Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 120

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 120

3 minuten leestijd

Met zijn geschiedschrijving van de moderne Nederlandse letterkunde keert een Leidse hoogleraar zich tegen de traditie van het gepeuter op de vierkante millimeter. De grote greep. Of: de kunst van het weglaten.

Ton Anbeek ö >

O GO

ö

0-)

^ ^ Letterkundig onder^ ^ zoek heeft zich in de ^ achter ons Hggende jaren veelal beperkt tot het analyseren van één bepaalde tekst; een onderdeel van de wetenschapsbeoefening dat ik overigens heel belangrijk vind. Maar niemand heeft zich gewaagd aan een breed overzicht. De tijd was er kennelijk niet naar; men was te zeer gericht op detailstudies. Het gekke is dat Knuvelder - de enige die vóór mij zo'n Uterair-historisch handboek heeft geschreven - niet eens aan een universiteit verbonden was. Dat is tekenend: iedereen had zo langzamerhand grote bezwaren tegen het werk van Knuvelder, maar niemand durfde zich te wijden aan de grote greep. Ik heb dan wél mijn nek uitgestoken. Voor mij, als modern neerlandicus, is het werk van historici, en dan vooral de historischletterkundigen - Pleij, Van Oostrom -, het inspirerend voorbeeld geweest. Zulke dingen moeten wij als neerlandici ook kunnen, vond ik.

G

rootste probleem van het handboek van Knuvelder is dat het in feite een verzameling losse essays is. Hij schrijft er een over Coupe22

rus, een over Van Eeden, een stuk over Kloos en een over Van Deyssel; die knoopt hij dan zo'n beetje aan elkaar. Die inleidingen zijn vaak niet te volgen; studenten die ze moeten samenvatten worden knettergek. Wat ik in plaats daarvan heb willen doen is aantonen dat ideeën over hteratuur in bepaalde perioden veranderen. Je moet bij het schrijven van zo'n overzicht dus niet uitgaan van auteurs, maar probe-

ren ze te plaatsen in hun tijd waarin bepaalde ideeen over literatuur overheersend waren. En dan kan het voorkomen datje dezelfde auteur verschillende keren ziet terugkomen. Mij gaat het primair om de vraag hoe er in de verschillende periodes over literatuur gedacht wordt, en hoe literaire opvattingen veranderen. Die grote lijn in de ontwikkeling van de moderne hteratuur is de basis van mijn studie.

De impuls tot letterkundige verandering is vaak een botsing. Dat geldt zeker voor de periode- 1885 tot 1985 - die ik heb beschreven. Je ziet in de moderne letterkunde een snelle opeenvolging van hteraire conventies, van stromingen die op grond van een felle afwijzing van de vorige ontstaan; je ziet schrijvers op elkaar reageren, zich tegen elkaar afzetten. Achteraf blijkt dan vaak dat het zich afzetten tegen een literaire traditie min-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 120

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's