VU Magazine 1991 - pagina 236
uit de maag van slachtkalveren. Het stremselgist was het eerste marktrijpe produkt waarbij genetisch materiaal was ingebracht van een ander organisme. De goedkeuring om dit (transgene) stremsel toe te passen is reeds in een aantal landen verkregen, maar een echte commerciële klapper is het nog niet. Veel kaasbereiders blijven hardnekkig hun oude recepten trouw.
T
en aanzien van agrarische toepassingen van biotechnologie waren de verwachtingen misschien nog wel het hoogst gespannen. Dit mede in verband met de noodzakelijke verhoging van de voedselproduktie vanwege een ex-
Microscopische opname van de geïsoleerde cel van een plant. De staafjes rond de cel zijn bacteriën op weg naar de cel om DNA over te dragen. Foto G.J. WuUems, RU Utrecht
Bacteriën en geweren schieten de biotechnoloog te hulp
plosief groeiende wereldbevolking. Planten-biotechnologen dachten door manipulatie gewassen te kunnen ontwikkelen die niet alleen een hogere opbrengst opleveren, maar die ook kwalitatief beter waren. Kwalitatieve verbeteringen met betrekking tot bijvoorbeeld zaken als een betere resistentie tegen ziekten en plagen, een verhoogde tolerantie tegen zout en droogte, een efficiëntere opname van meststoffen, gewijzigde ('verbeterde') gehaltes aan belangrijke voedingsbestanddelen, maar ook andere eigenschappen ten aanzien van rijping, oogsten en opslag. Door het aanvankelijke optimisme kwam er ruimschoots geld beschik-
baar voor investeringen in biotechnologisch onderzoek. Ondanks deze voortvarende start heten de gewenste transgene gewassen zeer lang op zich wachten. Een deel van de problemen bleek toch te liggen in de aard van het plantje; veel eigenschappen worden niet eenvoudig door een enkel gen (stukje DNA) bepaald, maar door gecompliceerde, onderling afhankelijke genetische factoren. Zo blijkt het vaak niet eenvoudig een eigenschap van een plant over te brengen op een andere. Bij het tot uiting komen van een bepaalde eigenschap zijn meestal vele biochemische processen en achterliggende erfelijke regelsystemen betrokken, met als gevolg dat de over-
Sinds mensen landbouw bedrijven bestaat er waarschijnlijk belangstelling voor het veranderen van eigenschappen van cultuurgewassen. Er zijn aanwijzingen dat zo'n tienduizend jaar geleden landbouwers in het Midden-Oosten zich reeds toelegden op het verbeteren van graansoorten door selectie en kruising. Door middel van zulke veredelingstechnieken zet de mens de natuur dus al eeuwenlang naar zijn hand. Deze traditionele wijzen van genetische manipulatie (het doelbewust veranderen van erfelijke eigenschappen) is echter gebonden aan de soortbarrière; een aardbei kan men niet zomaar kruisen met een sperzieboon. In de afgelopen decennia is het door revolutionaire ontwikkelingen op het gebied van de (moleculaire) erfelijkheid mogelijk geworden op een meer basaal niveau erfelijke eigenschappen te veranderen. Zo heeft de zogenaamde recombinant-DNA-techniek het mogelijk gemaakt ook erfelijke eigenschappen uit te wisselen tussen verschillende plantensoorten. Daarnaast konden ook veel sneller dan voorheen de gevolgen geanalyseerd worden van zulke veranderde eigenschappen, doordat in principe bekend is op welke manier de erfelijke informatie wordt vastgelegd (in de vorm van een soort chemische code in de erfelijkheidsdrager DNA). Voor plantenveredelaars betekenden deze ontwikkehngen een fundamentele ommezwaai. Zij konden voortaan gerichter aan de eigenschappen van planten sleutelen en waren niet langer genoodzaakt zich bij het inkruisen van gunstige eigenschappen te beperken tot planten die nauw verwant (kruisbaar) zijn. In theorie kan een gunstige eigenschap van de sperzieboon door middel van de recombinant-DNAtechniek worden ingebracht in de aardbei. Een methode die biotechnologen ter beschikking staat bij het introduceren van soortvreemde erfelijke eigenschappen is rechtstreeks afkomstig uit de natuur. Het betreft een tumorveroorzakende bodembacterie, Agrobacterium tumefaciens, die planten via wonden infecteert en aanleiding geeft tot woekeringen (de zogenaamde 'wortelhalskanker'). De bacterie slaagt er daarbij in een deel van haar erfelijke informatie (een stukje DNA) binnen de gastheercellen te brengen. Deze erfelijke informatie, die wordt opgenomen in het DNA van de gastheercellen, 'programmeert' de cellen tot de produktie van stoffen die de bacterie tot voedsel kunnen dienen. Agrobacterium verricht dus van nature ge-
6
VU-MAGAZINE—JUNI 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's