Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 265

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 265

4 minuten leestijd

De identiteitscrises waarin universiteiten verkeren, dwingt hen tot profileren. Daarom noemt de TU Twente zichzelf'ondernemend' en heet de VU sinds kort 'gewoon bijzonder'. Maar over de inhoud van het bijzondere wordt nog gediscussieerd. GERTJ. PEELEN

Foto Bram de Hollander

Gewoon bijzonder is al gek genoeg

Nederlanders houden niet van bijzonder. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg; een uitdrukking die kenmerkend lijkt voor de vaderlandse, met onverdund calvinisme geïmpregneerde volksaard. Opvallend is daarom dat uitgerekend een universiteit die 111 jaar terug gefundeerd werd in het roestvrij-stalen geloofsgoed van het Kuyperiaanse (neo-)calvinisme, zich vandaag de dag, ter onderscheiding van de andere, bijzonder durft te noemen. Zij doet dat weliswaar bescheiden, en met een ingebouwd excuus dat in de aanduiding 'gewoon bijzonder' treffend uitdrukking vindt. Maar toch... 'Gewoon bijzonder' was de titel van een boekje over de identiteit van de Vrije Universiteit, waarin - terugblikkend en vooruitziend - het gewone en het bijzondere van deze instelling werden geschetst. Het verscheen in '88 en is recentelijk herdrukt. De titel werd (tot vreugde van de auteur) al snel tot slogan en dook herhaaldelijk op in meestal propagandistisch bedoelde woorden en geschriften van bestuurderen en pr-functionarissen.

U

it deze identity-brochure treedt een - men zou haast zeggen - doodgewone, middelgrote universiteit naar voren, waar op volstrekt reguliere wijze aan onderwijs en onderzoek wordt gedaan. Het beeld van een 'nachtschool' - gefinancierd uit moeizaam bijeengesprokkelde centen en stuivers van armlastige gereformeerden - , waar onderzoeksresultaten en orthodoxe dogma's konden samensmelten tot een wonderbaarlijk amalgaam van christelijk geheten wetenschap, is zo achterhaald dat zelfs het verweer daartegen inmiddels tot een archaïsme is verworden. Van een bijzonder karakter, zo luidt de stelling in dit boekje, is sprake waar deze universiteit aan twee duidelijk herkenbare tradities uit het verleden wenst vast te houden. De eerste is de continue kritiek op het hoogmoedige en zelfgenoegzame radonalisme en positivisme dat sinds de Verlichting bon ton is in de wetenschap. De tweede lijn is verknoopt met de 'pardculiere' afkomst van deze universiteit, die haar op bijzondere wijze verplicht tot het afleggen van verantwoording en tot wat zij samenvattend zelf zo fraai

omschrijft als 'dienstbaarheid aan de samenleving'. Zowel van het voldoen aan de eerste als aan de tweede traditionele verplichting zijn in het boekje concrete voorbeelden te vinden. Zoals het bestaan van een Bezinningscentrum; een aan de instelling verbonden studiecentrum waar de kritische reflectie op de wetenschap levend, en de dialoog tussen geloof en wetenschap gaande worden gehouden, een (overigens bepaald niet onbedreigd) Instituut voor Ethische Vraagstukken, omvangrijke steun aan wetenschappelijke projecten in de Derde

Bijzonder genoeg? Of zo gewoon dat het afzonderlijke bestaansrecht van deze universiteit er niet mee te verdedigen zou zijn? Wereld, en het mogelijk maken van allerhande activiteiten (waaronder die van het VUSA-centrum en VUMagazine) waarin, meestal ten behoeve van de geïnteresseerde leek, dwarsverbindingen worden gelegd tussen wetenschap, cultuur en samenleving. Sommige elementen uit dit pakket zijn overigens ook aan andere universiteiten terug te vinden, maar het totaal moet aantonen dat het de Vrije Universiteit ernst is met dit tweeledig streven. Bijzonder genoeg? Of eigenlijk toch zo gewoon dat het afzonderlijke bestaansrecht van deze universiteit er niet mee te verdedigen zou zijn?

O

p die vragen is een scala aan antwoorden mogelijk, waarmee gemakkelijk een boek te vullen valt. Dat blijkt tenminste uit de inhoud van de onlangs verschenen discussiebundel 'Vrij van kerk, staat, ...en verleden?', die de prikkelende vraag - 'Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft?' - als ondertitel draagt. Het Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit organiseerde een symposium over zin en onzin van een zich anno '91 bijzonder noemende universiteit, en bundelde de meningen van medewerkers en studenten daarover. 35

l^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 265

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's