartelling uitloopt in de Romeinse periode.) Deze onderzoeken hebben geleid tot de oprichting van de Archeological Survey School of Holland. Bij survey, ofwel 'oppervlakte-verkenning' mag niet gegraven worden. Dat was de reden om te streven naar een volwaardige archeologische school. Deze vormt de onontbeerlijke schakel tussen wetenschappers die in Griekenland archeologisch onderzoek willen doen, en de Griekse autoriteiten. Om als school in aanmerking te komen moet het instituut in Griekenland beschikken over een eigen ruimte met bibliotheek, een vertegenwoordiger, en vanaf maximaal vijf jaar na de oprichting moet jaarlijks in een Newsletter verslag worden gedaan van alle onderzoeken. Tot nu toe zijn er twee Newsletters gepubliceerd en de derde verschijnt op korte termijn. Onder de titel Publications of the Dutch Archeological School zal eerdaags eveneens
'Een- of tweemaal per week loop ik het Nationaal Archeologisch Museum binnen. Maar het heeft lang geduurd voor ik verder kwam dan de Myceense zaal.' het eerste deel van een nieuwe serie wetenschappelijke boeken verschijnen.
M
aarten Grond: "Wanneer ik vertel, dat ik op de Nederlandse school in Athene zit, dan vraagt men onmiddellijk of ik daar les geef of krijg. Geen van beide is het geval. Het woord 'school' wekt ook verkeerde verwachtingen. Men denkt automatisch aan een schoolgebouw. De Nederlandse school is echter gevestigd in een gewoon appartement in Kolonaki, een van de betere wijken van 29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's