VU Magazine 1991 - pagina 421
Speelgoedmakers konden in de vorige eeuw prijzen winnen met hun poppen. Franse en Duitse fabrikanten probeerden zich te onderscheiden door het maken van een 'sprekend' gezicht. De meeste prijspoppen in dit speelgoedmuseum kijken je hef en dromerig aan. Sommige koppen staan stuurs, zoals die van de Duitse karakterpop.
N
iet alleen de poppen, maar ook alle auto's, vhegtuigen en poppenhuizen in het Toy-Toy Museum zijn zeer zeldzaam en kostbaar, vertelt de eigenares. Als ik alles wil gaan bekijken vraagt ze of ik plastic hoesjes om mijn schoenen wil doen. "Dat vraag ik iedereen, tot hilariteit van de gasten. Maar dit museum is niet gesubsidieerd en met die 54.000 paar voeten die hier jaarlijks rondlopen zou ik anders zo nieuwe vloerbedekking nodig hebben." Het Toy-Toy Museum heeft blikken auto's in allerlei modellen, brandweerauto's, bussen met poppetjes erin, en allerlei vliegende vervoermiddelen. Wie rond 1920 een automobiel kocht bij André Citroen, kreeg een miniatuurexemplaar gratis voor zijn kinderen. Deze antieke speelgoedauto's zijn veel groter dan de autootjes waar kinderen nu mee spelen. Het moeten begerenswaardige objecten zijn voor kinderen die hier komen kijken, maar ze staan veilig achter glas. Ik loop langs een immens aantal blikken opwindspeeltjes. De speelgoedfabrikanten konden er geen genoeg van krijgen dingen te maken die je kan laten bewegen met een sleuteltje: zwarte mannetjes in een wagentje getrokken door een struisvogel, clowntjes en beesten ul^ r'iziek maken, allerlei carrousels, twee chineesjes die een draagkoets dragen, het mannetje erin trekt aan de vlecht van de voorste drager. Behalve van blik zijn er ook opwindspeeltjes van celluloid. Die zijn van vóór 1930, want in dat jaar werd het verboden speelgoed van celluloid te maken, vanwege de brandgevaarlijkheid van het materiaal, lees ik. Fabrikanten vonden opwindspeeltjes een prachtvondst, maar zouden kinderen ze ook leuk hebben gevonden? Als je zo'n clown een paar keer hebt laten roffelen op zijn trommel is de lol er wel af.
VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1991
Veel leuker zijn de plusminus twintig poppenhuizen, poppenkeukens en poppenwinkels van het Toy-Toy Museum. In het Engelse poppenhuis uit 1780 kun je precies zien hoe men toen een huis inrichtte. Het is helemaal af: schilderijtjes van kinderen aan de muur, hoge zwarte hoeden aan de kapstok. Op aUe slaapkamertjes staat een wastafel met daarop een kom en een kan, en eronder een po. Dit poppenhuis is anderhalve meter hoog en heeft drie verdiepingen. Het is niet zo geschikt als speelgoed, het is een kijk-poppenhuis.
P
oppenhuizen van een eeuw later zijn echt om mee te spelen: ze hebben geen dak en maar drie zijkanten, zodat kinderhandjes goed bij alle meubeltjes, poppetjes en prulletjes kunnen. Met de poppen-parfumeriewinkel, de bakkerij, de kapsalon en met zo'n kruidenierswinkel vol potjes en laatjes voor Erbsen, Tee en Mehl, moeten de bevoorrechte eigenaartjes eindeloos hebben kunnen fantaseren. Opvallend afwezig in het Toy-Toy Museum is constructiespeelgoed. Terwijl een beetje ouder zich tegenwoordig arm koopt aan Duplo, Lego en Fisher-Price is hier geen speelgoed te vinden waar kinderen mee kunnen bouwen. Of het moeten de blokjes zijn die aan alle zes kanten een plaatje hebben. Ze zijn bedoeld als puzzel: door de blokjes in het juiste patroon te leggen kon je zes verschillende afbeeldingen bij elkaar puzzelen! Wel heel moeilijk, en ik kan me voorstellen dat een negentiende-eeuws kleutertje lekker een huis ging bouwen met die blokjes, of een toren.
knuffelen. Ze zouden het prachtig vinden om in de Franse poppen-distillerie madère, cognac of malaga te schenken in de piepkleine glaasjes. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Oudere kinderen kunnen hier wel terecht. Om ze ervan te weerhouden de vitrines open te breken en zich op het kostbare speelgoed te storten is er een puzzeltocht voor ze gemaakt met vragen. "Naar welke Amerikaanse president is de Teddybeer genoemd?"
H
et mooist in dit museum vind ik een drietal Franse mannequin-poppen van rond 1870. Deze porseleinen modepoppen lijken in niets op de magere mannequins die wij kennen. Ze hebben mooie ronde gezichtjes met dikke, blozende wangen. Jukbeenderen zijn niet te zien. Statig staan ze te pronken met hun gevulde figuurtjes in schitterende jurken, waaruit een molhg handje steekt dat een fraai tasje vasthoudt. Ik zou uren naar ze kunnen kijken, maar mijn voeten worden erg warm in hun plastic slofjes. Op de terugweg loop ik op de Coolsingel een speelgoedwinkel binnen. Musicerende opwindclowns zijn er nog steeds, maar poppenhuizen verkopen ze niet. Poppen zijn er wel. Ze staren me aan met hun plastic ogen, die geplakt zijn in twee gaten in hun hoofd. Die zullen nooit een prijs winnen. D Het Toy-Toy Museum, Groene Wetering 41, Rotterdam Kralingen, is van zondag tot en met donderdag open van 11 uur tot 4 uur, wijzigingen voorbehouden, (tel: 010-4525941) In juli en augustus is het museum gesloten. Volwassenen betalen f5,-, kinderen f2,50.
Over torens gesproken, wist u dat het vroeger 'bossekruid', was en niet 'bussekruid'? In het museum hebben ze een prentenboek met de titel 'Torentje torentje Bossekruid of het eerste prentenboek op moeders schoot'. Voor kleine kinderen is dit speelgoedmuseum niet geschikt. Niet omdat die de collectie niet interessant zouden vinden. Integendeel, ze zouden het enig vinden om te rijden op het kermispaard. Ze zouden dolgraag zo'n clowntje opwinden en op zijn handen laten lopen. Of die norse pop eens lekker mee uit rijden nemen in zo'n driewieler-poppewagen. Of zo'n kaalgesleten beer eens goed 15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's