VU Magazine 1991 - pagina 334
Dit is zo lastig, omdat die zinskern vaak helemaal geen zin meer is. Onderwerp en persoonsvorm vormen alleen een geheel op basis van een vormkenmerk, het congrueren in persoon en getal. Kinderen hebben grote moeite met het leren van vormen die niet corresponderen met een betekenis. Ook andere regels in het traditionele grammaticaonderwijs helpen kinderen van de wal in de sloot. Zelfstandige naamwoorden zijn woorden waar je 'de, het of een' voor kunt zetten, leren ze. 'Werkt' is een zelfstandig naamwoord, zeggen kinderen dan, want je kunt zeggen 'Het werkt!' "'Zwarte' is ook een zelfstandig naamwoord, want je zegt 'de zwarte poes'!" Nu in 1991 krijgen nog steeds bijna alle leerlingen vanaf de zesde groep dit soort grammaticaonderwijs. 'Jouw taal, mijn taal', 'Taal Aktief' en 'Taal Kabaal' zijn de meest gebruikte boeken. 'Taal Kabaal' is een methode die vrij recent in Rotterdam is ontwikkeld. De schrijvers vertellen in hun inleiding dat deze boekjes speciaal zijn gemaakt voor arbeiderskinderen. Dat komt tot uiting in de voorbeeldzinnen, die "aansluiten bij de belevingswereld van het arbeiderskind". 'Vader ligt te slapen op de bank, want hij heeft gisteren te veel gedronken', zulke voorbeeldzinnen krijg je dan. Vader gaat naar de fabriek en moeder is meestal aan het stofzuigen.
Inhoudelijk komt die gerichtheid op het arbeiderskind tot uiting in het beperkte scala van lesonderwerpen. Kinderen moeten tot vervelens toe 'zinnen knippen', omdat er dan iets is dat ze echt goed onder de knie krijgen. Dat is goed voor hun zelfvertrouwen, vinden de schrijvers.
A
an de Universiteit van Amsterdam heeft Van Dort met een andere taalkundige, dr. Jannemieke van de Gein, en met een groot aantal studentes, een nieuwe grammaticamethode ontwikkeld, die leerlingen wel dat gewenste 'inzicht in de taalstructuur' bijbrengt. Die methode, 'Grammatica in Balans', is nu net af. De uitgever is de markt aan het bestormen. Die uitgever heeft het wel moeilijk gehad met zijn Amsterdamse schrijverscollectief. De dames hadden geen idee hoe raar hun boek vol gescheiden bijstandsmoeders, buitenlanders, krakers, homo's en bierdrinkende kroegbazen, op de Veluwe ontvangen zou worden. Er kwam gewoon geen normaal gezin in voor, vond de uitgever. De directeur van de uitgeverij zelf heeft ook ervoor gezorgd dat de zin 'Dat bord is zo oud als Sinterklaas z'n kont' verwijderd werd en dat de kroegpoes een cafékat werd. Ze wisten daar in Amsterdam niet eens dat kroegpoes 'hoer' betekent!
Zinnen knippen en bouwen In de traditionele grammaticamethodes wordt de zinskern-didactiek in de vierde en vijfde groep voorbereid door middel van het knippen van zinnen. Zinnen op kaartjes moeten in stukken worden geknipt. Doel daarvan is het leren onderscheiden van woordgroepen. 'Even later - zaten -ze - langs de kant van de weg'. Die kaartjes herschikken leerlingen dan tot nieuwe, synonieme, zinnen, die ze in hun schrift opschrijven. In groep zes zijn de leerlingen het hele jaar bezig met het korter en korter maken van zinnen tot de zinskern overblijft. In de voorbeeldzin moeten ze het 'waar-deel' weglaten (langs de kant van de weg) en het 'wanneer-deel' (even later). Dan blijft de zinskern (zaten ze) over. In de zinskern zit het 'wie-deel'. Later leren de kinderen dat het wie-deel 'onderwerp' genoemd wordt. Het andere woord heet eerst 'nu of vroeger-woord' en later persoonsvorm. Het belangrijkste uitgangspunt van 'Grammatica in Balans' is dat de semantiek centraal staat, Alleen uitgaande van de betekenis kun je leerlingen inzicht bijbrengen in taalstructuren. De makers van de nieuwe methode willen een deel van de intuïtieve kennis van hun moedertaal die leerlingen hebben, bewust maken. Dat kan het taalgebruik ten goede komen.
In groep zeven leren de kinderen ook de traditionele termen.
16
De bepaling
Door te werken met zinspatronen is het verband tussen woordsoorten en zinsdelen duidelijk te maken. In moderne Amerikaanse taalmethodes wordt ook met zinspatronen gewerkt. In de zevende groep leren de kinderen ook de traditionele termen. Van een zin van het tweede zinspatroon 'NWN', 'Fatma bakt een taart', leren ze dat 'Fatma' het onderwerp is, 'bakt' de persoonsvorm, en 'een taart' het voorwerp. De voorbeeldzinnen in deze methode vormen altijd verhaaltjes. Met de kinderen die in het boek voorkomen moeten de leerlingen "zich kunnen identificeren". D
VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's