VU Magazine 1991 - pagina 124
De stormachtige groei van uitzendbureaus in de jaren tachtig is het meest zichtbare gevolg van de flexibilisering van de arbeidsmarl4t. Foto Bram de HoUander
Voor bedrijven met een recreatieve functie zal opensteUing op zondag moeilijk zijn tegen te houden. Foto Bram de Hollander
O
ntdaan van haar masker, in de meest naakte betekenis, lijkt deflexibiliseringvooral neer te komen op een vergroting van de vrijheid van de werkgever; de vrijheid om de werknemers niet te hoeven voorzien van vakantiedagen en andere arbeidsvoorwaarden, en de vrijheid om dat ook nog eens voor te stellen als iets heel moois. In die zin zou deflexibiliseringals het kernstuk van de bevrijdingstheologie der ondernemers betiteld kunnen worden. Maar we moeten niet overdrijven. Het lijkt niet helemaal terecht het begrip 'flexibihteit' uitsluitend te zien als een versluierende discussietruc. Er zijn andere redenen, dan de vermomde subjectieve belangen, om het begrip flexibilisering zo nu en dan in de mond te nemen. Globaal komen die hier op neer: de samenleving heeft veel van zijn oude, vertrouwde stabiliteit verloren. De meeste bedrijven zijn complexe systemen geworden, die in een turbulente, snel veranderende omgeving opereren. Nu is dat tot op zekere hoogte altijd zo geweest: bedrijven dienen in te spelen op de wensen van de consument. Maar de samenleving is de afgelopen decennia wel minder voorspelbaar geworden. Niet langer weet een bedrijf al bij voorbaat dat het voor zijn produkt voldoende afzetmarkt zal vinden. Het primaat is steeds sterker bij de consument, met zijn toegenomen bestedingsbudget, zijn grillen en veranderende voorkeuren, komen te hggen. De aloude manipulatie-theorie is ruimschoots achterhaald: het is niet zo dat de producent (van goederen of diensten) met listige verleidingstactieken de consument bepaalde behoeften probeert op te dringen. Veeleer holt de producent amechtig hijgend achter de consument aan, en probeert hem zijn diepste, zijn meest geheime behoeften te ontfutselen. Snel aanpassen aan een snel veranderende omgeving, luidt daarom het devies. Wie als een mamoettanker nauwelijks van zijn koers te brengen is, loopt het risico met een produkt aan te komen waar geen vraag naar is. Wie daarentegen de zeilen naar de wind weet te zetten en de kunst van het laveren ten vohe beheerst, zal niet zo hard schrikken van de 26
hogere, leidinggevende posities in een bedrijf is het eigenlijk niet nodig, in zekere zin zelfs ongewenst, een vak geleerd te hebben. Men heeft veel meer behoefte aan capaciteiten als flexibihteit, aanpassingsvermogen, leiding kunnen geven, in communicatief opzicht goed bij de pinken zijn. Kennis kan verouderen, algemene vaardigheden laten je zelden in de steek. Een arts is nog altijd een specialist, ook wanneer hij huisarts is, maar bij veel juristen, economen, politicologen en informatici is het interessante van hun opleiding vooral het feit dat ze die opleiding voltooid hebben. Breed inzetbaar zijn; dat telt pas echt.
N
iet alleen aan ondernemerskant, maar ook bij werknemers en consumenten bestaat behoefte aan (bepaalde vormen van)flexibilisering.Een belangrijke steen des aanstoots vormen met name de winkelsluitingstijden die goed zijn afgestemd op het traditionele gezin waarin de man het inkomen levert en de vrouw de hele
eerste de beste weersverandering, en zich op de nieuwe situatie instellen.
