VU Magazine 1991 - pagina 115
De Skinnerbox.
van alle gemakken was voorzien, inclusief een Mesopotamisch klimaat.
Onder: Koekje van eigen deeg: Skinner in z'n eigen box. Foto abc
M
N
a de Tweede Wereldoorlog vreesde Skinner dat zijn prestaties in het laboratorium zouden afnemen. Harvey Lehman had geconstateerd dat dat vaak het geval is bij ouder wordende beoefenaren van exacte wetenschappen en Skinner beschouwde zich als zodanig. Dus raadpleegde hij Lehman, die hem adviseerde een bestuursfunctie te nemen. Dat vond Skinner geen aantrekkelijk alternatief en in plaats daarvan ging hij zicfi bezig houden met de toepassing van zijn laboratoriumresultaten in de samenleving. Zelf noemde hij dat; het ontwerpen van culturen. In 'Beyond Freedom and Dignity' wijst hij op de gevaren die de mensheid bedreigen: overbevolking, kernbewapening, milieuverontreiniging en uitputting van de natuurlijke bronnen, Omwille van het voortbestaan van onze cultuur moet het menselijk gedrag zoveel mogelijk onder controle worden gebracht. Menselijk gedrag dat op lange termijn goede gevolgen heeft, moet worden bekrachtigd. Skinner lijkt in dit boek werkelijk te proberen zijn tegenstanders te overtuigen. Mogelijke tegenwerpingen die verband houden met de vrijheid en waardigheid van de mens, probeert hij met redelijke argumenten geduldig te weerleggen. In andere geschriften stelt hij zich vaak polemischer op. Dan schrijft hij bijvoorbeeld: "'Goed moeten zijn' is een uitstekend voorbeeld van het soort eervolle kwalificatie dat we kunnen missen als
mm
Ê-^'M&'è
#
1t 1.. 1
De 'air crib': jVlesopotamiscli klimaat.
Hk.
sche moeder. Op de vraag waarom hij een necrologie over Skinner schreef, gaat hij graag in: "Ik vond dat ik hem iets schuldig was. Mijn eigen denken is sterk door hem beïnvloed en ik wilde iets terugdoen. Ik ben het op allerlei punten met hem eens. Binnen de psychologische theorievorming is hij degene die zich het beste houdt aan het principe van de spaarzaamheid. Dat houdt in dat je verklaringen voor alle verschijnselen zo eenvoudig mogelijk moet houden, dat je zo min mogelijk veronderstellingen in de theorie moet inbouwen. "Psychologen hebben er vaker dan andere wetenschappers een handje van om verkwistend te theoretiseren. Ze schrijven mensen allerlei kenmerken toe, die een verklaring overbodig lijken te maken. Het mooiste voorbeeld is William mcDouglle, een Engelse psycholoog van begin deze eeuw, Telkens als hij een bepaald gedragspatroon waarnam, postuleerde hij een nieuw instinct. Als je mensen gevaar ziet vermijden, kun je zeggen dat ze een overlevingsinstinct hebben, dat zich in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld. Als je mensen te hard in hun auto's rond ziet rijden, zeg je dat ze ook een bepaald vernietigingsinstinct .* hebben. En zo ga je door. Binnen de kortste keren heb je dan tachtig instincten, je hebt een zeer omvangrijke theorie en je hebt niks verklaard."
'
'Ik ontken niet dat mensen emoties hebben, maar hun functie en aantal zijn nog in hoge mate onduidelijk.' kiespijn", want voor Skinner was slechts van belang dat men zich goed gedraagt. Of hij dient Aldous Huxley, bekend van 'Brave New World', van repliek. Deze vreesde een 'psychologische revolutie' en schreef: "Als die voorbij is zal het menselijk ras verder geen moeilijkheden meer veroorzaken." Voor Skinner was dat hoogst opmerkelijke taal. Daarom voegt hij aan deze door hem geciteerde woorden een zogenaamde voetnoot voor de lezer uit de toekomst toe, waarin hij venijnig uitlegt dat Hluxley dit niet als een happy-end bedoelde: vroeger werden mensen erom bewonderd als ze moeilijkheden veroorzaakten. De beer is het dansen nooit verleerd. Tien dagen voor zijn dood viel hij op een congres van de American Psychological Association de cognitieve psychologie aan, die wel het bewustzijn bestu16
deert. Na iets te hebben opgemerkt over de weerstand tegen de evolutietheorie van Darwin, aan wie hij zich verwant voelde, zei Skinner: "Cognitivisme is het creationisme van de psychologie."
E
en foto die bij die gelegenheid van Skinner werd gemaakt, siert de muur van een kamer in het NIAS, het Wassenaarse instituut waar wetenschappers zich een tijdje van de buiVU-MAGAZINE^MAART 1991
egenwoordig worden er allerlei persoon lijkheidskenmerken geformuleerd. Je hebt introverte en extraverte mensen, je hebt neuroten en niet-neuroten, je hebt intelligente en domme mensen, mensen met ruimtelijk inzicht en minder ruimtek inzicht... Verkwistend psychologiseren! Op een gegeven ogenblik krijg je persoonlijkheidstheorieën waarin mensen worden beschreven in driehonderdzesentachtig kenmerken, die je in meer of mindere mate kunt hebben. En waarom doen mensen dan wat ze doen? Omtenwereld kunnen afzonderen om ongestoord te dat ze zijn zoals ze zijn. Einde theorie. Die kenwerken. De betreffende kamer wordt momenteel bewoond door prof.dr. H.F.M. Crombag. Hij is als merken verklaren niets omdat het tautologieën zijn. Zo moetje geen wetenschap bedrijven. En rechtspsycholoog hoogleraar aan de juridische daarom stelt Skinner voor om te kijken naar gefaculteiten in Maastricht en Antwerpen. In het dragspatronen in bepaalde situaties. Misschien is NIAS werkt hij met een groepje collega's, onder bepaald gedrag simpel een functie van de omwie de befaamde Wagenaar, aan een onderzoek gevingscontingenties, de kenmerken van de siover problemen bij juridische bewijsvoering. tuatie. Daarbij ontkent Skinner niet dat mensen Crombag is een rappe prater, met een zuidelijke een zeker innerlijk hebben." tongval, een Vlaamse oogopslag en een BelgiVU-MAGAZINE—MAART 1991
I
Ti
17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's