VU Magazine 1991 - pagina 194
O
ok onder de Tamils zijn het vooral de jongeren, die hiervan de dupe zijn. Een belangrijke vraag is, in hoeverre het Westen niet mede schuldig is door een harde schuldenpolitiek, een rigide IMF-beleid en vooral door zijn steun aan de huidige politieke en economische elite in dit land, die niet erg geïnteresseerd lijkt in rechtvaardigheid en daardoor beide jongerenopstanden heeft opgeroepen. Het met militaire middelen neerslaan van de guerilla van de jeugd in het noorden, die sinds 11 juni 1990 weer in volle hevigheid is opgelaaid, zal Colombo overigens bij lange na niet zo gemakkelijk afgaan als de onderdrukking van de revolutie van de JVP. De Tijgers hebben daarvoor
Toen familieleden van soldaten en politie in koelen bloede werden gedood, ontstond een grote woede en nam de steun voor de JVP af. te veel steun van rijke Tamils in vele hoofdsteden van West-Europa en Zuid- en Oost-Azië. De politieke weg lijkt de enige mogelijkheid. Beide partijen beseffen dat in meer of mindere mate. Indien het vroeg of laat weer tot vredesonderhandelingen komt, zal zeker ook aandacht moeten worden besteed aan de sociaal-economische factor en de ongelijkheid tussen Senghalezen en Tamils, tussen centrum en periferie (zowel in het noordoosten als in het zuiden), tussen ouderen en jeugd en niet te vergeten tussen de jongeren onderling van verschillende klassen en ethnische groepen. Recente ervaringen hebben geleerd, dat een blijvende onrechtvaardigheid ook voor de toekomst een potentiële bron van ernstige conflicten zal zijn. D
Dr. J.P. Feddema, antropoloog aan de Vrije Universiteit en lid van de Beleidsgroep Buitenland en Groen Links, bevond zich tot voor kort in verband met een sociologisch onderzoek in Sri Lanka.
ie openlijk ingaat tegen gevestigde opvattingen ('conventional wisdom' zegt Amerika, met onbedoelde ironie) kan rekenen op onbegrip, verkettenng, broodroof of erger. Ook als je later gelijk krijgt helpt het je niets. Wie aan de verkeerde kant van het gelijk had gestaan geeft dat zelden toe, en wil zeker niet erkennen dat die ander het goed gezien had: die had daarvoor destijds de verkeerde redenen.
Wi
Zo iemand die soms pijnlijk gelijk heeft gehad is de journalist Willem Oltmans. Hij wil dat gelijk graag en met verve halen, en benut daarvoor zijn professionele vaardigheden: een vlotte pen, en een fanatiek bijgehouden archief, met een uitvoerig dagboek. Van dat dagboek publiceerde Oltmans sinds 1985 bij uitgeverij In den Toren vijf delen, over de periode 1925 (zijn geboortejaar) tot 1961 (ons Nieuw Guinea-debacle). De volgende dertig jaar komen nog... Het deel over 1961 (uit 1989) is illustratief voor Oltmans' werkwijze, en voor de zaken waarvoor hij zich inzet. Uit dat deel blijkt dat hij een geëngageerde journalist is: hij verdedigt Loemoemba, tegen oud-koloniale machten die proberen het Katangese koper van Kongo af te scheiden; hij sluit zijn acties voor overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië af met een Open Brief, omdat de groep-Rijkens (met wie hij vergeefs al jaren achter de schermen daarvoor ijverde) er niets van bakte.
Wie zag in die jaren iets in Loemoemba en Soekarno? Niemand toch? Sterker: wie met Soekarno heulde was een 'landverrader'. "U werd het woelratje in Washington genoemd" kreeg Oltmans van een
bouwen. Door de boodschapper te beschuldigen hoeft men op de boodschap niet in te gaan. Zo houdt hij er al jaren een dwarse opvatting over Zuid-Afrika op na, die nu bewaarheid lijkt te
z
'Woelratje' Oltmans
LU
ü
CC
CC
katholieke politicus te horen (vanwege het feit dat Oltmans ook bij Amerikaanse politici het Indonesische standpunt verdedigde). Het politieke establishment deed Oltmans in de ban. Onlangs kreeg hij van Buitenlandse Zaken zelf bewijzen in handen, zo vertelt Daan Dijksman in HP/De Tijd van 29 maart 1991: een oekaze die minster Luns in 1962 stuurde aan alle ambassades, waarin werd gewaarschuwd voor deze landverraderlijke, homofiele snoodaard. Luns' ongelijk inzake NieuwGuinea behoort inmiddels tot de conventionele wijsheid, maar Oltmans heeft van deze en soortgelijke wraakoefeningen blijvend last ondervonden. Niet dat Oltmans zelf een beestje is om zonder handschoenen aan te pakken. Een lange reeks van misverstanden, ruzies en rechtsgedingen begeleiden zijn loopbaan, want gelijk hebben is tot daar aan toe, het krijgen leek soms belangrijl<er. Zijn tegenstanders gebruiken dit graag om hun woelrat-accusaties te onder-
worden (hij is er inmiddels zelf gaan wonen om er over te kunnen schrijven). Zo heeft hij een kijk op Bouterse die nog niemand deelt. Beide zijn gebaseerd op zijn unieke vaardigheid om de meest onwaarschijnlijke mensen te spreken te krijgen. Dat blijkt uit de dagboeken, maar ook uit zijn publikaties over de Club van Rome, geleid door de door Oltmans bewonderde grootindustheel Aurelio Peccei. In twee bij Bruna 1973/4 verschenen bundels met 125 gesprekken over 'de grenzen aan de groei' krijgt Oltmans contact mettopdenkers in West, Oost en Azië, Kunnen onze samenlevingen het getij van de milieuverloedering wel keren, vraagt hij hen. Het kunnen niet alleen Oltmans' charme en de voorspraak van Aurelio Peccei zijn geweest, die hem entree gaven bij deze topdenkers. Zij hebben hem serieus genomen; in zijn vaderland is dat nog onvoldoende het geval. Maar de rest van de dagboeken komt er nog aan!
VU-MAGAZINE—MEI 1991
i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's