H
oe uit zich praktisch gezien deflexibiliseringvan de arbeidsmarkt? Het meest zichtbare gevolg is de groei van het aantal mensen met tijdelijke arbeidscontracten en zogenaamde afroepcontracten. Ook de uitzendbureau's groeiden in de jaren tachtig stormachtig. Het mes sneed daarbij zowel aan werkgevers- als aan werknemerskant; uit die tijdelijke arbeidscontracten vloeiden namelijk herhaaldelijk langduriger overeenkomsten voort. Via uitzendbureau's kon snel, met name voor die functies waarvoor weinig specifieke vakkennis vereist was, een geschikte kandidaat voor een vacature gevonden worden. Daarmee werden tijdrovende sollicitatieprocedures vermeden die bovendien het risico met zich dragen dat uiteindelijk toch een
kandidaat benoemd wordt die na verloop van tijd niet zo geschikt blijkt. Behalve in kwantitatieve zin heeft er ook in kwalitatieve zin zich een flexibilisering voorgedaan. In vooral de VU-MAGAZINE—MAART 1991
dag de tijd heeft dat geld weer om te ruilen voor etenswaar en andere consumptiegoederen. Slechter komen de sluitingstijden tegemoet aan de verlangens van andere leefeenheden als: alleenstaande werkenden, werkende partners, eenoudergezinVU-MAGAZINE—MAART 1991
nen. Met recht kan hier van starheid worden gesproken. En de zondag, hoe zit het daarmee? Voor veel mensen is die al lang niet meer heihg. Uit een enquête bleek dat 32 procent van de bevolking er geen bezwaar tegen heeft op zondag te werken; een minderheid, dat is waar, maar wel een forse. Opvallend was dat de Abva-kabo, aanvankelijk tegenstander van het openstellen van de bibliotheek in Leiden, het eigen standpunt versoepelde toen na raadpleging van de leden bleek dat die daarover in meerderheid anders dachten. Voor wat meer flexibihteit op de zondag valt dan ook heel wat te zeggen. Niemand die op die dag voor zijn plezier het stadscentrum binnenwandelt; de angstaanjagende, gietijzeren roUuiken drijven de voorbijganger weer snel huiswaarts. De gemeenschapszin gaat verloren!, mopperen verdedigers van een strikte naleving van de zondagsrust. In hun cultuurpessimisme roepen zij nog maar eens het spookbeeld van de individualisering en het verlies aan sociale banden op. Maar het geweeklaag is aan dovemansoren gericht. Voor veel mensen heeft de individuahsering juist veel aantrekkelijks te bieden. In een aantal gevallen zal de vanzelfsprekendheid van een gemeenschappelijke rustdag verdwijnen maar met name voor mensen in niet-traditionele leefvormen zal dit nauwelijks een bezwaar zijn. De hoeveelheid vrije tijd is voor hen belangrijker dan de vraag wanneer die vrije tijd precies kan worden genoten.
de mensen met tijdelijke contracten, zijn de vooruitzichten minder riant, het permanent op de schopstoel zitten is niet de meest benijdenswaardige positie. Wel is de afgelopen jaren al een nieuwe reeks van arbeidscontracten ontstaan: freelance-overeenkomsten, thuiswerkovereenkomsten, afroepovereenkomsten etc. Een dergelijke juridisering van tijdelijke arbeidsovereenkomsten lijkt op zijn minst een noodzakelijke voorwaarde om de scherpste kantjes van de ongelijkheid weg te slijpen. In een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is ook gesteld dat niet de rechtszekerheid van een tijdelijke arbeidskracht op een bepaalde werkplek beschermd moet worden, maar dat zo'n arbeidskracht de zekerheid moet krijgen na ontslag snel weer op een andere werkplek aan de slag te kunnen.
De hoeveelheid vrije tijd is voor mensen in niettraditionele leefvormen belangrijker dan de vraag wanneer die vrije tijd wordt genoten.
Vakbonden zijn nu nog geneigd zich uit alle macht tegen de flexibilisering te verzetten, in hun starheid lijken ze zelf wat dat betreft meer op de Een grootscheepse aanval op de logge tanker dan op het behendig zondagsrust valt echter niet te ver- manoeuvrerend zeiljacht. Ze hadden wachten. Ondanks de verzekering hun koers ook kunnen afstemmen van enkele ondernemers dat ze het op de positieve kant van de zaak: bij liefst zeven dagen in de week 24 uur een minder strakke, uniforme regeper dag blijven doordraaien, valt er hng van de bedrijfstijd wordt het weinig aandrang te bespeuren mas- namelijk gemakkelijker eisen te stelsaal deze woorden in daden om te len aan de arbeidstijd. Een drastizetten. AUeen voor bedrijven die sche verkorting van de arbeidsduur (ook) een recreatieve functie heb- (vakbondseis: naar een vierdaagse ben, zoals winkels en bibliotheken, werkweek!) valt op die manier waarzal de openstelling op zondag steeds schijnlijk eenvoudiger te realiseren. moeilijker zijn tegen te houden. Een En arbeidstijdverkorting leidt tot mogelijk gevolg van de flexibilise- meer vrije tijd en biedt meer mogering is wel een vergroting van de on- lijkheden tot - cultuurpessimisten gelijkheid. Voor de breedgeschoolde opgelet! - gemeenschapszin. werknemer die bereid is zich aan een De vervreemde en afhankelijke bedrijf te binden en die gerichte mens moet dus nog maar even in de scholingscursussen wil ondergaan, is wachtkamer bijven. Wanneer, en óf een vrij rooskleurige toekomst weg- hij wel ooit aan de beurt komt, blijft gelegd. Voor de lager geschoolden. een niet te beantwoorden vraag. D 27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's