VU Magazine 1991 - pagina 392
pels en de slappe spieren. Door aan de conditie te werken moet het onvermijdelijke verval vertraagd worden. De fitnessfanaat zegt niet: het verval is onontkoombaar, laat ik daarom maar in het heden zoveel mogelijk genieten en eruit halen wat erin zit; nee, hij denkt langer te leven door nu even wat pijn te lijden, door alvast een beetje te sterven. De martelwerktuigen van het fitnesscentrum staan er al klaar voor.
D
e lege blik in de ogen van de fanatieke jogger is een voorafschaduwing van de blik van de dode. Hij heeft nergens oog voor: niet voor de natuur, niet voor de gebouwen, niet voor de mensen. Onverstoorbaar zet hij zijn drieste activiteit voort. Nog beter is de home-trainer: trappen zonder ook maar ergens naar toe te gaan, zonder ook maar de kleinste prikkel te krijgen om je heen te kijken. Er
'I did it' zucht de uitgeputte marathonloper terwijl hij zich laat neerzakken op het gras van Central Park. valt immers niets te zien. Een nieuwe metafysica, zo zou je de fitnessrage ook kunnen betitelen. Het eigenlijke leven begint pas na de dood, zeiden de orthodoxe christenen; het eigenlijke geluk begint pas in de socialistische heilstaat, zeiden de strenge marxisten. Het feitelijke leven, daar kwam het in de metafysica altijd op neer, is er een van helaas noodzakelijke ontberingen en offers; maar de pijn daarvan smaakt zoet bij de gedachte dat eens, in een verre toekomst, zal blijken dat het allemaal niet voor niets is geweest. Het socialisme is dood en met de religie gaat het ook niet al te goed, maar de fitness-metafysica leeft als nooit tevoren. Het gezonde, geslaagde individu wordt verondersteld zich vrijwillig leed te berokkenen. Dat alles moet een zin, een diepere betekenis hebben, anders breng je zoiets toch niet op?D
30
H
et is weinig aannemelijk, oordeelt H.Beem ('Restanten van een taal, Woordenboek van het Nederlands Jiddisch', 1967). Maar het 'Bargoens woordenboek' van Enno Endt, uit 1974, voert meerdere zegslieden aan: schappie is Chopin, hendele Handel en mendele Mendelssohn. Het betekent in het Jiddisch 'hutspot van aardappelen, wortelen en uien', Waarom ook niet: de Fransen gebruiken potpourri ook als muziekterm. Als het niet waar is, is het prachtig gevonden, Die beide boekjes staan al lang in mijn boekenkast. Ik verbaas mij telkens hoezeer hebreeuws-jiddische woorden in de volkstaal zijn overgegaan, zonder dat iemand meer weet dat ze daar vandaan komen. Dat is erg jammer. Door de gruwelen van de bezetter zijn meer dan honderdduizend joodse Nederlanders de dood in gejaagd, en met hen een actief element in onze cultuur, met name ook in het volksleven van Amsterdam, Als we hun woordenschat in ere houden, dan gedenken wij hen daarmee. Het valt op hoeveel (zelf)spot in die uitdrukkingen zit. Gewoon hutspot, maar genoemd naar componisten. Of het woord 'mietnasser' (meesnoeper, uit het oud-duitse element in het Jiddisch) voor een pooier; of 'droge rachmones' (medelijden dat niets kost), Beem bevat zo'n drieduizend woorden, daarvan zijn er heel wat overgegaan in ons spraakgebruik. Dat po-
nem of porum gezicht betekent weten we, maar ook dat poen daarvan is afgeleid (melech punem, 's konings aangezicht, de beeldenaar op de munt)? En als in de jaren zestig mensen zich 'neo-tofelemonen' noemden, dan wist niemand meer dat met een tofeiemoon (tofei, oud en emoena, geloof) een katholiek werd bedoeld. Een greep uit de letters p tot t bij Endt levert gangbare woorden op als afpeigeren, pleite gaan, penose, pieremegoggel (gammel bootje, maar ook: lelijke vrouw), pote (kwijt)
Ik heb een zwak voor woordafleidingen, omdat zij je terugvoeren in de geschiedenis van een taal, en dus van een volk, in dit geval van de ontelbare asjkenaziem, Jiddisch sprekende joden, die naar onze delta emigreerden. Woorden ontstaan pas als er behoefte is om voor een bepaald verschijnsel een term te hebben. Voor voorwerpen spreekt dat vanzelf, maar het geldt ook voor begrippen. Als bijvoorbeeld het woord 'intellectueel' pas opduikt in de tweede helft van de vorige eeuw, dan kan daaruit blijken
Schappie hendele mendele krijg de rambam (rambam is nota bene de aanduiding van de grotegeleerde Maimonides uit de twaalfde eeuw: rabbi mosje ben maimon), ramsj (rammo-es, bedrog!), schorem en geteisem, sjoege hebben van iets, slome duikelaar (Schlomo Duikelaar was een achttiende eeuwse stukjesschrijver), smeris (sjemiera, wacht), smoezen (sjemoe'ot, geruchten), sores (tsoro, leed), stiekem (sjetieka, stilte), tinnef (rommel) rijmend op gannef (dief). Ze horen in mijn normale vocabulair thuis, bargoens of niet. Is dat omdat ik in Groot-Mokum woon (van makon, stad: Amsterdam, KleinMokum heet tegenwoordig Rotjeknor)?
dat deze 'voortbrengers en beheerders van de cultuur' (Van Dale) zich pas toen gingen onderscheiden. Zo ontstond 'intelligentsia' in Rusland rond 1920, om mensen als Lenin en Trotsky een plaats te geven in de nieuwe orde: zij konden niet voor arbeider of boer doorgaan. Dit hoewel 'ces intellectuels', aanduiding van de aanhangersvan Zola in de Dreyfuss-affaire, bepaald geen koosnaam was. De tweedelige Shorter Oxford English Dictionary geeft bij woorden telkens de oudste vindplaats aan. Het is een tekortkoming van de, toch driedelige, Van Dale dat dit geheel ontbreekt,
VU-MAGAZINE—OKTOBER 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's