Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 461

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 461

4 minuten leestijd

maar meenden tevens dat hij al te lichtvaardig heen en weer sprong tussen mens en dier. Zo werd aangevoerd dat uitspraken als die over het juistgenoemde huisdier "grotendeels andere gebieden" bestrijken "dan het vakgebied van de ethologie, en wat onder het hoofd ethologie valt is zo speculatief dat het zelfs nauwelijks een hypothese kan worden genoemd" {drs. M. 't Hart in Vrij Nederland). Prof.dr. G.P. Baerends verweet Lorenz op een symposium over ethologie dat in '71 werd gehouden, onder meer "geheel ten onrechte en op een apodictische manier" uitspraken te hebben gedaan over het mechanisme van agressie. En prof.dr. L. Vlijm (geen etholoog maar een oecoloog) zei de manier waarop Lorenz vanuit agressie over oorlog was gaan praten "dodelijk gevaarlijk" te vinden. De discussie over mens- en diergedrag en de mogelijke samenhangen daartussen, hechtte zich onder meer aan een spectaculair onderwerp als agressie. Hoe kwamen we aan deze lastige eigenschap? Zat ze in de aard van het beestje en was er dus weinig aan te doen? Of werd agressief gedrag de mens door zijn omgeving opgedrongen (buurman draait op laat tijdstip grammofoonplaten op stereo-installatie met groot vermogen) en zou men kunnen volstaan met het opruimen van irritatie- of frustratiebronnen? Of was van beide mogelijkheden iets (of niets) waar?(.) De pogingen om agressieve uitingen bij de mens te verklaren uit soortgelijke uitingen bij het dier, liepen op weinig uit. Voor een veronderstelling dat agressie geheel of ge-

VU-MAGAZINE—DECEMBER 1991

deeltelijk te wijten zou zijn aan de 'aard van het beestje' werd geen bewijs gevonden. De Britse etholoog S.A. Barnett schreef, dat sommigen graag over de mens denken als over een onontkoombaar gewelddadig schepsel aan wiens geërfde 'boze neigingen' weinig meer te doen zou zijn. "Bij de geboorte krijgt elk van ons zekere geërfde eigenschappen mee, maar wat daarna met ons gebeurt, is het resultaat van een voortdurende wisselwerking met onze omgeving." Ook bij dieren was dit in zekere mate het geval, maar "de invloed van de omgeving op het menselijk gedrag is veel belangrijker dan bij enige andere soort. De mens heeft geen aantal vaste gedragspatronen ontwikkeld, maar wel een buitengewone aanpasbaarheid. Hij is een zeer succesvolle soort geworden, maar zijn aanpassingsvermogen heeft hem ook het een en ander gekost. Zo hebben we geen standaardfamilie- of groepsstructuren; er is geen enkele garantie te geven over de ontwikkeling van een bepaalde soort persoonlijkheid in diens kinderjaren." Ook prof. Vlijm, met wie VU-Magazine een gesprek had, zegt niet van de gedachte te houden dat biologen van stal zouden worden gehaald om iets als een niet te veranderen erf-agressie bij de mens te funderen. "Daarmee zou aan de mens te kort worden gedaan, want die is nog steeds veranderbaar. Wanneer men bijvoorbeeld zou kijken naar de ontwikkeling van de polemologie, dan wordt duidelijk dat zich een doorbraak aftekent; dat men zich ten aanzien van het oorlogsvraagstuk niet bij de feiten neerlegt, alsof die onveranderbaar zouden zijn.(.) We kunnen er opnieuw naar gaan

kijken zonder van een theorie uit te gaan dat 'er nu eenmaal altijd oorlog is geweest en ook wel zal zijn'." Prof. Vlijm acht het een gevaarlijke bezigheid om te menen dat kennis die iemand op biologisch vakgebied heeft vergaard, zonder meer op de mens zou kunnen worden toegepast. Liever kiest hij een wat meer bescheiden terrein voor het maken van de sprong mens-dier. In plaats namelijk van zich te wagen aan meer of minder generaliserende uitspraken over wat de mens te doen zou staan, gezien het voorbeeld van zijn zoogdierlijke voorouders, in plaats ook van te profeteren wat de mens boven het hoofd zou hangen, daarbij wijzend op parallellen in het dierenrijk, ziet hij met name mogelijkheden in de vergelijking tussen mens- en diergedrag wanneer er jonge kinderen in het spel zijn. D

11

'De mens heeft geen aantal vaste gedragspatronen ontwikkeld, maar wel een buitengewone aanpasbaarheid'. Illustratie Arend van Dam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 461

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's